Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Wat is uw vangnet als uw zaak ten onder gaat?

Door de lockdown staat zowat een derde van de zelfstandigen het water aan de lippen. Op welke steun hebt u recht als u beslist te stoppen met uw zaak of - in het slechtste geval - failliet gaat?
©Photo News

S chuldeisers mogen sinds een maand weer het faillissement vorderen van een bedrijf dat zijn facturen niet betaalt. Een faillissementengolf blijft voorlopig uit. Om een eventuele schok op te vangen zijn er voor zelfstandigen die door de coronacrisis geraakt zijn enkele federale uitkeringen.

De maatregelen zijn gebaseerd op de steun die al langer bestaat voor zelfstandigen die in financiële moeilijkheden komen. Ook los van de coronacrisis kan het gebeuren dat een zelfstandige zaak niet goed draait of dat ze door onverwachte omstandigheden in de problemen komt. Als uw zaak daardoor failliet gaat of u moet uw activiteiten een tijdlang of definitief stopzetten, dan hebt u geen recht op een werkloosheidsuitkering. U kunt als zelfstandige wel een overbruggingsrecht aanvragen.

Waar heeft een zelfstandige in moeilijkheden recht op in normale omstandigheden?

Het ‘klassieke’ overbruggingsrecht is een financiële uitkering die zelfstandigen maximaal 12 maanden ontvangen als ze failliet gaan of hun activiteiten stoppen. Als u minstens 15 jaar als zelfstandige aan de slag bent, kunt u tot maximaal 24 maanden een uitkering ontvangen.

In principe kan een zelfstandige in vier mogelijke situaties een beroep doen op het overbruggingsrecht: een faillissement, een collectieve schuldenregeling, een gedwongen onderbreking - bijvoorbeeld als het bedrijf afbrandt - en economische moeilijkheden.

De uitkering bedraagt 1.614,10 euro met gezinslast en 1.291,69 euro zonder gezinslast. Tijdens de periode waarin u de uitkering ontvangt, blijft u ook maximaal vier kwartalen in orde met uw ziekteverzekering.

Het klassieke overbruggingsrecht is alleen mogelijk als u geen uitkering van de RVA ontvangt. ‘Het sociaal verzekeringsfonds moet daarom een bewijs van de RVA hebben dat er geen potentieel recht is op werkloosheidsuitkeringen’, zegt Franky Haesevoets, afgevaardigd bestuurder van het sociaal verzekeringsfonds Xerius.

Na de stopzetting van de activiteiten moet de zelfstandige een aanvraag voor een werkloosheidsuitkering indienen. De zelfstandige heeft daarvoor een loopbaanattest nodig met vermelding van de einddatum van de zelfstandige activiteit.

Belangrijk om weten is dat een periode van overbruggingsrecht niet meetelt voor de pensioenopbouw, waardoor het finale pensioenbedrag lager kan uitvallen.

Bovendien kan het overbruggingsrecht een invloed hebben op het vervroegd pensioen. Om een loopbaanjaar op te bouwen hebt u minstens twee betaalde kwartalen nodig in hoofdberoep. Als iemand failliet ging in augustus 2019, maar het eerste en het tweede kwartaal werden nog betaald, dan telt dat jaar nog mee als loopbaanjaar. Zonder twee betaalde kwartalen verliest de zelfstandige een loopbaanjaar, wat een impact heeft op de datum waarop hij vervroegd met pensioen kan gaan.

Waar heeft de zelfstandige in moeilijkheden recht op tijdens de coronacrisis?

Sinds het voorjaar van 2020 zijn almaar meer zelfstandigen in de problemen geraakt door de coronacrisis en de -maatregelen. Daarom zijn de mogelijkheden van het overbruggingsrecht uitgebreid en toegespitst op probleemsituaties door de economische malaise of een verplichte sluiting. Intussen spreken we van een dubbel coronaoverbruggingsrecht, verschillende vormen van crisisoverbruggingsrecht en een versoepelde vorm van het ‘klassieke’ overbruggingsrecht.

DUBBEL CORONA- OVERBRUGGINGSRECHT

Het coronaoverbruggingsrecht is een vorm van werkloosheidsuitkering voor zelfstandigen die door de coronamaatregelen hun activiteiten moeten stopzetten. Tot eind september 2020 werd 1.614,10 euro met gezinslast en 1.291,69 euro zonder gezinslast uitbetaald. Sinds oktober 2020 - en intussen tot 30 juni 2021 - werden die bedragen verdubbeld. Zonder gezinslast betekent dat 2.583,38 euro per maand en met gezinslast 3.228,2 euro.

Die steun geldt in twee gevallen:

> De coronamaatregelen hebben u verplicht uw zaak te sluiten. Het gaat vooral om bedrijven uit de horeca en de evenementensector.

> Uw bedrijf is afhankelijk van een verplicht gesloten sector en u besliste elke activiteit volledig te onderbreken. Een onderneming is afhankelijk van een verplicht gesloten sector als minstens 60 procent van de activiteiten daarmee verbonden is. Denk aan een brouwer die vooral aan de horeca levert.

CRISISOVERBRUGGINGSRECHT

Door de coronacrisis werd het overbruggingsrecht specifieker toegespitst op situaties waarin zelfstandige ondernemers sinds het voorjaar van 2020 kunnen terechtkomen. Er is sprake van drie pijlers.

1. Gedwongen onderbreking

De eerste pijler is bestemd voor zelfstandigen die hun zelfstandige activiteit volledig moeten onderbreken door de gezondheidsmaatregelen van de overheid. Zolang het dubbele overbruggingsrecht van kracht is, treedt die eerste pijler niet in werking, beklemtoont het kabinet van federaal minister van Middenstand en Zelfstandigen David Clarinval (MR). Het dubbele overbruggingsrecht is verlengd tot 30 juni.

2. Omzetdaling

Wie een groot deel van zijn omzet verliest, maar niet voor een sluiting kiest, kan een beroep doen op het ‘enkel’ overbruggingsrecht. We spreken dan over een uitkering van 1.614,10 euro met gezinslast en 1.291,69 euro zonder gezinslast. De sector waarin u actief bent, speelt geen rol. Wie een aanvraag indient voor februari 2021 moet in januari 2021 een omzetdaling van 40 procent hebben tegenover januari 2019.

3. Quarantaine en zorg voor een kind

Ook als u in quarantaine moet en daardoor uw zelfstandige activiteiten minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen onderbreekt, kunt u het enkel overbruggingsrecht aanvragen. Daarvoor moet u een quarantaineattest kunnen voorleggen. De steunmaatregel geldt van 1 januari tot 31 maart 2021. U kunt de uitkering aanvragen tot het einde van het tweede kwartaal volgend op de periode waarvoor u de uitkering aanvraagt.

De steunmaatregel kunt u ook gebruiken om minstens zeven kalenderdagen tijdens een kalendermaand voor uw kind van jonger dan 18 jaar te zorgen. Dat kan gebeuren als uw kind in quarantaine geplaatst is of als het afstandsonderwijs moet volgen. De regeling geldt tussen 1 januari en 31 maart 2021. U kunt de uitkering aanvragen tot het einde van het tweede kwartaal volgend op de periode waarvoor u de uitkering aanvraagt.

VERSOEPELD KLASSIEK OVERBRUGGINGSRECHT

De drempel voor een aanvraag van het klassiek overbruggingsrecht is onlangs verlaagd. Om van die regeling te genieten moet het faillissement of de stopzetting van de activiteit plaatsvinden tussen 1 april 2020 en 31 maart 2021. Die termijn kan de regering nog bij Koninklijk Besluit verlengen.

Er zijn vier belangrijke versoepelingen:

Combinatie met werkloosheidsuitkering wordt mogelijk

Het klassieke overbruggingsrecht dat bijvoorbeeld bij een faillissement wordt aangevraagd, is alleen mogelijk als de zelfstandige geen uitkering van de RVA krijgt. Door de versoepeling is het voortaan cumuleerbaar met andere vervangingsinkomsten tot een bepaald plafond.

Ook als u uw zelfstandige activiteiten voor een quarantaine onderbreekt, kunt u het enkel overbruggingsrecht aanvragen.

Dat geldt met name voor zelfstandigen die op het moment van hun faillissement of de stopzetting van hun activiteit recht hebben op een werkloosheidsuitkering of een uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Als de ontvangen bedragen lager zijn dan het overbruggingsrecht, kunnen ze een aanvulling aanvragen om aan dat niveau te komen.

Uitbreiding van de periode van het overbruggingsrecht

De toekenning van het klassieke overbruggingsrecht is niet langer beperkt tot 12 of 24 maanden gedurende de loopbaan. Als een zelfstandige al aan zijn limiet zit, kan hij zolang de coronamaatregelen gelden toch een beroep doen op het overbruggingsrecht. Het overbruggingsrecht dat hij in 2020 en 2021 opvraagt, telt later niet mee als een nieuw overbruggingsrecht wordt aangevraagd.

Lagere instapdrempel voor starters

Om toegang te krijgen tot het klassieke overbruggingsrecht moeten starters slechts twee kwartalen aan sociale bijdragen hebben betaald in plaats van vier. Die tijdelijke versoepeling geldt voor alle zelfstandigen die de jongste drie jaar zijn begonnen met hun activiteit.

Overbruggingsrecht telt mee voor pensioen

De maanden waarin een zelfstandige het overbruggingsrecht heeft genoten, worden voor de berekening van zijn pensioen voortaan gelijkgesteld met perioden van activiteit. ‘Door de coronacrisis werd de regeling tijdelijk aangepast. De nieuwe regeling geldt vanaf het vierde kwartaal van 2020’, zegt Haesevoets. De kwartalen waarvoor overbruggingsrecht wordt uitbetaald tellen dus mee voor de pensioenberekening en als loopbaanjaar voor het vervroegd pensioen.

Die tijdelijke maatregel is van toepassing op faillissementen en stopzettingen van activiteit die plaatsvinden tussen 1 april 2020 en 31 maart 2021. Het is niet uitgesloten dat die periode wordt verlengd.

Combineren met Vlaamse steun is mogelijk

Zelfstandigen die door de coronacrisis getroffen zijn, kunnen ook voor steun aankloppen bij de Vlaamse overheid. Het Nieuw Vlaams Beschermingsmechanisme (NVB) is een subsidie die 10 procent bedraagt van de omzet exclusief btw tijdens dezelfde periode in 2019. Zelfstandigen in bijberoep hebben recht op 5 procent steun. Voor starters wordt de omzetdaling vergeleken met de verwachte omzet vermeld in het financieel plan.

Die steun kan worden gecombineerd met het overbruggingsrecht. ‘Bij het overbruggingsrecht gebeurt de aanvraag door de zelfstandige’, zegt Franky Haesevoets, afgevaardigd bestuurder van Xerius. ‘Komt hij in aanmerking voor de premie, dan wordt een vast bedrag betaald. Dat bedrag wordt belast. In het geval van het Vlaams Beschermingsmechanisme doet de onderneming de aanvraag. De subsidie is vrijgesteld van belastingen en wordt uitbetaald aan de onderneming.’
Cafés en restaurants, maar ook andere ondernemingen die sinds 2 november verplicht sloten, hebben automatisch recht op de steun. Ze moeten geen omzetdaling bewijzen. Een uitzondering geldt voor eetgelegenheden die normaal meer dan de helft van hun omzet uit takeaway halen, zoals snackbars. Zij moeten aantonen dat ze 60 procent minder omzet draaien.

De steun bij omzetverlies is begrensd en hangt af van de referentieperiode. De maximale steun bedraagt:

Voor de periode 1 oktober tot 15 november 2020:
> 11.250 euro voor ondernemingen tot 9 werknemers.
> 22.500 euro met 10 tot 49 werknemers.
> 60.000 euro met 50 werknemers of meer.

Voor de periode 19 oktober tot 5 november 2020 én voor wie verplicht de deuren sloot:
> 7.500 euro voor ondernemingen tot 9 werknemers.
> 15.000 euro met 10 tot 49 werknemers.
> 40.000 euro met 50 werknemers en meer.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud