Geen torenhoge kosten meer voor ondernemers bij vervroegde terugbetaling krediet

©Photo News

Ondernemers die een krediet vervroegd terugbetalen, krijgen soms een rekening van tienduizenden euro’s. Vaak onterecht, beslist de rechter.

Ondernemers winnen terrein in hun strijd tegen de soms torenhoge vergoedingen die banken aanrekenen als ze een krediet vervroegd terugbetalen. In drie recente uitspraken van de rechtbank van koophandel in Brussel winnen de ondernemers het pleit en moet de bank - het gaat telkens om BNPP Fortis - inbinden.

De ondernemers waren een investeringskrediet aangegaan voor de aankoop van een onroerend goed: een appartement, een grond of een woning. Toen ze dat krediet vroeger dan voorzien wilden terugbetalen, rekende de bank een wederbeleggingsvergoeding aan, ook bekend als een ‘funding lossvergoeding’. Ter illustratie: op een vervroegd terug te betalen kapitaal van 123.427 euro eiste BNPP Fortis een vergoeding van 35.474 euro.

In de drie vonnissen besliste de rechter dat de ondernemers maar zes maanden intrest aan de bank verschuldigd zijn als wederbeleggingsvergoeding. En niet de ettelijke tienduizenden euro’s die BNPP Fortis van de kredietnemers eiste. In het aangehaalde voorbeeld bracht de rechter het bedrag dat de ondernemer als wederbeleggingsvergoeding moet betalen, terug van 35.474 euro tot 3.191 euro, minder dan een elfde.

De advocaten van BNPP Fortis adviseerden de bank om tegen de uitspraken beroep aan te tekenen, maar het is nog niet duidelijk of dat ook gebeurt.

Lening of kredietopening?

‘De hamvraag is altijd of het een lening op intrest betreft of een kredietopening’, zegt Luc Stolle, de advocaat van de ondernemers die de rechtszaken hadden aangespannen.

Als de bank een lening toekent, kan de funding loss bij een vervroegde terugbetaling maximaal zes maanden intrest op de vervroegd terugbetaalde som bedragen. Bij een kredietopening kan de bank een hogere vergoeding vragen.

Banken verpakken een lening op intrest als een kredietopening, omdat ze dan meer dan zes maanden intrest als vergoeding kunnen eisen.

Daarom ‘verpakken’ de banken een lening al eens als een kredietopening. Maar de ondernemingsrechtbank in Brussel doorprikt die strategie. ‘De recente uitspraken zijn ontzettend belangrijk omdat de rechter goed uitlegt waarom het geen kredietopeningen, maar leningen op intrest zijn’, bevestigt Lieven Cloots van de studiedienst van Unizo.

Bij een lening neemt de ondernemer het geleende bedrag bijna onmiddellijk na de toekenning op, bijvoorbeeld om er de koopsom voor zijn appartement, grond of woning mee te betalen. Voorts moet de kredietnemer het krediet volgens een strikte afbetalingsregeling van bijvoorbeeld 240 maandelijkse aflossingen aan de bank terugbetalen. Ook kan de ondernemer het al terugbetaalde bedrag niet opnieuw opnemen, zonder een uitdrukkelijk en nieuw akkoord van de bank.

Bij een kredietopening kan de kredietnemer het krediet opnemen wanneer hij wil. Hij kan het geleende bedrag ook terugbetalen wanneer het hem het beste schikt. Bij een kredietopening kan de ontlener het terugbetaalde bedrag ook opnieuw opnemen. Kortom, bij een kredietopening, zoals een kaskrediet, heeft hij een veel grotere vrijheid.

Kmo

Voor kmo’s bestaat er sinds 2014 een specifieke regeling. Voor kredietovereenkomsten die zijn toegestaan sinds 10 januari 2014, kan de bank bij een vervroegde terugbetaling hooguit zes maanden intrest als funding loss aanrekenen. Dat op voorwaarde dat de kmo niet meer dan 1 miljoen euro leent. Het maakt niets uit of het gaat om een lening of om een kredietopening.

Die regel werd versoepeld door een wet van 21 december 2017. De aanpassing houdt in dat kmo’s bij een vervroegde terugbetaling van een lening of van een kredietopening maar zes maanden intrest verschuldigd zijn, voor zover dat krediet niet hoger is dan 2 miljoen euro. ‘Maar die versoepeling geldt alleen voor nieuwe kredieten, die zijn aangegaan vanaf 8 januari 2018’, meldt Isabelle Marchand, woordvoerster van de bankenkoepel Febelfin.

©Jacques Moeraert

‘Voor kredieten van 1 tot 2 miljoen euro die zijn aangegaan voor 10 januari 2014, bestaat alleen een gedragscode’, vervolgt Cloots. ‘In die code beloven de banken alleen dat ze het bedrag van de funding loss ‘geval per geval’ zullen bekijken en dat ze eventueel rekening zullen houden met de financiële moeilijkheden waarin de kmo-ondernemer zich bevindt. Maar zo’n gedragscode biedt geen structurele oplossing.’

Van kmo-ondernemers die al een krediet kregen voor 1 januari 2014 en dat nu vervroegd willen terugbetalen, proberen banken nog altijd een hoge wederbeleggingsvergoeding te eisen. Vooral voor die kredieten is het dus van belang na te gaan of het om een lening of een kredietopening gaat. ‘Daarom zijn de drie recente uitspraken van de rechtbank van koophandel in Brussel zo interessant. Vanuit het oogpunt van de ontleners vormen ze een positieve kentering’, vult Cloots aan. ‘Vroeger gebeurde het meer dat de ondernemer gewoonweg werd veroordeeld om de vergoeding te betalen die de bank op basis van de kredietovereenkomst vroeg.’

De advocaten van BNPP Fortis wijzen erop dat ‘de rechtspraak over deze problematiek nog altijd verdeeld is. ‘Het Hof van Cassatie, het hoogste rechtscollege in ons land, heeft zich er nog niet over uitgesproken. Wellicht zal zo’n uitspraak nodig zijn om de rechtszekerheid te herstellen’, zegt Daniel Van der Mosen, de raadsman van BNPP Fortis.

Te veel betaald?

Blijft de vraag of een ondernemer die in het verleden te veel heeft betaald als funding loss, dat geld nog kan terugvorderen. In de drie zaken waarover de ondernemingsrechtbank in Brussel zich onlangs uitsprak, hadden alle kredietnemers van meet af aan aan BNPP Fortis gemeld dat ze helemaal niet met de gevraagde wederbeleggingsvergoeding akkoord gingen. Dan is er geen probleem.

Maar wat als de ondernemer de vergoeding heeft betaald en daarover nooit een opmerking of enig voorbehoud heeft geformuleerd? De rechtbank herinnert eraan dat de kredietnemers een wettelijke bescherming genieten. Eenvoudig verwoord zegt de rechtbank dat de ondernemer maar  afstand kan doen van die bescherming  als hij weet dat ze bestaat. Met andere woorden: als u niet wist dat de bescherming bestond, en als dat ook uit niets blijkt, kan u de funding loss terugvragenOok als de bank die mogelijkheid in het kredietcontract heeft uitgesloten. Om het te veel betaalde terug te vorderen beschikt u over een termijn van tien jaar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content