Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Veertigers met baan en kinderen vinden tijd voor vrijwilligerswerk

Zowat 1,16 miljoen Belgen zetten zich in als vrijwilliger. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van de Koning Boudewijnstichting (KBS). Het is de eerste keer dat er over vrijwilligerswerk voor ons land volledige cijfers beschikbaar zijn. De clichés worden bijgesteld: niet enkel (brug)gepensioneerden met veel tijd zetten zich vrijwillig in, ook werkende veertigers met kinderen laten zich niet onbetuigd, en 'de jeugd van tegenwoordig' haakt niet af.
Veel verenigingen steunen voor hun werking voluit op vrijwilligers. ©Wim Dirckx

Ze vervoeren zieken, leren kinderen voetballen, offeren avonden en weekends op om een vereniging te (helpen) runnen... Vrijwilligers zijn in veel organisaties een onontbeerlijke hulp, maar hoe groot hun belang is, wordt zelden in kaart gebracht.

De wet op het vrijwilligerswerk is tien jaar, een goed moment om op een rij te krijgen hoeveel mensen welke soort vrijwilligerswerk doen. 1,16 miljoen Belgen (12,5% van de bevolking van 15 jaar en ouder) steken herhaaldelijk of sporadisch onbetaald de handen uit de mouwen in een organisatie. Wordt ook het vrijwilligerswerk buiten organisaties in rekening gebracht, dan gaat het zelfs over 1,8 miljoen vrijwilligers.

Onderzoekers van de universiteit van Luik en Gent deden op vraag van de Koning Boudewijnstichting onderzoek naar vrijwilligerswerk volgens de definitie van de wet, dit wil zeggen binnen organisaties.

Dagelijks doen gemiddeld 6.000 vrijwilligers een activiteit voor een organisatie. Gemiddeld werkt een vrijwilliger bijna vier uur per week onbezoldigd, maar achter dat gemiddelde schuilen grote verschillen. Samen werken ze jaarlijks 221,2 miljoen uren onbetaald. Ter vergelijking: dat is 4,1 procent van het aantal uren dat Belgen bezoldigd aan het werk zijn. Het is meer dan het aantal betaalde werkuren per jaar in de financiële sector (176,3 miljoen uren). Of nog: 221,2 miljoen uren is het equivalent van 130.000 voltijdse banen.

Vier sectoren krijgen het meest hulp van vrijwillige krachten: sport, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en onderwijs/vorming.

Wie?

Bijna even veel mannen als vrouwen doen aan vrijwilligerswerk. Wat hebben ze een voorkeur voor licht verschillende taken. Zo nemen mannen iets vaker leidinggevende functies op zich en taken die verband houden met geschoold en semi-geschoold werk. Vrouwen vervullen vaker dienstverlenende functies. Mannen zijn ook beter vertegenwoordigd in de sportsector, terwijl men vrouwen meer vindt in onderwijs en religieuze organisaties. Wat echter vooral opvalt, is dat vrouwen en mannen zich zowat evenveel vrijwillig inzetten in de sectoren maatschappelijke dienstverlening en gezondheidszorg, tegen de verwachting of perceptie in dat vrouwen meer actief te zijn in de zorg voor mensen.

Evenzeer in strijd met het clichébeeld blijkt dat 60+'ers zich in verhouding minder als vrijwilliger engageren: slechts goed 10 procent van hen doet vrijwilligerswerk, waar dat bij de veertigers bijna 15 procent is. Toch vormen 60+'ers, doordat ze met zovelen zijn, de grootste groep vrijwilligers: bijna één Belgische vrijwilliger op de vier is ouder dan 60. Vooral voorbij 70 à 75 jaar neemt het engagement vrij snel af. In de andere leeftijdscategorieën zet ongeveer 13 procent zich als vrijwilliger in, ook bij de 15- tot 30-jarigen: de jongeren engageren zich dus even hard.

Meer dan de helft van de vrijwilligers hebben een betaalde job, en nog eens ruim één op tien studeert nog. Twee op de tien zijn met (vervroegd) pensioen. Werklozen en arbeidsongeschikten doen minder aan vrijwilligerswerk, maar dat heeft ook met de wettelijke beperkingen te maken: zij mogen niet als vrijwilliger werken tenzij met expliciete toestemming van de RVA, en dat is in de praktijk een serieuze drempel.

Vrijwilligerswerk doen wordt meer vanzelfsprekend naargelang iemands opleidingsniveau stijgt. Onder universitair geschoolden doet 23,4 procent vrijwilligerswerk, bij mensen die ten hoogste lager secundair doorliepen, zakt dat onder 10 procent. 'Dit is internationaal zo', zegt onderzoekster Lesley Hustinx. 'Overal verrichten mensen die economisch, sociaal en cultureel sterker staan, ook meer vrijwilligerswerk. Ze worden ook gemakkelijker aangesproken door verenigingen, omdat ze een sterker netwerk hebben, gezochte capaciteiten enzovoort.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud