Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Belg houdt meer over van brutoloon dan vijf jaar geleden

Als werknemer kost u uw werkgever in ons land nog steeds erg veel geld. Maar u houdt er zelf iets meer van over dan vijf jaar geleden. Door de schappelijke prijzen van wonen en leven in België springt u verder met dat nettoloon dan de werknemers in de ons omringende landen.
©ANP XTRA

Niet dat het een vetpot is, maar we houden iets meer over van ons loon dan vijf jaar geleden. Dat blijkt uit de jaarlijkse salarisenquête van de consultant Deloitte, waarbij op initiatief van de Belgische poot gegevens worden samengebracht uit inmiddels 19 Europese landen.

De studie bevestigt dat Belgen dure vogels blijven voor wie hen werk geeft. Dat is echter niet te merken op de bankrekening van de werknemer. Op www.tijd.be/lonen kunt u voor elk van de profielen - arbeider, bediende, alleenstaand of niet, laag of hoog brutoloon - de 19 landen sorteren naar nettoloon. Daar merkt u snel dat we met ons nettoloon allesbehalve in de kopgroep zitten.

Alleenstaande slechtst af

37.500
In België kom je al vanaf een brutojaarloon van 37.750 euro terecht in de hoogste belastingschijf voor de personenbelasting.

Met name voor alleenstaanden blijft er netto weinig over, niet in absolute cijfers en al helemaal niet in verhouding tot de kostprijs voor de werkgever.

Gezinshoofden met een vrij laag brutoloon komen er minder bekaaid vanaf. Voor de vergelijkbaarheid bekijkt de studie een gezinshoofd met twee kinderen ten laste en een partner die niet werkt. Dat levert in België dus een verhoging van de belastingvrije schijf op voor de kinderen ten laste. Bovendien schuift door toepassing van het huwelijksquotiënt een deel van het loon naar de niet-werkende partner, waardoor het in een lagere belastingschijf valt.

Niet enkel in ons land is de alleenstaande slechter af: op het VK, Griekenland en Zweden na behandelen alle landen mensen met kinderen fiscaal gunstiger. In Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, Portugal en Zwitserland is het verschil tegenover alleenstaanden zelfs nog groter dan bij ons.

Al bij al blijft België vrij aantrekkelijk door de relatief lage en stabiele levensduurte.
Patrick Derthoo
Partner Deloitte

Deloitte merkt op dat niet-werkende partners steeds meer een minderheid vormen. ‘Dat enorme verschil met alleenstaanden, is dat nog van deze tijd? Het systeem met het huwelijksquotiënt weerhoudt waarschijnlijk mensen ervan te gaan werken’, oppert Patrick Derthoo, partner bij Deloitte, die samen met Ann Ravelingien de studie coördineert. ‘In gezinnen waar de enige werkende partner een laag loon krijgt, begrijp ik dat je een vorm van steun laat bestaan - al moet dat niet noodzakelijk via fiscale weg zijn.’

Snel in hoge belastingschijf

In de hogere loonklassen vallen desondanks ook de nettolonen van gezinshoofden naar de lagere regionen van de Europese rangschikking. Nochtans is het hoogste marginale belastingtarief van 50 procent (53,5 procent met de gemiddelde gemeentebelasting meegerekend) lang geen uitschieter. Veel van de ons omringende landen hanteren een gelijkaardig hoogste belastingtarief. Het grote verschil zit bij nader toezien in de drempelwaarde vanaf wanneer dat hoogste tarief wordt aangerekend.

In België kom je vanaf 37.750 euro bruto al in de hoogste schijf terecht. In geen enkel ander land met een hoog toptarief wordt dat hoogste tarief al zo snel aangerekend. In Nederland wordt dat maar aangerekend boven de lijn van 56.000 euro.

Wat koop je ermee?

Gelukkig zegt het nettobedrag op onze bankrekening niet alles. Uiteindelijk telt wat je ermee kunt kopen. Om het extreem te stellen: in Tsjechië spring je een eind verder met 1.000 euro dan in Londen, laat staan Genève. Deloitte bekijkt daarom ook in detail wat het kost om in elk land te leven, van de prijs van een woning in de hoofdstad over de prijzen van levensmiddelen, meubels en kleding tot vrijetijdsbesteding, restaurants, het bezit en gebruik van een wagen en het openbaar vervoer. Daarnaast wordt - voor de gezinshoofden - de kinderbijslag verrekend.

En dan begint het goede nieuws voor de Belgen. Want vastgoed is hier in vergelijking met veel andere West-Europese landen relatief betaalbaar. Ook de levensduurte valt mee. Opvallend is wel dat Duitsland sinds twee jaar op beide vlakken goedkoper is dan ons land. Daarnaast ligt het kindergeld vrij hoog, al mogen Luxemburgse, Duitse, Spaanse en Zwitserse ouders op nog wat meer rekenen. De Vlaamse regering kondigde aan de kinderbijslag over een paar jaar te willen hervormen, maar uit de eerste ideeën daarover was af te leiden dat dat voor een gezin met twee kinderen niet veel verschil gaat maken.

1.863
Een Belgische bediende met een gezin en een brutoloon van 50.000 euro hield in 2014 37.017 euro netto besteedbaar over, 1.863 euro meer dan in 2010.

Na verrekening van kindergeld en levensduurte komt de studie tot het netto besteedbaar inkomen, wat meer zegt over onze koopkracht dan het loutere nettocijfer - u kunt de cijfers die we online zetten ook sorteren naar netto besteedbaar inkomen. Volgens die maatstaf schuift België enkele plaatsjes hoger. Zwitserland tuimelt daarentegen van boven naar beneden in de lijst. In Polen werd het leven in vijf jaar tijd een pak duurder. In Nederland ging het in het afgelopen jaar dan weer de andere richting uit. ‘Al bij al blijft België een aantrekkelijk land met de relatief lage en vrij stabiele levensduurte en huisvestingskosten’, concludeert Derthoo.

De Belgische arbeider geniet altijd een hoger netto besteedbaar inkomen in vergelijking met onze buurlanden en Zwitserland. Enkel de alleenstaande arbeider met een inkomen van 31.940 euro bruto moet zijn Nederlandse evenknie laten voorgaan. De gehuwde Belg is wel altijd beter af dan de gehuwde Nederlander, welk statuut of brutoloon ook. De Belgische bediende is echter slechter af dan de Duitse bediende wegens de gedaalde levensduurte in Duitsland. Belgische bedienden springen ook verder met hun loon dan Franse, behalve in de hoogste looncategorie, terwijl de Fransen nog een pak duurder zijn voor hun werkgever. Ook komen Belgen, arbeiders en bedienden, in alle loonklassen bij een hoger netto besteedbaar inkomen uit dan de Britten.

Koopkrachtbehoud

Het is de vijfde keer dat dit onderzoek wordt herhaald, wat de mogelijkheid biedt na te gaan hoe de cijfers over vijf jaar evolueerden. Leggen we er nog eens de cijfers van 2010 naast, dan blijkt dat we in 2014 over de hele lijn meer netto en netto besteedbaar inkomen overhouden. Dat komt omdat de belastingschalen jaarlijks zijn geïndexeerd. Het hoogste tarief van 53,5 procent werd bijvoorbeeld in 2010 al aangerekend op het loon boven 34.330 euro, in 2014 lag die drempel op 37.750 euro. Een Belgische bediende met een gezin en een brutoloon van 50.000 euro hield in 2010 35.154 euro netto besteedbaar over, en in 2014 37.017 euro (zie tabel). Ook louter netto zien we een gelijkaardig effect, in dezelfde orde van grootte: het ligt dus aan de (lichte) stijging van het nettoloon, niet aan een gedaalde levensduurte.

©mediafin

In de praktijk is ook het brutoloon in vijf jaar tijd verhoogd, door de automatische indexering, wat in de studie niet wordt gedaan om de cijfers over de jaren heen vergelijkbaar te houden. De Belg houdt dus wat meer netto over van de eerste 50.000, plus de helft van wat er inmiddels bruto bijkwam.

Door de samenhang van inflatie/index en automatische indexering van zowel ons loon als onze belastingschalen is onze koopkracht gevrijwaard. Dat zal overal wel zo werken, denkt u? Toch niet. In Zweden en Frankrijk is het netto besteedbaar inkomen in verhouding tot de werkgeverskosten fors gedaald tegenover vijf jaar geleden. Ook in landen als Ierland en Polen is dat duidelijk het geval. De Duitsers daarentegen doen nu een pak meer met hun euro’s dan in 2010.

Nog wat laatste cijfers: een Frans gezinshoofd met een brutoloon van 50.000 euro hield in 2010 37.450 euro netto over, en in 2014 37.419 euro netto. Meer dan de Belg, maar in dalende lijn, en de levensduurte ligt hoger bij hen. Een Nederlander met hetzelfde profiel had in 2010 30.991 euro netto, en dat steeg tegen 2014 naar 31.206, een veel lichtere verhoging dan in België.

Conclusie: we kosten veel, we houden daar netto niet veel van over - gezinshoofden zijn wat dat betreft middenmoters in de Europese klas en alleenstaanden zijn de klos -, maar we kopen er wel meer van dan het gros van de andere West-Europeanen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud