Hoe krijgt u uw aanvullend pensioen sneller in handen?

©REUTERS

Wie met pensioen gaat, wil ook meteen zijn aanvullend pensioen ontvangen. Toch kan het geld soms pas een jaar later op uw rekening verschijnen, zonder extra rendement. Hoe kunt u op een snelle uitbetaling rekenen?

Stel: u ging op 1 januari 2017 met vervroegd pensioen. Ruim een jaar later, begin 2018, ontving u een brief van een verzekeringsmaatschappij waaruit blijkt dat u recht hebt op een aanvullend pensioen van 200.000 euro, een extra spaarpot die werd opgebouwd bij een vroegere werkgever. De verzekeraar vraagt u om de afrekening of de ‘vereffeningskwitantie’ te ondertekenen en ze vervolgens terug te sturen. Bij controle van de afrekening blijkt dat de intresten en de deelnames in de winst zijn berekend tot 1 januari 2017 en niet tot op de datum waarop u, ruim een jaar later, de afrekening ontvangt. De pensioeninstelling betaalt u dus geen intresten of een winstdeelname over 2017 uit. Terecht of niet?

Het overkwam een lezer die vond dat hij ook recht had op de intresten en de winstdeelname over 2017. Hij hield voet bij stuk waarna de verzekeraar hem een aangepaste vereffeningsfiche overmaakte per 1 januari 2018. En waarna de verzekeraar de betrokkene een extraatje van circa 10.000 euro over 2017 uitkeerde.

Het voorbeeld is interessant omdat het een aantal vragen oproept. Wanneer moet de pensioeninstelling het aanvullend pensioen uitkeren? Is het mogelijk dat u de afrekening van uw aanvullend pensioen pas ontvangt lang nadat u met pensioen bent gegaan? En tot slot: is het dan rechtvaardig dat de pensioeninstelling de intresten en de winstdeelnames van die tussenperiode opstrijkt?

1 Wanneer moet de pensioeninstelling het aanvullend pensioen uitkeren?

Sinds begin 2016 is de uitbetaling van het aanvullend pensioen onlosmakelijk verbonden met het moment waarop u effectief met pensioen gaat.

Het is in principe niet meer mogelijk om het aanvullend pensioen eerder op te nemen. Vroeger gebeurde het vaak dat een werknemer of een zelfstandige voor de pensioenleeftijd, die nu nog op 65 jaar ligt, stopte met werken en het kapitaal van een aanvullend pensioen liet uitkeren om de jaren tot aan de wettelijke pensioenleeftijd financieel te overbruggen. Dat is nu alleen nog mogelijk voor werknemers en zelfstandigen die in 2016 al dicht bij de pensioenleeftijd stonden. Het kan ook nog voor wie vervroegd met pensioen kan gaan, maar toch besluit om langer te werken en mits het pensioenreglement van uw werkgever die uitkering vervroegd toelaat.

Omgekeerd mag de pensioeninstelling ook niet talmen om u het aanvullend pensioen uit te keren als u met (vervroegd) pensioen gaat. Dat impliceert dat de pensioeninstelling - een verzekeraar of een pensioenfonds - op de hoogte wordt gebracht van het feit dat u met pensioen gaat.

2 Hoe weet de pensioeninstelling dat u met pensioen gaat?

Gaan de pensioeninstellingen met het extra rendement lopen?

De verzekeraars en de pensioenfondsen strijken het rendement behaald tussen de datum van pensionering en de datum van uitkering niet op. ‘De rendementen blijven gewoon in de onderliggende beleggingsfondsen zitten en komen toe aan de mensen die wel nog bij een pensioenplan zijn aangesloten’, zegt Frank Rietjens, specialist aanvullende pensioenen bij Assuralia.

Sinds 2017 brengt Sigedis - dat is de overheidsinstelling die alle gegevens over de aanvullende pensioenen centraliseert - de verzekeraars en de pensioenfondsen op de hoogte als iemand met pensioen gaat. ‘Elke week sturen we naar de pensioeninstellingen een lijst met de namen van mensen die met pensioen gaan’, zegt Sigedis-directeur Steven Janssen. De medewerkers van Sigedis weten via de federale pensioendienst wie stopt met werken en weten ook wie recht heeft op een aanvullend pensioen. Volgens Janssen worden de pensioeninstellingen soms ruim een jaar, vaak een aantal maanden en soms een week voor de pensionering van een aangesloten werknemer of zelfstandige verwittigd.

3 Waarom kan het lang duren voor u de melding krijgt dat u recht hebt op een aanvullend pensioen?

Tot eind 2016 was het aan de werkgever om de pensioeninstelling te verwittigen als een van zijn werknemers met pensioen vertrok en dat leidde doorgaans niet tot problemen.

Dat lag enigszins anders als u, aan de vooravond van uw pensioen, niet meer werkte voor een werkgever die destijds wel bijdragen voor uw aanvullend pensioen had gestort. En als u de pensioenspaarpot, opgebouwd bij een vorige werkgever, nooit had overgedragen aan uw nieuwe werkgever. In het jargon bent u dan ‘een slaper’ en spreekt men van ‘een slapend contract’. Uw vorige werkgever stort geen bijdragen meer in de groepsverzekering of het pensioenfonds, om de eenvoudige reden dat u ook niet meer voor hem werkt. ‘Tot eind 2016 moesten de slapers de verzekeraar of de pensioeninstelling van de vorige werkgever zelf verwittigen als ze met pensioen vertrokken’, zegt An Van Damme, advocaat gespecialiseerd in aanvullende pensioenen (Claeys & Engels).

Sinds 2017 is het dus aan Sigedis om dat te doen, maar de overheidsinstelling is daar om allerhande praktische beslommeringen pas midden vorig jaar mee begonnen. En dat heeft ertoe geleid dat de pensioeninstellingen in bepaalde gevallen maar na juli 2017 op de hoogte zijn gebracht van het feit dat u al sinds eind 2016 of begin 2017 met pensioen bent.

4 Op welk pensioenkapitaal hebt u dan recht?

Volgens de wet mag de verzekeraar of het pensioenfonds uw aanvullend pensioen maar berekenen tot op de datum dat u met (vervroegd) pensioen vertrekt. Omdat er nu nogal wat gepensioneerden zijn die de afrekening pas ontvingen maanden nadat ze al met pensioen zijn gegaan, doen sommige verzekeraars een commerciële geste. Soms keren ze de intresten en de deelnames in de winst over 2017 toch uit. Maar ze zijn daar niet toe verplicht.

5 Krijgt u voor de uitbetaling van het aanvullend pensioen altijd een afrekening ?

De pensioeninstelling moet het kapitaal uitkeren binnen 30 dagen nadat ze alle noodzakelijke gegevens van u heeft ontvangen.

De verzekeraars of de pensioeninstellingen moeten de aanstaande gepensioneerden sinds 2016 altijd eerst een afrekening of een vereffeningskwitantie sturen. Volgens Frank Rietjens, specialist aanvullende pensioenen bij Assuralia, gebeurt dat normaal een aantal maanden voor de pensionering en wanneer Sigedis de pensioeninstelling daarover informeert.

‘De verzekeraar zal vragen op welk rekeningnummer hij het pensioenkapitaal mag storten. Hij kan ook bewijsstukken, zoals een kopie van de identiteitskaart, vragen die aantonen dat u wel degelijk de persoon bent die recht heeft op het aanvullend pensioen.’ Daarnaast vraagt de pensioeninstelling weleens een attest dat bewijst dat u tot uw 65ste effectief beroepsactief bent geweest, zodat uw pensioenkapitaal onder het gunstige belastingtarief van 10 procent valt.

6 Moet u de afrekening terugsturen binnen een bepaalde termijn?

Wettelijk bent u niet verplicht om de fiche terug te sturen binnen een bepaalde termijn. Maar hoe sneller u de fiche terugstuurt, hoe sneller u het pensioenkapitaal zult ontvangen. ‘De pensioeninstellingen zijn namelijk verplicht om het aanvullend pensioen uit te keren binnen 30 dagen nadat ze alle noodzakelijke gegevens van u hebben ontvangen’, zegt Van Damme. ‘In die zin heeft de aangeslotene er zelf alle belang bij om zo snel mogelijk te reageren op de brief van zijn pensioeninstelling’, zegt ook de toezichthouder FSMA.

Als u dat niet doet, zult u allicht nog een herinneringsbrief van de pensioeninstelling ontvangen. Als uw aanvullend pensioen zes maanden na uw pensionering nog steeds niet is uitgekeerd, zal ook Sigedis u nogmaals contacteren.

7 Wat kunt u doen als u niet akkoord gaat met de afrekening?

U kunt de fiche altijd terugsturen en duidelijk maken dat u niet akkoord gaat met de afrekening. Maar volgens de FSMA gebeurt dat uiterst zelden.

Als u meent recht te hebben op een hoger bedrag dan het bedrag dat u voorgesteld wordt, kunt u wel al de uitbetaling eisen van het kapitaal waarover geen discussie bestaat.

U dreigt echter van een kale reis thuis te komen als u vindt dat u ook recht hebt op het rendement opgebouwd na uw pensionering. Met name als u lang op de uitkering van uw aanvullend pensioen hebt moeten wachten omdat de verzekeraar of het pensioenfonds laat op de hoogte is gebracht van uw pensionering. ‘De pensioeninstelling is wettelijk niet verplicht het rendement dat tussen uw pensionering en de datum van uitbetaling is behaald aan de aangeslotene te bezorgen als zij zelf alle regels correct heeft nageleefd’, benadrukt de FSMA.

En dat is pijnlijk voor de werknemers die eind 2016 of begin 2017 met pensioen zijn gegaan en hun pensionering zelf hadden moeten doorgeven aan de pensioeninstelling van een vorige werkgever. ‘Als de gepensioneerde voor eind 2016 met pensioen is gegaan en hij bij een vorige werkgever nog een pensioenspaarpot had staan, dan moest hij de pensioeninstelling zelf op de hoogte brengen. Heeft hij dat niet gedaan, dan kan hij nu geen nalatigheidsintresten of een andere compensatie eisen omdat hij zijn afrekening laattijdig ontvangt’, stelt Van Damme.

Als de laattijdige uitbetaling enkel en alleen is te wijten aan een fout van de pensioeninstelling, dan kunt u wel een schadevergoeding vragen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als u alle noodzakelijke gegevens aan de pensioeninstelling hebt doorgegeven, maar toch nog langer dan 30 dagen moest wachten op de uitkering van uw aanvullend pensioen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content