2018 brengt mogelijkheden om meer te verdienen

©Photo News

Een nieuwe winstpremie, onbelast bijverdienen, je bedrijfswagen inruilen voor geld. 2018 heeft verschillende nieuwigheden in petto om er cash op vooruit te gaan.

Nieuwe winstpremie

In het begrotingsakkoord dat de federale regering afgelopen zomer bereikte, werd een nieuwe fiscaal vriendelijke winstpremie opgenomen die in 2018 van kracht wordt. Nu al is er een gunstregime voor collectieve loonbonussen, de zogenaamde cao 90-bonussen, waarmee personeelsleden worden beloond als ze vooraf vastgelegde doelstellingen halen.

Maar het bedrag van de cao 90-bonus is geplafonneerd op 3.255 euro per werknemer, een bedrag dat in 2018 zal worden opgetrokken tot 3.313 euro. Voor de nieuwe winstpremie ligt het plafond al snel vijf keer zo hoog. Bedrijven zullen tot 30 procent van de loonmassa mogen besteden aan winstpremies. Gemiddeld bedraagt de loonmassa per werknemer 55.307 euro per jaar. De winstpremie mag dan bruto 16.600 euro bedragen. Voor werknemers met een bovengemiddeld loon kan de winstbonus nog hoger oplopen.

Op de winstpremie moet geen personenbelasting betaald worden, wat maakt dat een werknemer netto meer overhoudt dan wanneer hij een gewone bonus krijgt. Van 1.000 euro zal de werknemer 624 euro overhouden. Bij een gewone bonus moet de werknemer zich tevredenstellen met 368 euro netto.

Tot 6.000 euro onbelast bijverdienen

Vanaf 20 februari kunnen werknemers, zelfstandigen én gepensioneerden tot 6.000 euro per jaar onbelast bijverdienen met occasionele klusjes bij verenigingen of burgers.

Het maandelijkse maximumbedrag dat u kunt bijverdienen, ligt op 500 euro. Wie bijklust, zal die inkomsten wel moeten aangeven in de belastingaangifte. Overschrijdt het inkomen 6.000 euro per jaar, dan zult u op al uw inkomsten toch belast worden tegen de hoogste belastingschijf waarin uw inkomen valt.

Over onbelast bijverdienen in de zorgsector wordt eerst nog overlegd met de deelstaten.

Niet alle vormen van bijverdienen komen in aanmerking voor een belastingvrijstelling. De regering bakent drie domeinen af:

·burger-tot-burgerdiensten (zoals kinderopvang, bijlessen, onderhoud van vastgoed…)

·verenigingsactiviteiten (gidsen, scheidsrechters, trainers…)

·occasionele diensten via erkende deelplatformen, waarvan er intussen al een lijst bestaat met 30 activiteiten.

©Emy Elleboog

Over onbelast bijverdienen in de zorgsector wordt eerst nog overlegd met de deelstaten. De garanties voor de kwaliteitsvereisten bij de zorg- en rusthuisvoorzieningen die in de regio’s gelden, zullen ook gelden voor het systeem van onbelast bijverdienen in de zorg.

·Om onbelast bij te klussen, moet u zich melden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) via een elektronische applicatie. De RSZ zal die informatie delen met de fiscus en met het Rijksinstituut Sociale Verzekeringen Zelfstandigen, zodat controles mogelijk worden.

·Bent u met vervroegd pensioen en moet u uw inkomen beperken, dan moet u nagaan in welke mate de nieuwe inkomsten met uw pensioen mogen worden gecombineerd.

·Ook voor werklozen gelden verschillende beperkingen. De regering wil immers geen werkloosheidsval creëren waarbij iemand werkloos blijft, een uitkering ontvangt en toch aan de slag is. Daarom komen werklozen niet in aanmerking voor de burger-tot-burgerklussen. In het verenigingsleven mogen werklozen alleen met toestemming van de VDAB aan de slag als die activiteit in een reactiveringstraject past. In de deeleconomie mag een werkloze alleen aan de slag met de toestemming van de RVA. Die toetst of de activiteit occasioneel is en of de werkloze nog voldoende beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. De inkomsten worden afgetrokken van de werkloosheidsuitkering.

Flexi-jobs uitgebreid

Sinds eind 2015 kan iemand die al een baan heeft, bijklussen in een café of restaurant. De overheid voerde dat systeem in om zwartwerk in de horeca tegen te gaan. Vanaf 1 januari 2018 worden de zogenaamde ‘flexi-jobs’ uitgebreid naar de kleinhandel, de bakkers, slagers en kappers.

Vanaf 1 januari 2018 worden de zogenaamde ‘flexi-jobs’ uitgebreid naar de kleinhandel, de bakkers, slagers en kappers.

Om met een flexi-job te kunnen beginnen, moet u gedurende drie kwartalen minstens 4/5 gewerkt hebben bij een andere werkgever. Flexi-jobs staan dus niet open voor zelfstandigen. Elk kwartaal opnieuw wordt de 4/5-voorwaarde gecontroleerd.

U kunt niet met een flexi-job beginnen of het aantal uren dat u werkt uitbreiden als u een premie van de RVA krijgt voor een thematisch verlof of tijdskrediet. Tenzij u de flexi-job al langer dan drie maanden uitoefende vóór u het thematisch verlof of tijdskrediet opnam. U kunt ook geen flexi-job uitoefenen tijdens uw zwangerschapsverlof, want dan verliest u uw moederschapsrust.

Het loon van een flexi-jobber bedraagt minstens 9,88 euro per uur. Dat bedrag krijgt u integraal in handen. Uw bruto-inkomsten zijn dus gelijk aan uw netto-inkomsten. Het inkomen uit een flexi-job moet u ook niet opnemen in uw belastingaangifte.

De werkgever betaalt 25 procent werkgeversbijdragen boven op uw loon als flexi-jobber. Zelf betaalt u geen sociale bijdragen.

Er is geen beperking op het aantal uren dat iemand in een flexi-job presteert. In theorie kan iemand die 4/5 werkt er dus nog een fulltimebaan als flexi-jobber bovenop nemen. U kunt ook meerdere flexi-jobs combineren.

Uw bedrijfswagen inruilen voor geld

©Sofie Van Hoof

De mogelijkheid van werknemers om hun bedrijfswagen in te ruilen voor een geldbedrag heeft voorlopig groen licht gekregen van de topministers van de federale regering. Bedoeling is dat in januari het alternatieve voorstel van de sociale partners verder tegen het licht wordt gehouden. Vakbonden en werkgevers willen dat het budget dat vrijkomt door afstand te doen van de bedrijfswagen ook echt aan mobiliteit wordt uitgegeven.

Als werknemers hun auto omruilen voor cash, zal dat bedrag slechts in beperkte mate worden belast. U betaalt namelijk dezelfde belasting die u op uw bedrijfswagen verschuldigd bent. De belasting wordt dus nog altijd berekend op het voordeel alle aard van de ingeleverde bedrijfswagen. Dat voordeel hangt af van de CO2-uitstoot, het type brandstof, de cataloguswaarde en de leeftijd van uw auto.

De Raad van State twijfelt eraan of zo’n ruil wel kan, omdat het gaat over loon dat eigenlijk op dezelfde manier moet worden belast als het gewone loon. Tegelijk oordeelt de Raad van State dat er sprake is van een ongelijke fiscale en sociale behandeling tussen werknemers met en zonder een bedrijfswagen.

De regering vindt dat het aan de politiek is om maatregelen te nemen die wenselijk gedrag stimuleren.

Met de invoering van de mobiliteitsvergoeding wil de regering zoveel mogelijk bedrijfswagens van de weg krijgen om zo de files korter te maken. Maar de Raad van State twijfelt aan de efficiëntie van het plan. Werknemers worden immers niet verplicht om over te stappen naar een alternatief en al helemaal niet naar een milieuvriendelijker vervoersmiddel. ‘Het is de werknemer immers toegestaan om zijn bedrijfswagen te verruilen voor een mobiliteitsvergoeding en zich daarmee een privéwagen aan te schaffen voor zijn woon-werkverplaatsingen’, staat in het advies te lezen.

Het advies van de Raad van State is niet bindend. Maar de federale regering neemt toch een risico als ze de regeling gewoon invoert, want dan ligt de weg open voor heel wat procedures en bestaat de kans dat het Grondwettelijk Hof het cash-for-carsplan aan flarden schiet. Maar de regering houdt voet bij stuk, omdat ze vindt dat het aan de politiek is om maatregelen te nemen die wenselijk gedrag stimuleren. Binnen die context is het gerechtvaardigd mensen uit de wagen te halen in ruil voor een geldbedrag, luidt het. De regering heeft in ieder geval ook aangekondigd dat de mogelijkheden zullen worden onderzocht om het systeem uit te breiden tot een echt mobiliteitsbudget.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect