Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Student mag meer werken dankzij coronaregeling

Een student kan dit jaar meer dan 475 uur voordelig bijverdienen. De uren in het tweede kwartaal tellen niet mee.
©ImageGlobe

Wegens de sluiting van de horeca zagen veel jongeren hun inkomsten uit een studentenjob opdrogen. In andere sectoren was het daarentegen alle hens aan dek. In supermarkten en voedingsbedrijven draaiden jobstudenten extra uren.

475
uur
In principe kunnen studenten 475 uur per jaar voordelig bijverdienen.

In principe kunnen studenten tot 475 uur per jaar voordelig bijverdienen. Maar de regering heeft beslist dat de uren in het tweede kwartaal (dus in april, mei en juni) uitzonderlijk niet meetellen voor die 475 uur. Die maatregel blijft niet beperkt tot bepaalde sectoren, maar geldt voor alle studenten.

Wat betekent dat voor de uren gepresteerd in het tweede kwartaal? Op voorwaarde dat een studentenovereenkomst is getekend, wordt van het brutoloon alleen een solidariteitsbijdrage van 2,71 procent ingehouden (de werkgever betaalt een patronale bijdrage van 5,42 procent). Ook als de student al meer dan 475 uur heeft gewerkt in het eerste kwartaal of in het derde en vierde kwartaal nog 475 uur werkt. Volgens de normale regels betaalt een student die meer dan 475 uur werkt de normale socialezekerheidsbijdragen (13,07 procent).

‘De bedrijfsvoorheffing is volledig afgestemd op de regels van de sociale zekerheid. Als alleen een solidariteitsbijdrage betaald moet worden, wordt geen bedrijfsvoorheffing van het loon afgetrokken’, zegt Kristiaan Andries van SD Worx. ‘De uren die een student werkt in april, mei en juni zijn dus vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing.’

Kinderbijslag

Het aantal uren dat een student werkt, kan gevolgen hebben voor de kinderbijslag. Wie te veel werkt, riskeert (een deel van) zijn of haar kinderbijslag te verliezen. In Vlaanderen ligt de grens voor het Groeipakket - de nieuwe naam voor kinderbijslag - in principe op 475 uur. Maar ook voor de kinderbijslag is voor 2020 een uitzonderingsregeling uitgewerkt: de uren gewerkt van 1 april tot 30 juni worden niet geteld bij het aftoetsen van dat plafond.

Fiscaal ten laste

Een student die veel werkte tijdens de coronacrisis verdient ook meer. Dan bestaat het risico dat zijn of haar inkomen te hoog is om nog fiscaal ten laste te zijn van de ouders. Als dat gebeurt, moeten de ouders meer belastingen betalen. Maar ook op dat vlak is de wetgeving aangepast: de inkomsten als student in het tweede kwartaal worden niet meegerekend om te bepalen of het kind fiscaal ten laste blijft.

Strengere Europese regels voor studentenwerk in coronatijden?

Een Europese richtlijn die het coronavirus klasseert in een categorie van stoffen waaraan jongeren niet blootgesteld mogen worden, is op 24 juni in werking getreden. Dat bracht een discussie op gang over de vraag of studenten kunnen werken in sectoren met veel klantencontact, zoals de horeca en de retail.

‘De Europese regels betekenen niet dat de regels voor studentenjobs in het algemeen strenger worden’, zegt Geert Vermeir van hr-dienstverlener SD Worx. ‘Een Europese richtlijn heeft geen directe uitwerking. Ze moet omgezet worden naar Belgische wetgeving.’ België heeft daarvoor tot 24 november. ‘Bovendien vernamen we van de federale overheidsdienst dat de strengere regels alleen gelden als het risico op besmetting in de publieke ruimte hoger is dan normaal. In een kantooromgeving maar ook in de retail of horeca zou er weinig of geen impact zijn. In bepaalde jobs in de zorgsector of in laboratoria kan wel sprake zijn van een hoger risico’, zegt Vermeir.

Werkgevers kunnen zich voor een risicoanalyse laten bijstaan door hun preventieadviseur of hun externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.

‘Voor het loon verdiend buiten de periode van 1 april 2020 tot 30 juni zijn de gebruikelijke regels van toepassing’, zegt Andries. In de veronderstelling dat de student geen andere inkomsten heeft, mag hij bruto belastbaar 7.045 euro verdienen om ten laste te blijven van ouders die samen belast worden en tot 8.920 euro voor ouders die alleen belast worden.

Dat zit zo. Om te bepalen wie fiscaal ten laste is, kijkt de fiscus niet naar de inkomsten, maar naar de nettobestaansmiddelen. Het plafond verschilt naargelang de fiscale situatie van de ouders. Zijn die gehuwd of wonen ze wettelijk samen, dan worden ze samen belast en mag hun kind in 2020 niet meer dan 3.380 euro nettobestaansmiddelen hebben. Als een ouder een alleenstaande is of feitelijk samenwoont, ligt het plafond op 4.880 euro.

Bij de berekening van de nettobestaansmiddelen worden niet alle inkomsten geteld: er wordt geen rekening gehouden met de eerste schijf van 2.820 euro uit een studentenjob. Bovendien mogen kosten afgetrokken worden. Er is sowieso een forfaitaire aftrek van 20 procent, ook als geen kosten worden aangetoond, met een minimumbedrag van 470 euro.

Voor kinderen van gescheiden ouders is er een belangrijk aandachtspunt: het onderhoudsgeld. De opvoedingskosten die een van de ouders betaalt, zijn voor de fiscus geen inkomen van de andere ouder maar van het kind. Dat wordt deels beschouwd als nettobestaansmiddelen.

Belastingaangifte verplicht

‘Alleen voor de berekening van de bestaansmiddelen worden de inkomsten in het tweede kwartaal niet meegeteld. De inkomsten in april, mei en juni blijven voor de fiscus wel een inkomen van de jongere. Ze moeten net zoals in andere jaren aangegeven worden in een belastingaangifte en zullen geteld worden bij de belastingberekening voor de jongere’, zegt Andries.

Dat betekent niet automatisch dat een jongere belastingen betaalt op zijn studentenjob. ‘Alleen als een jongere meer verdient dan de belastingvrije som, betaalt hij belastingen. De grens ligt in 2020 op een netto-inkomen van 8.990 euro.’ Van de bruto-inkomsten mag 30 procent forfaitaire beroepskosten (maximaal 4.880 euro) afgetrokken worden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud