Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Hoe combineert u werken en studeren?

Wilt u een volledig andere richting uit met uw loopbaan? Of gaat u weer studeren zodat u meer kansen krijgt op de arbeidsmarkt? Als werknemer in de privésector hebt u heel wat mogelijkheden om het inkomstenverlies en de kosten te beperken.

Tijdens het academiejaar 2011-2012 waren er in Vlaanderen 6.335 werkstudenten. Dat zijn er 62 procent meer dan drie jaar geleden. Om een werkstudent te zijn, moet een student werknemer of werkzoekende zijn. De student mag bovendien nog niet in het bezit zijn van een masterdiploma. De forse toename is een gevolg van de verruiming van het aanbod. ‘Het aantal specifieke opleidingstrajecten voor werkstudenten is in vier academiejaren meer dan verdubbeld, tot 300’, zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Goedele Vermeiren (N-VA), die de cijfers opvroeg bij het ministerie van Onderwijs. Maar welke manieren zijn er om werken en studeren te combineren? We zetten ze op een rij.  

1. Opleidingscheques

Via opleidingscheques kunt u de kosten van uw opleiding beperken. Die financiële steun wordt toegekend door de gewesten. Bijgevolg verschillen de regels per regio. Het Vlaams Gewest geeft opleidingscheques voor werknemers of uitzendkrachten die werken in Vlaanderen of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en daar ook gedomicilieerd zijn. U moet op eigen initiatief een beroepsgerichte opleiding volgen en ze mag niet betaald worden door uw werkgever. De studie moet geen verband houden met uw huidige beroep. 

Wel moeten de opleiding en de opleidingsverstrekker passen bij het betaald educatief verlof. Voor meer persoonlijk getinte opleidingen zoals bloemschikken, fotografie, gastronomie of oenologie kunt u dus geen opleidingscheques aanvragen. Een volledige lijst vindt u op de website van de VDAB. Bij die dienst kunt u ook de cheques aanvragen. Per kalenderjaar kunt u maximaal voor 250 euro opleidingscheques aankopen: u betaalt de helft, de Vlaamse overheid de andere helft.

2. Betaald educatief verlof

Momenteel is betaald educatief verlof nog een federale bevoegdheid, voor de ene helft gefinancierd door de staat, voor de andere door een werkgeversbijdrage van 0,05 procent van het brutoloon. Het regeerakkoord bepaalt dat het stelsel naar de gewesten wordt overgeheveld. In de toekomst zou hier dus een en ander kunnen wijzigen.

Voorlopig heeft een werknemer uit de privésector die voltijds of vier vijfde werkt, recht op betaald educatief verlof wanneer hij een erkende opleiding volgt ’s avonds of in het weekend. Er moet geen verband zijn tussen de gevolgde opleiding en de aard van het werk.

Hoeveel uren verlof u krijgt, hangt af van de gevolgde cursussen en het aantal lesuren dat u effectief aanwezig bent. Afhankelijk van het type opleiding is er een plafond van 80, 100 of 120 uur. Voorts zijn er ook regels voor het plannen van het verlof: dat moet gebeuren in overleg met uw werkgever. Wie betaald educatief verlof opneemt, is overigens beschermd tegen ontslag tot het einde van de opleiding.

3. Tijdskrediet met motief opleiding

De combinatie werken en studeren kan belastend zijn voor uw vrije tijd en uw gezinsleven. Om die druk te verlichten, kunt u gebruik maken van tijdskrediet. Vanaf 1 september verandert er op dat vlak heel wat. Zo is er voortaan sprake van tijdskrediet zonder of met motief.

‘Tijdskrediet zonder motief’ kunt u opnemen gedurende maximaal 12 maanden voltijds, 24 maanden halftijds, 60 maanden één vijfde of een combinatie van diverse regimes tot een voltijds equivalent van maximaal 12 maanden. Iedere loontrekker in de privésector heeft er recht op als hij 5 jaar beroepsloopbaan en 2 jaar anciënniteit kan voorleggen vóór de schriftelijke kennisgeving. Bovendien moet hij in een bedrijf werken dat meer dan tien werknemers telt en dat de drempel van 5 procent werknemers met tijdskrediet nog niet heeft overschreden.

Interessant voor werkstudenten is de nieuwe mogelijkheid van ‘tijdskrediet met motief opleiding’. Wie een bewijs kan voorleggen dat hij een aanvaarde opleiding volgt, kan zo bovenop het niet-gemotiveerde tijdskrediet nog eens 36 maanden tijdskrediet krijgen. De anciënniteitsvoorwaarde van 2 jaar geldt hier ook, maar de 5 jaar beroepsloopbaan is geen vereiste. Bij halftijds en één vijfde tijdskrediet gelden wel dezelfde tewerkstellingsvoorwaarden als bij tijdskrediet zonder motief. Voor werknemers die hun ouderschapsverlof al hebben uitgeput en aansluitend tijdskrediet willen opnemen, geldt de anciënniteitsvoorwaarde niet.

4. Vlaamse aanmoedigingspremie

Werkt u in het Vlaams Gewest en neemt u halftijds of voltijds tijdskrediet op, dan kunt u bovenop de RVA-uitkering voor tijdskrediet ook een aanmoedigingspremie van de Vlaamse overheid krijgen. Er bestaan drie soorten premies: zorgkrediet, opleidingskrediet en steun voor werknemers van een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering. Om recht te hebben op het opleidingskrediet moet de gevolgde opleiding erkend zijn door de Vlaamse overheid. Het speelt geen rol of het gaat om avond-, dag- of afstandsonderwijs. Wel moet uw werkgever een sectorakkoord, bedrijfsakkoord of toetredingsakte voor de aanmoedigingspremies hebben gesloten. Is zo’n akkoord er niet, dan kan de premie toch nog worden toegekend als het gaat om tweedekansonderwijs. De maandelijkse aanmoedigingspremie opleidingskrediet is wel beperkt tot maximaal twee jaar.

Meer info

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud