Is uw aanvullend pensioen gewaarborgd als uw werkgever risico's neemt?

©Ã‚© Norbert Schaefer/CORBIS

Steeds meer werkgevers beslissen het aanvullend pensioen voor het personeel op te bouwen via een beleggingsverzekering waarbij het kapitaal niet gegarandeerd is. Deelt u als werknemer in de brokken als de gestorte premies in rook opgaan? En kunt u dat verhinderen?

Veel werknemers hebben uitzicht op een aanvullend pensioen : een kapitaal dat wordt uitgekeerd als u met pensioen gaat en dat een welkome aanvulling biedt op het wettelijk pensioen.

Uw baas mag de spaarpot voor uw aanvullend pensioen niet zelf beheren. Hij moet een beroep doen op een verzekeringsonderneming of op een pensioenfonds. Zo bent u als werknemer beschermd tegen een eventueel faillissement van uw werkgever.

Om de spaarpot voor het aanvullend pensioen op te bouwen hebben de ondernemingen drie keuzemogelijkheden.

1. Tak21-spaarverzekering

De eerste mogelijkheid is een tak21-spaarverzekering, een product dat wordt aangeboden door de verzekeraars. De verzekeringsonderneming belooft de werkgever een bepaald rendement op de gestorte premies. Daar kan een deelname in de winst bovenop komen.

Belangrijk is dat de werkgever erop mag vertrouwen dat de verzekeringsonderneming de premies niet belegt in risicovolle producten. De bijdragen kunnen niet ‘in rook opgaan’ door bijvoorbeeld een beurscrash. Als uw werkgever dit jaar 1.000 euro stort in een tak21-spaarverzekering, dan heeft hij de garantie dat de verzekeraar die 1.000 euro, vermeerderd met het gewaarborgde rendement, zal uitkeren als u met pensioen gaat.

Om hun verplichtingen na te komen, moeten de verzekeringsondernemingen kapitaalbuffers aanleggen. Een tak21-spaarverzekering wordt daarom bestempeld als een veilig product.

De keerzijde is dat de rendementen van tak21-spaarverzekeringen de jongste jaren bedroevend laag zijn. Basisrendementen van 0,25 tot 0,75 procent op jaarbasis volstaan niet om de inflatie van gemiddeld 2 procent bij te benen.

2. Tak23-verzekering

De werkgever kan ook kiezen voor een tak23-verzekering, een product dat aan populariteit wint. Sommige verzekeraars zetten het in de kijker. Een tak23-verzekering biedt doorgaans een hoger rendement dan een tak21-spaarverzekering, omdat de verzekeraar wat meer risico’s mag nemen met het geld.

Anderzijds is de verzekeringsonderneming niet verplicht het bedrag van de ontvangen premies te waarborgen. Als u met pensioen gaat of van job verandert, kan een deel van de spaarpot voor uw aanvullend pensioen in waarde zijn gedaald, bijvoorbeeld door een beurscrash. Evenmin is de verzekeraar verplicht een rendement te garanderen.

De werkgever is de laatste garant van de rechten van de werknemer.
Wauthier Robyns, woordvoerder Assuralia

Zijn er tekorten, dan is het aan uw baas om die bij te passen. Als werknemer mag u niet de klos zijn. Veronderstel dat uw werkgever tijdens uw loopbaan 100.000 euro stort in een tak23-verzekering voor de opbouw van uw aanvullend pensioen. Op het ogenblik dat u met pensioen vertrekt, kan de verzekeraar geen 100.000 euro, maar slechts 80.000 euro uitkeren. Het is dan aan uw werkgever om het tekort of 20.000 euro bij te passen.

Bovendien moet de werkgever zijn werknemers een minimumrendement garanderen. Als de verzekeraar niet met dat rendement over de brug komt, is het aan uw baas om die rendementsverplichting met eigen middelen te financieren. ‘Stort uw werkgever dit jaar 1.000 euro voor de opbouw van uw aanvullend pensioen, dan moet hij daarop een minimaal rendement waarborgen dat nu 1,75 procent rente per jaar bedraagt, ook als de verzekeraar daarop een lager rendement biedt’, zegt Jan Proesmans, advocaat gespecialiseerd in aanvullende pensioenen bij Stibbe. ‘De werkgever is de laatste garant van de rechten van de werknemer’, bevestigt ook Wauthier Robyns, de woordvoerder van de federatie van de verzekeraarsfederatie Assuralia. ‘Zijn er tekorten, dan is het aan de werkgever om die bij te passen.’

3. Pensioenfonds

Een derde mogelijkheid is dat uw werkgever aanklopt bij een pensioenfonds. Dan geldt dezelfde filosofie als bij een tak23- spaarverzekering. De Belgische pensioenfondsen investeren gemiddeld 43 procent in obligaties en 38 procent in aandelen. Dat levert op langere termijn hogere rendementen op dan een tak21-spaarverzekering. Het reële rendement (na aftrek van de gemiddelde inflatie van 2,1 procent) van de Belgische pensioenfondsen bedraagt sinds 1985 4,7 procent per jaar.

Aan een pensioenfonds hangen minder risico’s dan aan een tak23-verzekering.
Philip Neyt, voorzitter PensioPlus

Ook bij een pensioenfonds kunnen de gestorte bijdragen in waarde dalen. En ook dan is het aan de werkgever om eventuele tekorten bij te passen. De pensioenfondsen zijn alleen verplicht om de toevertrouwde kapitalen naar best vermogen te beheren, net zoals de verzekeringsondernemingen in tak23-producten.

‘Toch zijn aan een pensioenfonds minder risico’s verbonden dan aan een tak23-verzekering’, zegt Philippe Neyt, de voorzitter van PensioPlus, de Belgische vereniging van pensioeninstellingen. ‘De pensioenfondsen zijn verplicht om buffers aan te houden. Voor tak23-fondsen geldt die verplichting niet. Recente Europese stresstests hebben uitgewezen dat het gemiddelde Belgische pensioenfonds twee opeenvolgende beurscrashes zonder kleerscheuren overleeft.’

Voor welke van de drie bovenstaande formules uw werkgever ook kiest, als werknemer hebt u weinig te vrezen. De werkgever moet eventuele tekorten altijd bijpassen. Dat wordt een andere verhaal als uw werkgever zelf in financieel zwaar weer terechtkomt, of erger nog: failliet gaat.

Inspraak

Daarom hebben de werknemers toch iets in de pap te brokkelen bij de keuze voor de opbouw van een aanvullend pensioen. Als een aanvullend pensioen wordt opgebouwd voor alle werknemers in een sector is er altijd inspraak via hun vertegenwoordigers. Op sectorniveau kan een aanvullend pensioen pas worden ingevoerd via een collectieve arbeidsovereenkomst.

Wordt er in een aanvullend pensioen voorzien op het niveau van één enkele onderneming, dan beslist in principe alleen de werkgever over de invoering of de wijziging van het pensioenplan. ‘Maar als het pensioenplan in een persoonlijke bijdrage van de werknemers voorziet en het plan voor alle werknemers in de onderneming geldt, dan hebben zij (via de vertegenwoordigers van het personeel) wel het recht mee te beslissen’, zegt Proesmans. ‘Dat medebeslissingsrecht geldt voor hoe het aanvullend pensioen wordt gefinancierd en ook voor de formule (tak21, tak23 of pensioenfonds). Ook gelden dan sowieso consultatie- en informatieverplichtingen tegenover de werknemers.’

Tot slot nog een weetje als de keuze op een pensioenfonds valt. Vertegenwoordigers van het personeel beheren die fondsen mee. ‘De raad van bestuur van een pensioenfonds is paritair samengesteld. Hij telt naast de vertegenwoordigers van de werkgever, evenveel vertegenwoordigers van de werknemers’, zegt Neyt. De personeelsvertegenwoordigers beslissen mee welke sommen in obligaties, in aandelen of in andere activa worden belegd.’

Volgens Neyt zitten de werknemersvertegenwoordigers er niet voor spek en bonen bij. ‘Het gaat om vakbondsafgevaardigden die vaak een jarenlange expertise in de materie hebben opgebouwd.’

Waar zit het geld voor uw aanvullend pensioen?
Waar zit het geld voor uw aanvullend pensioen?

De meeste werkgevers lopen liever geen risico’s en storten de bijdragen voor de opbouw van een aanvullend pensioen in een tak21-spaarverzekering. In 2016 stopten de bedrijven bijna 40 keer meer in tak21-spaarverzekeringen dan in een tak23-verzekeringen. ‘Toen inden de verzekeraars bijna 4,3 miljard euro aan premies voor groepsverzekeringen in tak21, tegenover 128 miljoen euro in tak23’, meldt Wauthier Robyns, de woordvoerder van de verzekeraarsfederatie Assuralia.

Definitieve cijfers voor 2017 zijn er nog niet. Maar het staat wel al vast dat werkgevers vorig jaar aanzienlijk meer premies hebben gestort in tak23-verzekeringen dan in 2016. Assuralia schat dat de premies voor tak23-groepsverzekeringen vorig jaar met 30 tot 45 procent zijn gestegen. De reden is dat die producten - hoewel ze meer risico’s inhouden - hogere rendementen bieden.

De verzekeraars beheren samen zo’n 60 miljard euro voor het aanvullend pensioen van werknemers. De Belgische bedrijfspensioenfondsen beheren samen 30 miljard euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content