Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Dit betekent het loonakkoord voor uw portemonnee

Het akkoord tussen de vakbonden en de werkgevers geeft niet alleen de werknemers loonopslag. Ook de pensioenen en andere uitkeringen gaan omhoog.
Werknemers met een zwaar beroep (zoals bouwvakkers) zullen vanaf volgend jaar minstens 59 jaar oud moeten zijn om gebruik te kunnen maken van het brugpensioenstelsel. ©Photo News

In de privésector is er de komende twee jaar ruimte voor collectieve loonsverhogingen met 1,1 procent boven op de automatische loonindexering. Daarover zijn de werkgevers en de vakbonden het eens geraakt in de Groep van Tien.

De afgesproken loonnorm legt de bovengrens vast voor de loonstijgingen. Op basis daarvan vatten de sectoren het loonoverleg aan en leggen ze een minimale loonstijging vast per bedrijfstak. Vervolgens is het aan de sociale partners in de bedrijven om op basis van die minima en maxima de uiteindelijke salarisverhoging voor hun personeel vast te leggen.

1. Wie krijgt loonsverhoging?

De afgesproken loonnorm biedt geen verworven recht waar alle werknemers zomaar op mogen rekenen. Toch zal in veel bedrijven de maximale loonmarge worden toegekend.

Dat betekent concreet dat de lonen voor veel werknemers de komende twee jaar met zo’n 4 procent zullen stijgen, waarvan 1,1 procent aan opslag en zo’n 2,9 procent aan indexeringen die de inflatie compenseren. Voor iemand met een gemiddeld loon van 3.400 euro per maand, betekent 4 procent opslag dat er bruto 136 euro extra per maand bijkomt.

Voor iemand met een gemiddeld loon van 3.400 euro per maand, betekent 4 procent opslag dat er bruto 136 euro extra per maand bijkomt.

Sectoren en bedrijven zullen deze keer ook vrij kunnen invullen hoe ze de opslag uitbetalen. Terwijl in het vorige loonakkoord nog een deel in maaltijd- en/of ecocheques moest worden uitgekeerd, kan het nu integraal om extra brutoloon gaan. Maar de bedrijven kunnen bijvoorbeeld ook kiezen voor stortingen in de pensioenfondsen van hun werknemers.

2. Is 1,1 procent opslag veel?

Het is al lang geleden dat er nog zo veel ruimte was voor loonopslag. Door de economische crisis en de pogingen om de loonkostenhandicap van onze bedrijven weg te werken stond er jarenlang een rem op de salarisverhogingen. In het loonakkoord van 2011-2012 bedroeg de marge voor opslag 0,3 procent, in 2013-2014 besloot de regering dat er geen marge was en twee jaar geleden werd een loonnorm van 0,8 procent overeengekomen.

Dat deze keer een marge van 1,1 procent geldt, is een opsteker voor de vakbonden. Zij kunnen eindelijk nog eens naar hun achterban trekken met een loonsverhoging die niet enkel bestaat uit cijfers na de komma.

De werkgeversorganisaties op hun beurt maken zich sterk dat de loonstijgingen in ons land lager zullen liggen dan die in de buurlanden, waardoor onze concurrentiepositie ondanks de opslag zal verbeteren.

3. Wat met de uitkeringen?

Terwijl in het vorige loonakkoord nog een deel in maaltijd- en/of ecocheques moest worden uitgekeerd, kan het nu integraal om extra brutoloon gaan.

Hoewel het hoofdstuk over de loonsverhogingen veruit het belangrijkste onderdeel is, leggen de bonden en de werkgevers in hun interprofessioneel akkoord nog tal van andere zaken vast die een impact hebben op de portemonnee van de Belg.

De regering-Michel heeft aan de sociale partners de ruimte gelaten om zelf te beslissen hoe het beschikbare budget voor hogere uitkeringen en pensioenen best besteed wordt. Die zogenaamde welvaartsenveloppe, die vanaf volgend jaar op kruissnelheid 506,8 miljoen euro bedraagt, werd door de onderhandelaars verdeeld tussen verschillende groepen uitkeringstrekkers.

Ook bij de zelfstandigen worden de laagste pensioenen en de ziekte-uitkeringen opgetrokken met 1 tot 2 procent.

De werknemers zien de laagste pensioenen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en vergoedingen voor arbeidsongevallen verhoogd met percentages die afhankelijk van de situatie variëren tussen 0,9 en 2 procent. Ook bij de zelfstandigen worden de laagste pensioenen en de ziekte-uitkeringen opgetrokken met 1 tot 2 procent. Mensen die terugvallen op een leefloon krijgen vanaf 1 september 0,9 procent extra boven op de indexering.

Vanaf dan komt er ook een stevige verhoging van de laagste werkloosheidsuitkeringen. Voor werkloze gezinshoofden en bevoorrechte samenwonenden gaat het om een verhoging van 3,5 procent boven op de index, voor alleenstaanden om 2 procent en voor samenwonenden om 1 procent.

Opmerkelijk is ook de drastische verhoging van de uitkeringen voor ouderschapsverlof voor alleenstaanden met kinderen. De huidige bedragen zouden absoluut niet volstaan om mee rond te komen. Alleenstaanden met kinderen die voltijds of halftijds ouderschapsverlof opnemen, mogen daarom vanaf 1 april rekenen op een verhoging met 38 procent. Alleenstaanden die één dag in de week vrij nemen om voor de kinderen te zorgen, zien hun uitkering met 21 procent stijgen.

4. Wat met oudere werknemers?

Een van de politiek gevoeligste punten uit het interprofessioneel akkoord zijn de uitzonderingsregimes voor het brugpensioen. In principe kunnen werknemers vanaf 62 met brugpensioen, maar voor sommigen kan dat al eerder.

Bij herstructureringen kunnen bedrijven hun werknemers vervroegd met brugpensioen sturen. Vorig jaar kon dat vanaf 55 jaar, maar de regering wilde de brugpensioenleeftijd voor bedrijven in herstructurering dit jaar verhogen tot 57 jaar.

De sociale partners versoepelen het brugpensioen bij herstructureringen dit jaar zodat werknemers er toch nog vanaf 56 jaar gebruik van kunnen maken.

De sociale partners komen in hun akkoord nu terug op die beslissing en versoepelen het brugpensioen bij herstructureringen dit jaar zodat werknemers er toch nog vanaf 56 jaar gebruik van kunnen maken. De bedoeling is de minimumleeftijd tegen 2020 op te trekken naar 60 jaar.

Voor meerdere andere uitzonderingscategorieën wordt de minimale leeftijd voor brugpensioen een jaartje opgetrokken. Mensen die al minstens 40 jaar aan de slag zijn of werknemers met een zwaar beroep (nachtwerk, ploegenarbeid, onderbroken diensten, bouwsector) zullen vanaf volgend jaar minstens 59 jaar oud moeten zijn om gebruik te kunnen maken van het brugpensioenstelsel. Tot dan kunnen ze vanaf hun 58ste verjaardag met brugpensioen.

In het akkoord wordt niet geraakt aan enkele uitzonderingsregimes voor landingsbanen, een vorm van tijdskrediet waarbij de werknemer op het einde van zijn loopbaan minder begint te werken. In het algemeen kunnen mensen vanaf 60 jaar daar gebruik van maken, maar voor sommige groepen is het regime al eerder toegankelijk. Mensen met zware beroepen, een loopbaan van minstens 35 jaar of werknemers van bedrijven in herstructurering kunnen al vanaf 55 jaar terugvallen op het tijdskrediet eindeloopbaan. Aan die regeling verandert niets.

5. Hoe pakken we burn-out aan?

De werkgevers en de bonden hebben in hun akkoord ook een aantal onderwerpen vastgelegd die de komende twee jaar prioriteit krijgen op de agenda. Zo zullen de sociale partners een comité oprichten dat antwoorden moet formuleren op het probleem van het toenemende aantal burn-outs.

De sociale partners engageren zich ook om tegen het einde van het jaar een strategie uit te werken rond de digitalisering en de deeleconomie en de impact die beide hebben op ons economisch weefsel en de sociale zekerheid. Andere thema’s op de agenda zijn de invoering van het mobiliteitsbudget, de administratieve vereenvoudiging, een soepelere arbeidsorganisatie, herstructureringen en de aanpak van de jongerenwerkloosheid.

6. Is dit akkoord nu definitief?

Voor de vakbonden is het ontwerpakkoord te nemen of te laten. Toch is er nog niets definitief. De regering-Michel berekent nu de budgettaire impact en moet haar goedkeuring nog geven. Tegen het einde van de maand leggen de vakbonden het akkoord ook nog voor aan hun achterban en aan werkgeverszijde moeten de sectorfederaties nog hun fiat geven. Pas daarna treedt het akkoord in werking.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud