Startkapitaal niet langer struikelblok voor eigen zaak

©Filip Ysenbaert

De nieuwe vennootschapswetgeving haalt binnenkort een belangrijke financiële horde weg om te ondernemen. Wacht u best op de wet, of richt u nog snel een vennootschap op?

Aan ideeën ontbreekt het u niet en u ziet zo al hoe u daar een business mee kan ontwikkelen. Maar om een bedrijf rond uw ideeën te bouwen, moet u vandaag wel een som geld klaar hebben liggen. Een bvba moet een kapitaal van minstens 18.550 euro hebben, waarvan 6.200 euro daadwerkelijk moet worden volstort. Voor aanstormende ondernemers is dat soms een struikelblok. Maar binnen enkele maanden is dat obstakel weggewerkt, doordat de nieuwe vennootschapswetgeving het mogelijk maakt een vennootschap zonder kapitaal op te richten.

Het wetsontwerp van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) dat het vennootschapsrecht in ons land moet hervormen werd eind oktober goedgekeurd door de Kamercommissie voor Handels- en Economische Recht. Die heeft rekening gehouden met een aantal opmerkingen van de Raad van State bij het ontwerp. Volgens het kabinet van Geens kan de plenaire zitting van de Kamer nog voor het einde van het jaar stemmen over het wetsontwerp. Als alles volgens plan verloopt, wordt de nieuwe wetgeving op 1 mei 2019 van kracht.

Drastische wijzigingen

Het nieuwe wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) voert enkele drastische wijzigingen door. Zo wordt het verschil tussen burgerlijke en handelsvennootschappen afgeschaft. De oude wetgeving maakt dat verschil nog wel. Handelsvennootschappen, zoals een fabrikant van keukens, hebben een commercieel doel. Burgerlijke vennootschappen, bijvoorbeeld een groepspraktijk van artsen, hebben dat niet.

De nieuwe wetgeving is ook van toepassing op vzw’s, stichtingen en verenigingen. Het enige onderscheid dat wordt gemaakt is dat bij de vennootschappen de winst aan de vennoten mag worden uitgekeerd, terwijl de winst van vzw’s, stichtingen en verenigingen alleen naar een belangeloos doel mag gaan.

Vier vennootschapsvormen

De belangrijkste eyecatcher van de nieuwe wetgeving is dat drastisch wordt gewied in het aantal soorten vennootschappen. Vandaag bestaan er zo’n 15 vormen. Dat aantal wordt teruggebracht tot vier basisvormen: de maatschap, de coöperatieve vennootschap, de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap.

61.500
Startkapitaal
Het minimaal vereiste startkapitaal van een nv blijft 61.500 euro.

De maatschap is voor een aantal gevallen interessant omdat ze met een onderhands contract kan worden opgericht. Deze vennootschapsvorm wordt vaak gebruikt om schenkingen van een familiepatrimonium in onder te brengen, maar komt geregeld ook van pas om samenwerkingsverbanden bij vrije beroepen vorm te geven.

De coöperatieve vennootschap wordt gebruikt als het niet de bedoeling is de aandeelhouders te verrijken maar door middel van de winst de maatschappelijke doelen van de coöperatie te bereiken.

De naamloze vennootschap is bedoeld voor grotere bedrijven. Het minimaal vereiste startkapitaal van een nv bedraagt 61.500 euro.

Maar in de geest van de nieuwe vennootschapswetgeving is de besloten vennootschap (bv) de vennootschapsvorm bij uitstek waarmee ondernemersambities flexibel en zelfs zonder startkapitaal kunnen worden waargemaakt.

Zonder maatschappelijk kapitaal

De bv, de nieuwe bvba, is een flexibeler vennootschapsvorm die rekening houdt met verschillende kapitaal vereisten.

De bv lijkt in belangrijke mate op de bvba zoals we die kennen. Beiden maken het mogelijk het privévermogen van een ondernemer af te scheiden van zijn bedrijf. Als het bedrijf in moeilijkheden komt, zullen de schuldeisers niet aan de privébezittingen van de ondernemer kunnen. Het grote verschil is dat een bvba een maatschappelijk kapitaal moet hebben, terwijl daar bij een bv geen sprake meer van is. Het enige wat u nog moet garanderen is een ‘toereikend aanvangsvermogen’.

Dat is in feite een meer economische en ook meer op de realiteit gerichte manier om met het vermogen van een vennootschap om te springen. De kapitaalvereisten zijn niet meer absoluut, maar kunnen worden afgestemd op de reële behoeften. Dat maakt van de bv een flexibelere vennootschapsvorm die rekening kan houden met verschillende kapitaalvereisten.

‘De verplichting over een toereikend eigen vermogen te beschikken bestaat ook nu al op basis van de algemene zorgvuldigheidsnorm’, verduidelijkt advocaat Olivier De Keukelaere van het advocatenkantoor Cazimir. ‘Maar onder het nieuwe WVV zal de oprichter nog meer dan vroeger verplicht worden stil te staan bij de vraag wat voor zijn voorgenomen activiteit een toereikend aanvangsvermogen is. Maar dat vergroot alleen maar de kans op een succesvolle opstart.’

Het is een goede zaak dat het businessplan aan belang wint. Het zet een ondernemer aan na te denken over de financiële kant van zijn plannen en in de toekomst te kijken.
Mark Delboo
Advocaat

‘De nieuwe wetgeving over het aanvangsvermogen verandert niet echt veel’, zegt notaris Christophe Blindeman. ‘Onder de huidige wetgeving is kapitaal een boekhoudkundige post binnen het eigen vermogen aan de passiefzijde van de balans. Het is vandaag een bij wet minimaal gewaarborgd garantievermogen voor derden. Bij de kapitaalloze bv zal dit as such niet meer figureren op de balans. Het geld dat een ondernemer inbrengt in zijn vennootschap bij oprichting en dat nodig is om de vennootschap te laten werken, moet wel nog altijd binnen het eigen vermogen worden geboekt.’

De oprichters van een bv kunnen niet alleen de omvang maar ook de aard van hun inbreng zelf bepalen. Zo zal het ook niet uitgesloten zijn een idee, knowhow of zelfs arbeidstijd in een bv onder te brengen. Hoe de waarde van bepaalde vormen van inbreng wordt bepaald, moet nog duidelijk worden.

Geen nattevingerwerk

Dat wil echter niet zeggen dat een bv met financieel nattevingerwerk kan worden opgericht. Bij de oprichting moet altijd een financieel plan worden opgesteld. In lijn met de huidige regeling moeten ondernemers een schatting van de inkomsten en de uitgaven van hun bedrijf maken voor een periode van minstens twee jaar na de oprichting. Bovendien moet een plan op tafel liggen waaruit duidelijk wordt hoe de schulden de eerste twee jaar betaald zullen worden. Het belang van het financieel plan wordt door de nieuwe wetgeving nog aangescherpt. Het WVV bepaalt welke elementen het financieel plan zeker moet bevatten.

‘Ik vind het een goede zaak dat het businessplan aan belang wint. Het zet een ondernemer aan na te denken over de financiële kant van zijn plannen en in de toekomst te kijken’, zegt advocaat Mark Delboo. ‘De ondernemer maakt die oefening best met zijn accountant, al zijn er zeker ook ondernemers die hiervoor geen hulp nodig hebben.’

Als de starter niet genoeg middelen op tafel legt om die eerste jaren financieel te overbruggen, riskeert hij persoonlijk op te draaien voor de schulden van zijn onderneming. ‘Op het vlak van de oprichtersaansprakelijkheid zijn er geen fundamentele wijzigingen’, zegt advocaat Ellen Quintelier van Cazimir. ‘Als het aanvangsvermogen bij de oprichting duidelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de activiteit voor ten minste twee jaar, zijn de oprichters onder het WVV hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de vennootschap als die na minder dan drie jaar failliet gaat. Die regeling sluit aan bij de huidige oprichtersaansprakelijkheid.’

Het WVV voert geen wettelijke controle in op de correcte opmaak van het financieel plan. Net zoals onder het huidige recht moet het financieel plan ook onder het WVV niet openbaar worden gemaakt. ‘De notaris stelt de oprichtingsakte op en is verantwoordelijk voor het in ontvangst nemen van het financieel plan’, zegt Blindeman. ‘Het WVV schrijft zeven punten voor die in het financieel plan moeten worden opgenomen. De notaris controleert of het plan daaraan beantwoordt, maar zal zich er verder niet mee inlaten. Het financieel plan wordt drie jaar bewaard en blijft confidentieel.’

‘Uiteindelijk moet een rechter na een faillissement binnen drie jaar oordelen of het aanvangsvermogen al dan niet ‘kennelijk ontoereikend’ was’, zegt Delboo.

Balans- en liquiditeitstest

Omdat een bv geen maatschappelijk kapitaal heeft, is ook geen sprake meer van kapitaalverminderingen en -verhogingen. De financiële inleg kan wel worden teruggegeven via een eenvoudige uitkering. Een nieuw element in de bv is de ‘uittreding ten laste van het vermogen’. Dat is de transactie die plaatsvindt als een aandeelhouder uit de bv stapt. Zo’n uitstap kan pas vanaf het derde boekjaar.

Aandeelhouders kunnen zich ook niet eender welke sommen uitkeren. Twee tests dienen als een soort ingebouwde veiligheid: de balanstest en de liquiditeitstest. De balanstest moet duidelijk maken dat het netto-actief niet negatief wordt. Daarvoor wordt gekeken naar de recentste jaarrekening of naar de recentste staat van actief en passief. De liquiditeitstest gaat na of de vennootschap na de uitkering zijn schulden het komende jaar nog kan terugbetalen.

Wachten of niet?

De vraag is of een ondernemer in spe niet beter wacht met de oprichting van een vennootschap. ‘Ik zou als aanstormende ondernemer niet wachten op de nieuwe wet en nu al starten met een bvba. De verschillen tussen een bvba en een bv zijn daarvoor niet groot genoeg’, zegt Delboo.

‘Wachten met de oprichting van een bv om niet te moeten voldoen aan de minimumkapitaalverplichting biedt, afhankelijk van de bedrijvigheid, niet altijd een oplossing’, zegt De Keukelaere. ‘Het belang van het financieel plan wordt door het WVV versterkt. Een ondernemer die wacht met de oprichting van een bv moet ook de verstrengde vereisten voor de opmaak van het financieel plan naleven.’

Wie nu nog een bvba opricht, moet er rekening mee houden dat hij de statuten van de vennootschap uiterlijk tegen 1 januari 2024 nog moet aanpassen aan de bepalingen van het WVV. ‘Maar dat is niet zo ingewikkeld’, zegt Delboo.

De prijs voor de omzetting van een bvba naar een bv - ereloon en administratieve kosten samen - zal zo’n 1.000 euro bedragen, exclusief btw.

Timing

Als we ervan uitgaan dat het nieuwe wetboek op 1 mei 2019 in werking treedt, dan worden de nieuwe regels van toepassing voor alle vennootschappen, verenigingen of stichtingen die vanaf dan worden opgericht. Vanaf 1 januari 2020 worden de nieuwe bepalingen dan verplicht van toepassing op alle bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen.

‘Bestaande vennootschappen, verenigingen en stichtingen hoeven nog niet meteen actie te ondernemen’, zegt De Keukelaere. ‘Ze moeten hun statuten maar aanpassen bij de eerstvolgende statutenwijziging na 1 januari 2020 en uiterlijk op 1 januari 2024.’

Vanaf 1 januari 2020 worden de nieuwe benamingen en afkortingen van toepassing, zelfs als de statuten nog niet zijn aangepast. De benaming bvba wijzigt vanaf dan met andere woorden automatisch in bv.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content