Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Leren op de vloer: van 11 naar 2 contracten

De Vlaamse regering vereenvoudigt de opties om te leren op de werkvloer van elf naar twee contracten. Een betaalde versie voor wie veel werkt of een onbetaalde stage met minder werkuren.
Advertentie

Het leren op de werkvloer is in de loop der jaren tot een warboel van systemen uitgegroeid. Voortaan blijven twee mogelijkheden over onder de noemer duaal leren: een voor wie meer dan 20 uur per week in het bedrijf werkt en een voor wie dat minder dan 20 uur doet. Dit schooljaar worden beide systemen toegepast in samenwerking met een 40-tal opleidingsinstellingen (34 scholen en 5 Syntra-lesplaatsen), voor zeven opleidingen. Vanaf 2017 kunnen ze worden uitgerold in alle scholen die dergelijke opleidingen aanbieden.

De zeven opleidingen waarmee gestart wordt, zijn technische of beroepsopleidingen in elektro-mechanische technieken, elektrische installaties, haarverzorging, ruwbouw, groenaanleg en -beheer, zorgkundige en chemische procestechnieken.

Een overzicht van wat beide systemen nhouden.

Meer dan 20 uur werken

Wie minstens 20 uur per week in het bedrijf werkt, krijgt een ‘overeenkomst alternerende opleiding’, met leervergoeding. Elke leerling krijgt een mentor met minstens vijf jaar ervaring.

In de overeenkomst alternerende opleiding staat onder meer op welke uren van de week de leerling in de onderneming wordt opgeleid en wanneer hij lessen heeft in de opleidingsinstelling. Werken en les volgen mag niet meer uren beslaan dan wat in het bedrijf een normale voltijdse arbeidsduur is.

Zijn er geen lesuren op school, dan werkt de leerling die week voltijds in de onderneming. Hij heeft recht op de gewone vakantieregeling die ook een startende werkkracht in het bedrijf krijgt en waarbij de vergoeding doorloopt, plus 20 niet-betaalde vakantiedagen per jaar. Dat onbetaalde verlof moet in de schoolvakanties opgenomen worden.

444,30
Een leerling die meer dan 20 uur werkt, krijgt het eerste jaar een leervergoeding van 444,30 euro per maand.

De leervergoeding is een percentage van het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen: 29 procent in het eerste jaar, 32 procent in het tweede jaar, 34,5 procent in het derde jaar. Dat is 444,30 euro per maand om te beginnen. Als het eerste jaar met succes volbracht is, wordt dat in het tweede jaar 490,30 euro. En in het derde jaar wordt het 528,60 euro. Veel opleidingen beslaan maar een of twee jaar, maar de leerling mag nog een ander traject starten.

Ook met het hoogste bedrag hoeven de ouders zich geen zorgen te maken. Jongeren kunnen met de inkomsten en vergoedingen uit het duaal leren tot 6.535 euro toch fiscaal ten laste blijven van hun ouders. De federale regering keurde daarover een voorstel principieel goed.

Het bedrag blijft ook onder het grensbedrag om belastingen te moeten betalen: dat hoeft niet voor inkomsten tot 7.420 euro. Zodra jongeren 16 zijn op 1 januari van een jaar, moet voor dat jaar wel een belastingaangifte worden ingevuld, ook al moeten er geen belastingen worden betaald.

Hoewel de leerlingen vele uren werken, verliezen ze ook hun recht op kinderbijslag niet.

Stage

De ‘stageovereenkomst alternerende opleiding’ voor leerlingen die minder dan 20 uur per week op de werkvloer worden opgeleid, is deels gelijkaardig. Ze omvat ook de identificatiegegevens en het uurschema dat aangeeft wanneer de leerling in de onderneming werkt, en wanneer hij op school of in het opleidingsinstituut is.

Er zijn twee belangrijke verschillen met wie meer dan 20 uur werkt. Leerlingen met een stageovereenkomst krijgen geen leervergoeding - de werkgever mag hen wel een onkostenvergoeding geven. Ze hebben evenmin betaalde vakantie, maar zijn wel vrij in alle schoolvakanties.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud