Loon inruilen voor andere voordelen steeds populairder

Via cafetariaplannen kunnen werknemers hun bedrijfswagen inruilen voor een kleiner model. De uitgespaarde budgetten kunnen worden gebruikt voor bijvoorbeeld het leasen van een elektrische fiets. ©BELGA

Het aantal werknemers dat via een cafetariaplan zijn loon flexibiliseert, is in een jaar tijd met de helft toegenomen. De vakbonden vrezen voor de gevolgen op de sociale zekerheid.

Steeds meer werknemers - vooral de beter betaalde bedienden - kunnen een deel van hun loonpakket zelf flexibel invullen. De hr-dienstverlener SD Worx telde vorig jaar 19.075 werknemers die in een flexibel cafetariaplan stapten. Dat is de helft meer dan een jaar eerder en drie keer meer dan in 2015. ‘De voorbije twee jaar hebben we de populariteit fors zien toenemen’, zegt Lieve Michiels, verantwoordelijk voor de Flex Income-plannen bij SD Worx. De hr-dienstverlener doet de loonberekening van ongeveer een derde van de Belgische bedrijven en is de grootste speler op het vlak van cafetariaplannen.

Via cafetariaplannen kunnen werknemers zelf beslissen hoe hun loonpakket eruitziet. De mogelijkheden zijn ruim: extralegale vakantiedagen, premies zoals de eindejaarspremie en de bedrijfswagen kunnen worden omgezet in andere voordelen. Werknemers krijgen meer keuze. Die kan bovendien fiscaal voordelig uitvallen. De eindejaarspremie wordt bijvoorbeeld zwaar belast. Als die wordt omgezet in andere voordelen die minder zwaar worden belast, kan de werknemer er netto op vooruitgaan.

Flex Income Plan

Bijna 59 procent van de werknemers met een Flex Income Plan, zoals het cafetariaplan van SD Worx heet, koos vorig jaar voor vakantiedagen. Het betekent dat ze de vakantiedagen die hun werkgever ter beschikking stelt niet (volledig) omruilen voor andere voordelen. Sommige werknemers kiezen er zelfs voor om extra vakantiedagen te kopen. ‘Dit past in het belang dat werknemers hechten aan een goede werk-levenbalans en het toont aan hoe belangrijk mensen vakantiedagen vinden. In de meeste gevallen nemen ze die liever op dan ze in te wisselen voor andere voordelen’, zegt Michiels.

In sommige gevallen houdt de werknemer netto meer over. Dat is mooi meegenomen.
Lieve Michiels Experte SD Worx

Iets meer dan 38 procent van de werknemers koos er dan weer voor om zijn individueel pensioensparen, de zogenaamde derde pijler, te laten terugbetalen door de werkgever. Dat is fiscaal interessant, want de 1.230 euro die hij jaarlijks maximaal mag storten en die recht geven op een fiscaal voordeel, gaan niet af van het nettoloon maar van de totale loonkosten. De werknemer betaalt op het terugbetaalde bedrag wel een bijdrage, maar wint netto toch 50 à 70 euro.

Ook andere voordelen met een sociale insteek zijn populair. Zo kiest 26 procent van de werknemers voor extra kinderbijslag, een hospitalisatieverzekering voor familieleden (11%) of andere aanvullende gezondheidsverzekeringen (8%). Telkens gaat het over een voordeel waarop geen sociale bijdragen moeten worden betaald, waardoor de werknemer aan het einde van de rit netto meer overhoudt dan als hij de premies van zijn nettoloon financiert.

Mobiliteit

Cafetariaplannen bevatten dikwijls ook een mobiliteitsluik. Iets meer dan een kwart van de werknemers in zo’n plan krijgt de keuze om zijn bedrijfsauto te behouden of te kiezen voor een kleiner of een groter model. Wie voor een kleiner model gaat, kan het bespaarde budget omzetten in een (zwaar belaste) premie of in andere voordelen. Hetzelfde met de tankkaart, die opduikt bij 10 procent van de werknemers met een plan. Ook een abonnement op het openbaar vervoer (9%) en de fiets (8%) winnen aan populariteit. Via het cafetariaplan kunnen werknemers er op een fiscaal interessante manier een leasen.

‘Het voordeel voor de werknemer is dat hij zelf aan het stuur van zijn verloningspakket komt te zitten. In sommige gevallen houdt de werknemer netto meer over. Dat is mooi meegenomen’, zegt Michiels. ‘Voor een bedrijf is het dan weer interessant omdat het zich met het pakket kan voorstellen als een aantrekkelijke werkgever. Dat is nodig om werknemers aan boord te houden en om anderen aan te trekken.’

De vakbonden zien dat anders. Ze waarschuwen voor de gevolgen van de cafetariaplannen op de sociale zekerheid. Zo bouwen werknemers pensioenrechten op tot een jaarinkomen van 57.602 euro bruto. Extra loon levert voor hen geen extra pensioen meer op. Wie zijn eindejaarspremie deels inlevert en een fiets least, zo minder socialezekerheidsbijdragen betaalt en onder het pensioenplafond zit of belandt, krijgt later een iets lager pensioen.

Pensioen

Volgens Michiels is het daarom belangrijk dat zo transparant mogelijk wordt gecommuniceerd over de gevolgen van de keuzes. ‘We beseffen dat er een impact kan zijn op het pensioen. Sommige werknemers zullen het evenwel gerechtvaardigd vinden, bijvoorbeeld omdat ze meer belang hechten aan het voordeel dat ze vandaag kunnen binnenhalen. Een werknemer moet die keuze met kennis van zaken in alle vrijheid kunnen maken.’

Een nog grotere bezorgdheid van de vakbonden is dat de cafetariaplannen op termijn de sociale zekerheid dreigen uit te holen. Het is ze een doorn in het oog dat de eindejaarspremies kunnen worden omgezet in andere voordelen. ‘Als de grote verdieners via deze plannen hun loon massaal beginnen te optimaliseren, dreigt de sociale zekerheid minder inkomsten binnen te krijgen’, zegt Chris Serroyen, het hoofd van de studiedienst van de christelijke vakbond ACV.

De vakbonden staan vrij machteloos, want de fiscus en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) staan de omzetting toe. ‘En de politiek - zeker de rechtse partijen die de afgelopen jaren aan de macht waren - vindt dit prima en grijpt niet in. Op termijn kan dat een grote bedreiging vormen voor de solidariteit en voor onze sociale zekerheid’, vindt Serroyen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content