netto

Lagere rentes in zicht voor wie leende met variabel rentetarief

©Jonas Lampens

Goed nieuws voor wie een hypothecaire lening heeft met variabele rentevoet: als die binnenkort moet worden herzien, daalt de rente vermoedelijk een beetje.

Wie een lening met een variabele rentevoet afsloot, wacht ongetwijfeld met een bang hartje elke periodieke herziening af. Daalt of stijgt de rentevoet, dat is in essentie waar het bij zo’n herziening om draait. Banken mogen de rente niet lukraak aanpassen. Hoe een herziening gebeurt, is wettelijk vastgelegd.

‘Een tariefherziening van een hypothecaire lening met een variabele rente gebeurt in functie van de contractueel vermelde referte-index’, klinkt het bij BNP Paribas Fortis. Voor elke formule die een klant kan kiezen (bijvoorbeeld een jaarlijkse, vijfjaarlijkse of een tienjaarlijkse herziening) is een andere referte-index het uitgangspunt. Die indexen worden maandelijks berekend door het Federaal Agentschap van de Schuld, en geven een gemiddelde rentevoet weer van uiteenlopende schatkistcertificaten en lineaire obligaties.

Er zijn tien referte-indexen, die worden uitgedrukt in letters van A tot J. Index A is het gemiddelde rentepercentage van schatkistcertificaten op twaalf maanden. Die index vormt de basis voor de herziening van de jaarlijks herzienbare rentevoeten. Index B is het gemiddeld rentepercentage van lineaire obligaties met een restlooptijd van twee jaar, en is de basis voor variabele rentevoeten die tweejaarlijks worden herzien. En zo gaat het verder.

Historisch dieptepunt

De indexen evolueren allemaal op een andere manier omdat telkens andere factoren een verschillende impact kunnen hebben op een rentevoet met een andere looptijd. Maar momenteel hebben ze twee dingen gemeen. Niet alleen staan alle referte-indexen negatief, ze hebben ook allemaal hun laagste peil ooit bereikt.

‘De belangrijkste reden voor dat dieptepunt is het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB), die haar stimuleringspolitiek met negatieve rentevoeten heeft verlengd en de negatieve rente zelfs nog heeft uitgediept’, zegt Leo De Roeck van Crelan.

Alle referte-indexen, die als basis voor een herziening van de rentevoet dienen, hebben hun laagste peil ooit bereikt.

Wie de jongste jaren een woonkrediet met een variabele rentevoet afsloot waarvan de herziening rond deze periode gebeurt, kan zijn rentevoet zien dalen als de referte-index lager is dan op het ogenblik van het afsluiten van het woonkrediet. ‘Contractueel is het mogelijk dat het nieuwe tarief van de klant op de datum van de herziening daalt tot 0 procent. Dat is echter mee afhankelijk van de hoogte van de initiële rentevoet én van de hoogte van de initiële referte-index. Het gaat dus maar om een heel beperkt aantal kredieten’, zegt Sofie Spiessens van KBC.

Van een negatieve rentevoet - wat zou betekenen dat een deel van het kapitaal niet moet worden terugbetaald - moeten kredietnemers niet dromen. In kredietovereenkomsten wordt doorgaans vastgelegd dat de rentevoet niet onder 0 kan zakken.

Wie nu een nieuwe woonlening afsluit, moet ook niet verwachten dat een nultarief mogelijk is. ‘Voor nieuwe hypothecaire kredieten is de hoogte van de rentevoet bepaald door tal van factoren. Zo zal het kredietrisico mee deel uitmaken van de hoogte van het tarief. Nieuwe hypothecaire kredieten tegen een rente van 0 procent zijn daarom niet aan de orde’, zegt Spiessens.

Wat levert een lagere referte-index op?

Ellen sloot in augustus 2014 een woonlening af met een variabele rentevoet en een herziening na vijf jaar.

>Oorspronkelijke rentevoet: 2% jaarlijks (0,1652% periodiek).

>Initiële referte-index E (juli 2014): 0,587% jaarlijks (0,0488% periodiek).

>Nieuwe referte-index E (juli 2019): -0,443% jaarlijks (-0,0370% periodiek).

>Berekening nieuwe rentevoet vanaf augustus 2019: 0,1652% + (-0,0370% 0,0488%)

= 0,0794% periodiek

= 0,96% jaarlijks.

Wie nu een nieuwe hypothecaire lening wil afsluiten, staat voor een dilemma. De huidige lage rentevoeten vastklikken met een vaste rentevoet? Of toch kiezen voor een nog lagere variabele rentevoet met de verwachting dat de rente nog lang de bodem verkent? ‘Evoluties op lange termijn zijn erg moeilijk in te schatten door het grote aantal factoren dat meespeelt. Maar de recente verdere daling van de rentevoet door het ECB-beleid doet vermoeden dat de tijden van lage rente nog niet voorbij zijn. Met het nieuw op te starten opkoopprogramma van obligaties, waar voorlopig geen einddatum op staat, is er op dit moment geen reden om iets anders te vermoeden’, zegt Valéry Halloy van BNP Paribas Fortis.

Risicoappetijt

Banken zullen steevast benadrukken dat de keuze voor een vaste of een variabele rentevoet meer afhangt van de risicoappetijt van de kredietnemer dan van de macro-economische omgeving. Halloy: ‘Een variabele rentevoet kan zakken, maar ook stijgen. Als dat de klant ongemakkelijk maakt, kiest hij het best voor een vaste formule.’

Daar staat wel tegenover dat de mogelijke stijging van de variabele rentevoet wettelijk is begrensd. Ongeacht hoe sterk de referte-indexen stijgen, mag de oorspronkelijke rentevoet maximaal verdubbelen. Het opwaarts potentieel wordt dus beperkt, zeker met de huidige lage stand van de rentevoeten.

Soms gaan kredietnemers ook op zoek naar een 'tussenoplossing'. Zo is bij Crelan de semivariabele renteformule 8/3/3 erg in trek bij klanten. De eerste acht jaar blijft de rentevoet ongewijzigd en daarna kan die elke drie jaar worden herzien.

De Roeck: ‘Dat geeft de klant het voordeel dat hij de eerste 8 jaar kan genieten van een lagere rentevoet. In die acht jaar betaalt de klant ook al een deel kapitaal af, waardoor eventuele rentestijgingen in de toekomst op een lager uitstaand kapitaal van toepassing zijn. Vooral op looptijden van 20 en 15 jaar is het kapitaal in belangrijke mate afgenomen na acht jaar, waardoor de impact van een rentestijging beperkter zal zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect