Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Check als kmo of bezwaarschrift nodig is om extra belasting te vermijden

Kmo’s die een fiscaal vriendelijke liquidatiereserve hebben aangelegd zonder aan alle voorwaarden te voldoen, riskeren extra belasting te betalen boven op de voorheffing die al betaald werd. Dat kunnen ze alleen voorkomen als ze binnen de zes maanden met een bezwaarschrift vrijwillig afstand doen van het oorspronkelijke voordeel, blijkt uit een recente brief van de fiscus.
©BELGA

Bij 13.135 vennootschappen kwam eind vorige week een aangetekende brief aan over de bijzondere bijdrage die werd betaald voor de aanslagjaren 2012, 2013 en 2014 bij het aanleggen van een liquidatiereserve. Die reserve is een soort spaarpot die kmo's fiscaal gunstig als liquidatiedividend kunnen uitkeren op het moment dat de activiteiten worden stopgezet of na een periode van vijf jaar. Ze komt neer op het ‘pensioen’ van de zelfstandige.

13.135
vennootschappen
Bij ruim 13.000 vennootschappen viel vorige week een aangetekende brief in de bus naar aanleiding van het aanleggen van een liquidatiereserve.

De brief van de fiscus lijkt op het eerste gezicht een wat late onschuldige bevestiging van betaling van die anticipatieve heffing, maar de essentie ligt elders. ‘De brief meldt dat de bezwaartermijn van zes maanden om terugbetaling van die belasting te vragen, ingaat op datum van deze brief voor de aanslagjaren 2012, 2013 en 2014,’ zegt Francis Adyns, adviseur-generaal van de FOD Financiën.

Even recapituleren

Om de reikwijdte goed te begrijpen moeten we teruggaan naar het begin van het verhaal. Op 1 oktober 2014 werd de roerende voorheffing op de liquidatiereserve van 10 naar 25 procent opgetrokken (intussen gaat het al om 30%). Om de schok voor heel wat zelfstandigen te verzachten, kwam er een overgangsmaatregel voor vennootschappen die tussen 1 juli 2013 en 30 september 2014 werden geliquideerd of een kapitaalverhoging op een bijzondere wijze organiseerden.

Om de schok van de hogere roerende voorheffing te verzachten kwam er een overgangsmaatregel.

De reserves in de vennootschap konden als dividend aan de aandeelhouders worden uitgekeerd tegen een roerende voorheffing van 10 in plaats van 25 procent. Het ontvangen nettodividend moest wel meteen via een kapitaalverhoging weer in de vennootschap worden ingebracht.  Grote vennootschappen kunnen dan met een kapitaalverlaging na acht jaar dat kapitaal zonder bijkomende belasting uitkeren. Kleine vennootschappen kregen die mogelijkheid na vier jaar.

Aanvankelijk kon alleen voor 2013 en 2014 een reserve worden aangelegd. Maar voor vennootschappen met een gebroken boekjaar werd daar naderhand ook het aanslagjaar 2012 aan toegevoegd.

Permanent systeem

Sinds het aanslagjaar 2015 werd de overgangsmaatregel een permanent systeem, weliswaar alleen voor kleine vennootschappen. Sindsdien kan de winst van het boekjaar volledig of gedeeltelijk in een liquidatiereserve worden ondergebracht. Op het gereserveerde bedrag is meteen een vennootschapsbelasting van 10 procent verschuldigd. Wie zijn vennootschap liquideert, betaalt dan geen roerende voorheffing meer bij de uitkering van de liquidatiereserve.

2015
aanslagjaar
Sinds het aanslagjaar 2015 kan de winst van het boekjaar volledig of gedeeltelijk in een liquidatiereserve worden ondergebracht.

Het is ook mogelijk om na vijf jaar een dividend uit te keren tegen een veel lager tarief dan de roerende voorheffing. De roerende voorheffing bedraagt al 30 procent, maar wie van het systeem van de liquidatiereserve gebruikmaakt, kan na vijf jaar de uitkering doen tegen 5 procent.  Samen met de aanvankelijke belasting bij het vormen van de reserve komt dat in totaal uit op een goede 13 procent.

Voorwaarden

Om van het gunstige overgangsregime voor de aanslagjaren 2012, 2013 en 2014 te genieten zijn er wel enkele voorwaarden. Uw vennootschap moet klein zijn. Dat is ze niet als ze gedurende twee opeenvolgende boekjaren meer dan een van de volgende criteria overschrijdt: 9 miljoen omzet, 4,5 miljoen balanstotaal en 50 werknemers. Komt ze daarboven uit, dan is ze op basis van de wet voor het derde boekjaar geen kleine vennootschap meer. Een ander criterium is het tijdig neerleggen van de jaarrekeningen.

Als niet alle criteria vervuld zijn, zal de fiscus een hogere belasting heffen op de bedragen die uit de liquidatiereserve worden gehaald.

Als niet alle criteria vervuld zijn, heft de fiscus een hogere belasting op de bedragen die uit de liquidatiereserve worden gehaald. Daarbij wordt dan geen rekening gehouden met de 10 procent die al betaald is en wordt de volle pot van 30 procent roerende voorheffing opgeëist. De brief van de FOD Financiën maakt duidelijk dat u zelf stappen moet ondernemen mocht u destijds niet aan alle voorwaarden voldaan hebben om van het overgangsstelsel te genieten.

U moet dan binnen de zes maanden met een bezwaarschrift de al betaalde 10 procent terugvorderen. Doet u dat niet, dan is uw 10 procent onverbiddelijk verloren als bij controle blijkt dat u niet aan alle voorwaarden voldeed. ‘Maar als de bijzondere liquidatiereserve correct is aangelegd, hoeft de belastingplichtige niets te doen’, beklemtoont Adyns.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud