Wat kost een mobilhome?

©siska vandecasteele

In een mobilhome staan vrijheid en onafhankelijkheid centraal. Maar de ene camper is de andere niet...

In 2015 kocht cameraman Johan Roggeman (54) een Thor Windsport 34J van liefst 10,5 meter lang en 2,55 meter breed. ‘Naar Amerikaanse normen een deftige middenklasser’, lacht hij.

‘Ik was al lang gek van zo’n ruim Amerikaans exemplaar’, zegt hij. Het monster weegt 9.990 kilogram. Zonder de 600 liter water en 300 liter benzine, goed voor een actieradius van dik 1.000 kilometer. De 6.8-liter V10-motor van Ford verbruikt dus zo’n 27 liter per 100 kilometer. ‘Ik wil een lpg-installatie inbouwen, dan halveren de brandstofkosten.’

Roggeman voerde hem zelf in vanuit Texas. ‘Via Engeland, waar onder meer de elektriciteit en de buitenverlichting werden aangepast aan de Europese normen. Daar werd hij ook gehomologeerd, waarna een evaluatie volgde bij de Belgische keuringsdienst. Al bij al verliep de procedure vrij vlot. Ik had vooraf wel een jaar research gedaan. Je kan ze ook kant-en-klaar in Engeland kopen. Dan is de procedure de helft korter, maar betaal je 30.000 euro extra.’

De Thor ziet er duurder uit dan hij is. ‘Iedereen denkt dat dat een ding van 200.000 euro is. Ik betaalde 94.000 dollar, of omgerekend 83.000 euro. Plus 3.500 euro voor de overzet per boot, 7.000 euro aan invoertaksen en 9.000 euro voor de ombouw.’

Vijf televisies

Mobilhomes zijn vrijgesteld van de eenmalige belasting op inverkeerstelling (BIV). De jaarlijkse verkeersbelasting bedraagt zo’n 150 euro. Op tolwegen betaal je wel het twee- tot drievoudige van een personenwagen. Roggeman betaalt 1.400 euro voor een fullomniumverzekering. Een eerste onderhoud hoeft pas na 40.000 mijl (zo’n 64.000 kilometer).

Met een druk op de knop wordt de linkerwand over 8 meter 50 cm breder. Er is een volwaardige Whirlpool-ijskast met ijsmachine, een keuken, een digitale radio, vijf televisieschermen, een echte douche en een apart toilet. ‘Merken als Entegra Coach en Tiffin bieden ook campers aan van 450.000 dollar’, zegt Roggeman. ‘Met luchtvering en nog betere motoren. Dat zijn rijdende luxehotels, inclusief marmeren keuken, regendouches en een open haard.’

Hij schuift de wand weer in en demonstreert zijn rijkunsten. Speciaal daarvoor haalde hij zijn rijbewijs C. ‘Als het gewicht onder 7,5 ton blijft, volstaat C1, onder 3,5 ton mag je met een B rijden.’

‘Ik beleef er veel plezier aan. Door het enorme venster heb je live cinema: je kijkt boven de auto’s uit. Gelukkig is mijn gezin er ook gek van. Van april tot oktober gebruiken we hem zowat tweewekelijks samen. Soms huren we ter plaatse een auto. Al zou ik ook Vespa’s kunnen meenemen. Ikzelf gebruik hem ook vaak voor het werk. Ik maak bedrijfsfilms en reis veel. Op een bepaald moment kon ik geen hotel meer zien.’

Is de camper voor Europa niet te groot? ‘In Frankrijk kan ik gerust nationale en departementale wegen volgen. Vooraf moet je wel polsen waar je kunt kamperen. Op straat, in een bosweg of bij een vriendelijke wijnboer is dat gratis. In Frankrijk zijn er ook veel gratis parkings. Elders betaal je vaak 7 tot 25 euro. Je krijgt dan stroom, water, een toilet en een douche. We kamperen ook wild. Maar de kinderen willen graag een zwembad, dus gaan we ook naar de betere campings. Daar betaal je 15 tot 80 euro en meer voor de topplaatsen.’

Hopeloos verliefd

Roggeman krijgt veel ruimte en luxe voor zijn geld. De meeste Europese mobilhomes zitten in de vork van 50.000 tot 75.000 euro. Die zijn wel veel zuiniger. Met zijn gevaarte gaat hij lijnrecht in tegen de trend naar kleinere kampeerwagens. De camperbeurs in Düsseldorf wijdt sinds vorig jaar een complete zaal aan vans. Dat zijn tot kampeerwagen omgebouwde bestelwagens, met de Volkswagen California als oervader. Die kost minstens 43.911 euro. Het voordeel: je kan hem als dagelijkse auto gebruiken en er perfect met zijn vieren in reizen. Je moet dan wel tevreden zijn met weinig ruimte, een basic keuken en een buitendouche. Maar velen die er eentje huren (reken op 1.200 euro per week) zijn nadien hopeloos verliefd.

De vraag is wanneer een camper echt rendeert. Een model van 50.000 euro op tien jaar afschrijven, komt overeen met zo’n 100 nachten per jaar in een basic hotel. De restwaarde beschouw je maar beter als het budget voor kosten en herstellingen. Gebroken ruiten, afgebroken spiegels, hagel- en andere schade komen vaker voor dan bij gewone auto’s. Een (kleine) omniumverzekering is een must. Onder meer Vlaamse Kampeertoeristen (VKT) biedt interessante formules aan. De restwaarde van mobilhomes lijkt de voorbije jaren ook gedaald, doordat het aanbod op de tweedehandsmarkt groter werd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content