Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Coronacrash geen reden voor latere opname aanvullend pensioen

Wie in deze coronatijden met pensioen gaat en een aanvullend pensioen heeft opgebouwd via een fonds, krijgt geen uitstel voor de opname van dat kapitaal. Dat antwoordt minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) op de vraag van enkele onfortuinlijken die door de coronacrisis 20 procent van hun opgebouwde pensioenkapitaal in rook zagen opgaan.
©Photo News

Een wet van 2016 bepaalt dat het aanvullend pensioen dat u hebt opgebouwd bij uw werkgever alleen kan worden opgevraagd als u daadwerkelijk met pensioen gaat. Vroeger kan niet, later ook niet. En dat laatste heeft in sommige gevallen vervelende neveneffecten.

'Wie nu met pensioen gaat en een aanvullend pensioen via een fonds opbouwde, krijgt een veel lager kapitaal dan op zijn laatste pensioenfiche vermeld stond'
Corinne Merla
Advocate bij Younity

Het overkomt de werknemers die dezer dagen met pensioen gaan en van wie de werkgever de aanvullende pensioenkapitalen had ondergebracht in een tak23-fonds of een pensioenfonds. Die fondsen beleggen in een gespreide portefeuille van aandelen en obligaties, en zijn dus vatbaar voor de grillen van de beurs. Sommige fondsen verloren tijdens de coronacrisis in een maand meer dan 20 procent van hun waarde.

Vraag

Net daarom hebben enkele prille gepensioneerden de vraag aan Bacquelaine voorgelegd om een uitzondering op de wet toe te staan en uitstel van opname te krijgen. Volgens Corinne Merla, advocate bij Younity, krijgen die personen als de wet wordt toegepast een veel lager kapitaal dan ze op hun laatste pensioenfiche zagen staan. 'Door de opname uit te stellen, kunnen ze mogelijk nog een deel van het verlies goedmaken als de beurzen herstellen', zegt ze. Die techniek is trouwens perfect mogelijk bij het individuele pensioensparen via een fonds. Daar moet u uw kapitaal opvragen na de leeftijd van 60 jaar, maar kunt u zelf beslissen wanneer precies.

In de aanvullende pensioenen is er al een rendementsgarantie van 1,75 procent per jaar die door de werkgever moet gegarandeerd worden.
Daniel Bacquelaine
Minister van Pensioenen (MR)

Toch lijkt Bacquelaine niet van plan in een uitzondering te voorzien. ‘De genoemde situatie doet zich alleen voor bij aanvullende pensioenen gekoppeld aan een fonds, niet bij een groepsverzekering van het type tak21 of bij pensioenplannen met vaste prestatie', luidt het op het kabinet. Bovendien geldt voor alle plannen een rendementsgarantie. ‘In de aanvullende pensioenen is er al een rendementsgarantie van 1,75 procent per jaar die de werkgever moet garanderen. Dat betekent dat de pensioenspaarder dat minimumrendement krijgt, ongeacht de evolutie op de beurzen. Het systeem is er net om kapitaalverlies te vermijden', luidt het bij Bacquelaine.

Lange termijn

De kans is bovendien groot dat werknemers die via een pensioenfonds sparen een veel hoger rendement hebben gehaald dan 1,75 procent per jaar, ondanks de coronacrisis. Tussen 1985 en 2019 haalden de fondsen een gemiddeld rendement van 6,7 procent per jaar. Dat ligt beduidend hoger dan het rendement dat groepsverzekeringen van het tak21-type over die periode haalden. Het is trouwens de werkgever die bepaalt hoe de aanvullende pensioenen van zijn werknemers belegd worden, via een groepsverzekering of via een pensioenfonds. De werknemer kan daar zelf niet over beslissen. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud