Wat is uw situatie?

Veelgestelde vragen

Uw pensioen van A tot Z

Anticipatieve heffing

Bij pensioensparen houdt de bank of de verzekeraar op uw 60ste een bevrijdende belasting in, de zogenaamde anticipatieve heffing. De stortingen die u doet tussen uw 60ste en 65ste zijn daardoor belastingvrij, terwijl ze wel een fiscaal voordeel opleveren.

Aanvullend pensioen

Het pensioen van de tweede pijler. Dat is het pensioen dat u opbouwt via uw werk, zoals een groepsverzekering voor werknemers of een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ), een individuele pensioentoezegging (IPT) of pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ).

Alleenstaandenpensioen

Het rustpensioen dat u krijgt op basis van uw eigen loopbaan. Alleen als u gehuwd bent en uw echtgenoot geen of nauwelijks eigen inkomsten heeft, wordt uw pensioen verhoogd tot een gezinspensioen. In alle andere gevallen ontvangt elke partner zijn eigen alleenstaandenpensioen.

Ambtenaar

Magistraten, militairen en politiebeambten hebben een ambtenarenstatuut. Net zoals alle andere personen die voor een openbare instelling werken en definitief benoemd zijn. Maar niet iedereen die voor de overheid werkt, is een vastbenoemde ambtenaar. In het zomerakkoord van 2017 besliste de regering-Michel om vaste benoemingen te beperken tot 'gezagsfuncties', en dus van de vaste benoemingen de uitzondering in plaats van de regel te maken. Wel of niet vastbenoemd zijn heeft onder meer gevolgen voor het latere pensioen. Vastbenoemde ambtenaren genieten het ambtenarenpensioen, niet-vastbenoemde ambtenaren bouwen een pensioen op dat vergelijkbaar is met dat van een werknemer in de privésector.

Ambtenarenpensioen

Vastbenoemde of statutaire ambtenaren zijn een categorie apart op het vlak van pensioenen. Hun wettelijk pensioen ligt aanzienlijk hoger dan dat van werknemers en zelfstandigen, maar ze komen niet in aanmerking voor een aanvullend pensioen van de tweede pijler. Niet-vastbenoemde ambtenaren of contractuele ambtenaren daarentegen kunnen geen aanspraak maken op het hogere wettelijke ambtenarenpensioen. Hun pensioen wordt berekend zoals voor werknemers in de privésector. De overheid neemt maatregelen zodat ook zij een tweede pijler kunnen opbouwen.

Bedrijfsleidersverzekering

De bedrijfsleidersverzekering is een levensverzekering die een onderneming afsluit op het hoofd van de bedrijfsleider. Een van de belangrijkste doelstellingen is om de onderneming in te dekken bij een vroegtijdig overlijden of vertrek van de bedrijfsleider. In de praktijk is het ook een vorm van pensioensparen voor de bedrijfsleider.

Bedrijfspensioenplan (zie ook groepsverzekering)

Veel werknemers bouwen een bedrijfspensioen op via een pensioenfonds of groepsverzekering. Zo’n aanvullend pensioen van de tweede pijler is geliefd omdat de stortingen fiscaal voordeliger behandeld worden dan loon.

Bijverdienen (na uw pensioen)

Bent u ouder dan 65 of hebt u een loopbaan van 45 jaar achter de rug, dan mag u sinds begin 2015 onbeperkt bijverdienen tijdens uw pensioen. U moet wel een arbeidscontract sluiten of zich inschrijven als zelfstandige. Bent u jonger dan 65 en hebt u geen 45 loopbaanjaren op de teller, dan is het bedrag dat u mag verdienen beperkt.

Brugpensioen

Intussen herdoopt tot het ‘stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag' (SWT). Het is een regeling voor oudere werknemers die ontslagen worden, maar nog niet met pensioen kunnen gaan. Boven op hun werkloosheidsuitkering krijgen ze een bedrijfstoeslag, betaald door hun werkgever. Die bedrijfstoeslag wordt verder uitbetaald als de werknemer een nieuwe job vindt. Die wordt daardoor gestimuleerd ook een nieuwe baan met een iets lager loon te aanvaarden. Sinds 2015 moeten 'bruggepensioneerden' beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Dat betekent dat ze, als ze een jobaanbod krijgen, daar in principe op moeten ingaan. Wie weigert, kan zijn werkloosheidsuitkering verliezen. De voorbije jaren werden de leeftijds- en loopbaanvoorwaarde voor brugpensioen opgetrokken. Wie zelf ontslag neemt, kan geen aanspraak maken op SWT.

Contractueel ambtenaar

Een persoon die voor de overheid werkt, maar niet vastbenoemd is. Het pensioen van contractuele ambtenaren wordt op dezelfde manier berekend als voor werknemers in de privésector.

Defined benefit

zie te-bereiken-doelplan

Defined contribution

zie vaste-bijdragenplan

Derde pensioenpijler

Het aanvullend pensioen dat u bij elkaar spaart en waarvoor de overheid u fiscaal stimuleert via het systeem van het pensioensparen of het langetermijnsparen.

Eerste pensioenpijler

Het wettelijk pensioen

Extralegaal

Bepaalde vergoedingen, zoals een bedrijfswagen, een smartphone en maaltijdcheques, leveren netto meer op dan een klassieke loonsverhoging omdat ze voordeliger worden belast en/of omdat er geen of nauwelijks sociale bijdragen worden afgehouden. Het aanvullend pensioen van de tweede pijler is eveneens een extralegaal voordeel.

Extralegale voordelen

Maaltijdcheques (maar bijvoorbeeld ook ecocheques, cadeaucheques of opleidingscheques), groepsverzekeringen (pensioen- en hospitalisatieverzekeringen), een bedrijfswagen, een smartphone en een laptop, een internetverbinding thuis of het ter beschikking stellen van kinderopvang… Dat zijn allemaal voorbeelden van extralegale voordelen die boven op het loon komen. Werkgevers maken gebruik van extralegale voordelen om het loon van hun waardevolle medewerkers op te krikken. Het fiscaal en sociaal stelsel is voor elk soort voordeel verschillend.

Fiscale grensbedragen

Tal van fiscale voordelen en bedragen die verband houden met de personenbelasting zijn begrensd. Die grensbedragen worden geïndexeerd door ze te vermenigvuldigen met een coëfficiënt. Voor elk aanslagjaar worden die coëfficiënt en de nieuwe grensbedragen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Zo weet u op basis van de inkomensgrenzen in welke belastingschaal u terechtkomt. Ook voor de belastingvrije som en de toeslag voor personen ten laste en het huwelijksquotiënt bestaan grensbedragen. Hetzelfde geldt voor de hele waaier aan aftrekbare bestedingen, belastingverminderingen en -kredieten.

Gelijkgestelde periodes

Bepaalde periodes waarin u niet werkt, tellen mee voor uw pensioen alsof u wel werkte, op voorwaarde dat u een uitkering ontvangt. Denk aan periodes van ziekte, invaliditeit, arbeidsongeschiktheid, moederschapsverlof…

Gemengde loopbaan

Wanneer u tijdens uw loopbaan als werknemer, zelfstandige en/of ambtenaar heeft gewerkt, dan spreekt men van een ‘gemengde loopbaan’.

Gezinspensioen

Het gezinspensioen voor gepensioneerde werknemers is vastgelegd op 75 procent van het geïndexeerde loon. Alleen echtparen die getrouwd zijn, komen in aanmerking (wettelijk samenwonen volstaat niet). Voorwaarde is dat de echtgeno(o)t(e) van de pensioengerechtigde geen vervangingsinkomen krijgt. Een pensioen ontvangen kan wel, maar alleen als het bedrag niet hoger ligt dan het verschil tussen het gezinspensioen en het alleenstaandenpensioen. Een gezinspensioen optellen bij een ander pensioen blijft uit den boze. Zodra er sprake is van een tweede pensioen in het gezin trekt de Rijksdienst voor Pensioenen het verschil af van het gezinspensioen.

Groepsverzekering

De groepsverzekering is een populair extralegaal voordeel in het salarispakket. Tegelijk is het de meest voorkomende vorm van aanvullend pensioen bij werknemers in loondienst, de zogenaamde tweede pensioenpijler. Het gaat om een verzekering die wordt afgesloten op initiatief van de werkgever, die zich vervolgens ook ontfermt over (een deel van) de premie. Net daarom wordt de groepsverzekering ook weleens beschouwd als een ‘uitgesteld loon’. De uiteindelijke uitkering kan gebeuren in de vorm van een eenmalige kapitaaluitkering of als renteuitkering. U kan er ook voor kiezen om zelf een premie te betalen boven op de bijdrage van de werkgever. De premies die u zelf betaalt, leveren een fiscaal voordeel op van 30 procent (plus gemeentelijke opcentiemen). Zolang de 80 procentregel wordt nageleefd, zijn de premies voor de werkgever volledig fiscaal aftrekbaar.

Halftijds pensioen

Vanaf 2020 zullen werknemers die minstens 60 jaar oud zijn en die voldoen aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen in principe halftijds met pensioen kunnen gaan tot op het moment dat ze de wettelijke pensioenleeftijd bereiken (momenteel 65 jaar). In die periode ontvangen ze een halftijds pensioen en een halftijds loon, waardoor u in die periode ook nog halftijds pensioenrechten opbouwt. Het halftijds pensioen is een van de voorstellen van de regering Michel, maar de plannen zijn nog niet definitief goedgekeurd.

IGO

Wie 65 is en geen of onvoldoende pensioen krijgt, kan, weliswaar na een streng bestaansmiddelenonderzoek, een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) aanvragen bij de Rijksdienst voor Pensioenen of het lokale gemeentebestuur.

Individuele levensverzekering

Niet alleen via pensioensparen kunt u fiscaal voordelig een extra kapitaal opbouwen. Spaart u via een individuele levensverzekering (het zogenaamde langetermijnsparen), dan zijn de premies tot 2.350 euro (inkomstenjaar 2019) fiscaal aftrekbaar, goed voor een belastingvermindering van 30 procent. Van die belastingvermindering kunt u wel maar ten volle genieten als u geen fiscaal voordeel haalt uit uw woonlening.

Inkomensgarantie voor ouderen

zie IGO

Interne pensioentoezegging

Vennootschappen konden tot eind 2011 een interne voorziening aanleggen voor het pensioen van de bedrijfsleider. De vennootschap ging dan een pensioenovereenkomst aan zonder een beroep te doen op een verzekeraar (anders dan bij de individuele pensioentoezegging of IPT). De bedrijfsleider verbindt zo zijn lot aan dat van de onderneming. Bij een faillissement verliest hij zijn pensioen.

IPT

Met een individuele pensioentoezegging (IPT) bouwt een bedrijfsleider via zijn vennootschap een aanvullend pensioen op. De premies die gestort worden, zijn voor de vennootschap aftrekbaar als beroepskosten en de pensioenuitkering wordt fiscaal voordelig belast. Voor zelfstandige bedrijfsleiders met een vennootschap is het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) en de IPT een en-enverhaal. De optimale pensioenstrategie bestaat erin om eerst het (beperkte) VAPZ maximaal te benutten en dan in de IPT te storten, zodat de som van het aanvullend en wettelijk pensioen samen 80 procent van het laatste brutoloon bedraagt.

Kapitaal of maandelijkse rente

Het kapitaal dat u via de tweede, derde en vierde pensioenpijler hebt opgebouwd, kunt u laten uitkeren in de vorm van een maandelijkse rente of een eenmalige storting. Wie voor het kapitaal kiest, moet zelf zorg dragen voor het geld. Met het bedrag moet u tot het einde van uw dagen zien rond te komen. Laat u een maandelijkse rente uitkeren, dan blijft de verantwoordelijkheid voor het geld bij de verzekeraar/instelling. Mocht u langer leven dan zij hebben ingecalculeerd, dan zijn ze verplicht om u de rente te blijven betalen.

Kapitalisatiesysteem

Anders dan in het repartitiesysteem (dat België hanteert) kan men de sociale bijdragen die u betaalt, beleggen in een (collectief) pensioenfonds en het rendement uitkeren wanneer u met pensioen gaat. Overschakelen van een repartitie- naar een kapitalisatiesysteem is echter onmogelijk zonder grote overheidsreserves. Vandaar dat landen zoals Zweden hebben gekozen voor een gemengd model, het zogenaamde Scandinavische model.

Langetermijnsparen

Hebt u geen lening voor een gezinswoning of is die al helemaal afbetaald? U kunt nog een belastingvoordeel halen uit een individuele levensverzekering waarmee u extra pensioen opbouwt. Die geniet het belastingvoordeel voor het zogenaamde langetermijnsparen. De stortingen geven recht op een belastingvermindering van 30 procent, begrensd tot 2.350 euro voor het inkomstenjaar 2019.

Levenslange rente

Met een individuele pensioenspaarrekening kunt u een aardige reserve opbouwen. Maar hoe gaat u om met het gespaarde geld als u echt met pensioen gaat? U kunt het bedrag natuurlijk uitgeven, bijvoorbeeld aan een nieuwe auto. Maar u kunt het geld ook bij een verzekeraar laten omzetten in een levenslange rente. Door afstand te doen van het kapitaal, betaalt de verzekeringsmaatschappij u levenslang elke maand een vaste rente uit. Wanneer u kiest voor een rente, controleert u het best of ze ook ‘overdraagbaar’ is. Het risico bestaat dat u sterft en dat uw partner met lege handen achterblijft. Een populair compromis is dat u eerst het pensioenkapitaal opvraagt en dan, met het geld in de hand, rustig kijkt wie de beste lijfrente biedt.

Levensverzekering

Een verzekering die het leven of overleven dekt van een verzekerde na een bepaalde leeftijd. Er bestaan diverse formules. We kunnen ze in drie grote groepen onderverdelen: de overlijdensverzekering, de verzekering bij leven (spaar- of beleggingsproduct) en een gemengde formule die zowel een deel ‘overlijden’ als een deel ‘sparen’ omvat.

Loopbaanbreuk

Hebt u geen volledige loopbaan achter de rug, dan krijgt u slechts een gedeelte van het wettelijk pensioen. Om dat deel te berekenen, wordt het aantal gewerkte jaren die recht geven op een pensioen gedeeld door 45, het aantal jaren dat nodig is voor een volledige loopbaan.

Meewerkende echtgenoot

Speciaal statuut voor wie zijn of haar echtgenoot of (samenwonende) partner helpt bij het uitvoeren van een zelfstandigenactiviteit, zonder gebonden te zijn door een arbeidsovereenkomst. De meewerkende echtgenoot is onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen en moet dus bijdragen betalen. Daardoor krijgt de meewerkende echtgenoot wel rechten (zoals pensioen, kindergeld, gezondheidszorgen, invaliditeit, moederschapsverlof) en wordt hij ook belast.

Minimumpensioen

Wie minstens dertig jaar heeft gewerkt, kan aanspraak maken op een wettelijk minimumpensioen. Voor de berekening is niet de loopbaanbreuk doorslaggevend, maar het aantal jaren met minstens 208 (in sommige gevallen 156) voltijdse werkdagen.

Overlevingspensioen

Het overlevingspensioen wordt ook wel weduwepensioen genoemd. Het wordt in bepaalde gevallen toegekend aan de langstlevende echtgenoot op basis van de loopbaan van de overleden echtgenoot. Tot 2015 werd het levenslang toegekend aan de langstlevende echtgenoot van minstens 45 jaar als die ten minste 1 jaar gehuwd was met de overledene. Intussen gelden er strikte beperkingen.

Pensioen

Met ‘pensioen’ bedoelt men meestal het wettelijk rustpensioen. Dat is een vergoeding die u krijgt in ruil voor het werk dat u hebt geleverd (en de sociale bijdragen die u hebt betaald) tijdens uw loopbaan. U hebt pas recht op een pensioen als u de pensioenleeftijd hebt bereikt en als u voldoende jaren voltijdse arbeid hebt verricht. Als u de pensioenleeftijd hebt bereikt, onderzoekt de overheid zelf of u in aanmerking komt voor een pensioen. Bent u jonger, dan moet u uw pensionering aanvragen ten vroegste een jaar voor u met pensioen wilt gaan. Dat kan bij uw gemeente of bij de Federale Pensioendienst (FPD). De berekening van het pensioen verschilt voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Bij werknemers en zelfstandigen zijn het de duur van de loopbaan, het salaris en de gezinstoestand die de doorslag geven.

Pensioenbonus

In het verleden werd langer werken beloond met een pensioenbonus. Dat was een verhoging van het rustpensioen voor wie langer aan de slag bleef dan de leeftijd waarop hij of zij met (vervroegd) pensioen kon. Elke voltijds gewerkte dag leverde een extra pensioen op. Maar voor pensioenen die zijn ingegaan sinds 1 januari 2015 is die pensioenbonus afgeschaft.

Pensioenfiche

De wet op de aanvullende pensioenen (WAP) verplicht de verzekeraars en instellingen die groepsverzekeringen of een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) aanbieden om de aangesloten werknemer minstens één keer per jaar een overzicht te bezorgen. Op de pensioenfiche vindt u de premies die u hebt betaald, het gewaarborgd rendement en het totaal van de pensioenrechten dat u hebt opgebouwd tot op de vermelde datum.

Pensioenleeftijd

De leeftijd waarop u recht hebt op een volledig wettelijk pensioen. Die bedraagt momenteel 65 jaar, maar wordt opgetrokken tot 66 jaar in 2025 en tot 67 jaar in 2030.

Pensioenmalus

Sinds 1 januari 2014 behoort de pensioenmalus voor zelfstandigen definitief tot het verleden. Door de pensioenmalus verloor een zelfstandige een deel van zijn pensioen wanneer hij voor zijn 65ste stopte met werken.

Pensioenreserve

De pensioenreserve of verworven reserve is het bedrag dat u hebt opgebouwd via uw groepsverzekering. Op uw pensioenfiche vindt u zowel de pensioenreserve van het afgelopen jaar als die van het voorgaande jaar. Op die manier kunt u vergelijken.

Pensioenspaarfonds

U kunt sparen voor uw pensioen via een pensioenspaarfonds of een pensioenspaarverzekering. Kiest u voor een fonds, dan is uw rendement niet gegarandeerd, maar hangt het af van de prestaties van de beurs.

Pensioenspaarverzekering

U kunt sparen voor uw pensioen via een pensioenspaarfonds of een pensioenspaarverzekering. Kiest u voor een verzekering van tak21, dan zijn uw rendement en uw kapitaal gegarandeerd. Opteert u voor een tak23, dan is uw kapitaal gegarandeerd, maar uw rendement niet.

Pensioensparen

Deze vorm van sparen voor uw pensioen, de derde pensioenpijler, wordt fiscaal aangemoedigd. De stortingen leveren een fiscaal voordeel op van 30 procent als u maximaal 980 euro stort en van 25 procent als u maximaal 1260 euro stort (plafonds 2019). Pensioensparen kunt u doen via een pensioenspaarverzekering of via een pensioenspaarfonds. Bij een pensioenspaarverzekering laat uw verzekeringsmaatschappij vooraf weten op welk jaarlijks minimumrendement u mag rekenen. Dat kan ook 0 procent zijn. Uw rendement wordt dan volledig bepaald door de winstdeelname. Opteert u voor een pensioenspaarfonds bij een bank, dan is van een gegarandeerd minimumrendement geen sprake. Hoewel de beleggingsregels voor pensioenspaarfondsen behoorlijk streng zijn, blijft u afhankelijk van de prestaties van de beurs.

POZ

Pensioenovereenkomst voor zelfstandigen: nieuwe vorm van aanvullend pensioen waarmee zelfstandigen zonder vennootschap sinds 2018 hun wettelijk pensioen kunnen aanvullen.

Repartitiesysteem

Het Belgische pensioenstelsel is gebaseerd op een systeem waarbij de huidige actieve generatie sociale bijdragen betaalt die onder meer dienen om de pensioenen van de huidige gepensioneerden te betalen. Dat repartitiesysteem veronderstelt een solidariteit tussen de generaties. Door de vergrijzing, de stijging van het aantal gepensioneerden die almaar ouder worden terwijl het aantal jonge actieve werkenden afneemt, staat dit systeem onder druk.

Rustpensioen

Het rustpensioen of ouderdomspensioen verwijst naar het wettelijk pensioen dat werknemers, ambtenaren of zelfstandigen krijgen als ze de pensioenleeftijd hebben bereikt en het pensioen hebben aangevraagd. Voorwaarde is dat u of uw werkgever altijd de sociale bijdragen heeft betaald.

Samenwonen

Wie samenwoont (wettelijk of feitelijk), kan geen aanspraak maken op een gezinspensioen. Het pensioen van de persoon met wie u gaat samenwonen, zal daardoor niet verminderen, maar evenmin stijgen. Het wettelijk pensioen kent alleen maar het huwelijk. Een ander gevolg is dat alleen gehuwden recht hebben op een overlevingspensioen. Een onderscheid dat volgens verschillende rechtbanken gerust mag verdwijnen.

Sectorpensioenplan

In plaats van per arbeidsovereenkomst of per bedrijf een pensioenplan uit te werken, biedt de wet op de aanvullende pensioenen (WAP) de mogelijkheid om via een cao een pensioenplan voor de hele sector af te spreken.

Sociaal pensioenplan

In een sociaal pensioenplan kunnen de bijdragen voor het aanvullend pensioen - dankzij een zogenaamde ‘solidariteitsbijdrage’ - verder lopen tijdens periodes van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of invaliditeit. Niet alleen bouwt u zo pensioenrechten op, u krijgt ook een vergoeding bij blijvende arbeidsongeschiktheid of ernstige ziekte.

Sociale bijdragen

De bijdragen waarmee de sociale zekerheid van de werknemers worden gefinancierd. De sociale bijdragen spekken de verschillende takken van de sociale zekerheid: ziekte- en invaliditeitsverzekering, werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten, jaarlijkse vakantie, gezinsbijslag. Zelfstandigen zijn voor vijf van de zeven takken van de sociale zekerheid verzekerd: gezondheidszorgen, arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, moederschapsverzekering, gezinsbijslag en pensioenen. Bovendien hebben ze ook een faillissementsverzekering.

Solidariteitsbijdrage

Die speciale bijdrage dient om de sociale zekerheid te spekken. De bijdrage wordt ingehouden op sommige inkomsten, zoals het loon van studenten, de pensioenen of collectieve bonussen.

Statutair ambtenaar

Vastbenoemde ambtenaar. Vastbenoemde of statutaire ambtenaren genieten het ambtenarenpensioen na hun pensionering.

Studiejaren afkopen

Werknemers, zelfstandigen en ambtenaren kunnen studiejaren afkopen om die jaren mee te laten tellen voor het pensioen. Tot Tot 30 november 2020 kost een studiejaar afkopen 1.500 euro per studiejaar voor werknemers en zelfstandigen en 1.250 euro voor ambtenaren. Dat bedrag is fiscaal aftrekbaar.

Tachtig procentregel

De premies die u en uw werkgever betalen voor een aanvullend pensioen (via groepsverzekering, pensioenfonds, vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen, individuele pensioentoezegging, pensioenovereenkomst voor zelfstandigen) zijn slechts fiscaal aftrekbaar als ze niet tot een pensioenbedrag leiden (wettelijk pensioen + tweede pijler) dat groter is dan 80 procent van uw laatste brutosalaris. Met die regel wil de overheid de hoogste pensioenen plafonneren. De toepassing ervan is echter niet altijd even gemakkelijk en de regel is al jaren een onderwerp van discussie. De overheid zoekt manieren om misbruiken van die regel - denk aan kunstmatige verhogingen van de bezoldiging op het einde van de loopbaan - weg te werken.

Tak 21

Doet u een storting in een spaarverzekering of tak21-levensverzekering, dan ontvangt u jaarlijks een rente op het geïnvesteerde bedrag. Naast de gegarandeerde rente is er ook een variabele uitkering in de vorm van een winstdeelname. Die is niet alleen gebaseerd op de rente-evolutie, maar ook op de evolutie van de beurzen en de resultaten van de verzekeringsmaatschappij. De tak21-producten zijn onderworpen aan verscheidene taksen. Bovendien betaalt u 30 procent roerende voorheffing op de rente-inkomsten, tenzij het contract een looptijd heeft van minstens 8 jaar of door een overlijdensdekking van 130 procent te koppelen aan de verzekering.

Tak23

Een tak23-levensverzekering is vergelijkbaar met een tak21-levensverzekering. Alleen is er geen gegarandeerd rendement, maar bent u helemaal afhankelijk van de onderliggende beleggingen. Dat kunnen onder meer aandelen of obligaties zijn. Net als bij tak21-producten is een levensverzekeringstaks van 2 procent op de gestorte premies van toepassing, tenzij de tak-23 gebruikt wordt in het fiscale kader van pensioensparen. Op tak23-producten is in principe geen roerende voorheffing verschuldigd.

Tak26

Dit spaarproduct hoort thuis in het rijtje van de tak21- en tak23-levensverzekeringen. Alleen is de tak26-variant geen verzekering in de strikte zin van het woord: u kunt geen begunstigde aanduiden en ook bijkomende waarborgen zijn niet mogelijk. Net zoals een tak21-product biedt de tak26-variant een gegarandeerde rente, eventueel aangevuld met een winstbijdrage. De jaarlijkse verzekeringstaks van 2 procent op gestorte bedragen is niet van toepassing. U moet wel nog altijd 30 procent roerende voorheffing betalen op de gerealiseerde meerwaarde als u kapitaal afhaalt. Daarom worden dergelijke producten vaak gebruikt voor kortere looptijden dan 8 jaar.

Te-bereiken-doelplan

Een groepsverzekering waarbij u op voorhand perfect weet welk kapitaal u bij het bereiken van de pensioenleeftijd zult krijgen. In tegenstelling met een vaste-bijdragenplan weet u niet hoeveel u periodiek zult moeten storten als premie, omdat u niet op voorhand weet welk rendement realistisch is.

Tweede pensioenpijler

Het aanvullend pensioen dat u opbouwt via uw werk.

Universal life

Een flexibele levensverzekering. Het product wordt geassocieerd met vrijheid en soepelheid. U kunt immers het bedrag en het moment waarop u geld stort om een kapitaal op te bouwen zelf kiezen. U kunt het kapitaal bovendien op gelijk welk moment opvragen.

VAPW

Vrij aanvullend pensioen voor werknemers: nieuwe vorm van aanvullend pensioen waarmee werknemers wier werkgever geen groepsverzekering aanbiedt, vanaf 2019 hun wettelijk pensioen kunnen aanvullen.

VAPZ

Werkt u als zelfstandige, dan kunt u een tweede pensioenpijler opbouwen door een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) af te sluiten. Een VAPZ is niet verplicht, maar wel aanbevelenswaardig, aangezien een zelfstandige van alle beroepscategorieën het laagste wettelijk pensioen krijgt. Een VAPZ is mogelijk voor zelfstandigen met en zonder vennootschap, maar er gelden wel bepaalde voorwaarden. Hou er rekening mee dat uw aanvullend en wettelijk pensioen samen niet meer dan 80 procent van uw laatste brutosalaris mogen bedragen.

Vaste-bijdragenplan

Een groepsverzekering waarbij u op voorhand weet welke bijdrage u en/of uw werkgever elk jaar zullen moeten storten. Het kapitaal dat u zo opbouwt, staat te uwer beschikking zodra u de pensioenleeftijd hebt bereikt. Nadeel is dat, in tegenstelling met een te-bereiken-doelplan, u niet precies weet welk pensioenbedrag u mag verwachten.

Vervroegd pensioen

Wie een voldoende lange loopbaan achter de rug heeft, kan al vóór de wettelijke pensioenleeftijd met vervroegd pensioen. Tot 2012 kon dit vanaf 60 jaar na een loopbaan van 35 jaar. Sindsdien worden die leeftijds- en loopbaanvoorwaarde stelselmatig opgetrokken. Vanaf 2019 kan vervroegd pensioen alleen nog vanaf 63 jaar na een loopbaan van 42 jaar. Er zijn wel uitzonderingen voor wie een extreem lange loopbaan achter de rug heeft en voor wie een zwaar beroep uitoefent.

Verworven prestaties/rechten

Met verworven prestaties of rechten verwijst men naar het brutobedrag waarop u recht hebt als u uw werkgever zou verlaten (op het moment dat staat aangegeven op de pensioenfiche). Voorwaarde is dat de verworven reserve in de huidige groepsverzekering wordt gelaten.

Vierde pensioenpijler

Het appeltje voor de dorst dat u zelf bij elkaar spaart zonder dat de overheid u daar fiscaal voor aanmoedigt.

Vijfde pensioenpijler

Uw vastgoed, zowel uw eigen gezinswoning als het vastgoed waarin u investeert om bijvoorbeeld te verhuren.

Voorschot op groepsverzekering

Groepsverzekeringen kunnen als onderpand dienen voor de aankoop van een huis, maar u kunt ze ook als een soepele vorm van krediet gebruiken. In dat geval vraagt u een voorschot op de opgebouwde pensioenrechten. Die betaalt u dan maandelijks terug, met een interest die 0,5 tot 1,5 procent hoger ligt dan de gewaarborgde rente van de verzekeringspolis. Let op, u betaalt die rente tot aan uw pensionering, tenzij u het voorschot vroeger terugbetaalt.

WAP

Met de wet op de aanvullende pensioenen (WAP) uit 2003 heeft de overheid regels opgelegd voor groepsverzekeringen, pensioenplannen en het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ). Het gewaarborgd rendement was er een van. Maar ook het sociaal pensioenplan en de pensioenfiche, en het verplichte jaarlijkse overzicht van de opgebouwde rechten komen voort uit de WAP.

Weduwenpensioen

zie overlevingspensioen

Werknemer

Een werknemer wordt door een werkgever aangeworven op basis van een arbeidsovereenkomst. Hij moet een bepaalde prestatie leveren in ruil voor een wedde. De loontrekkende arbeider of bediende oefent zijn functie uit onder het gezag van een werkgever. Er bestaat dus een band van ondergeschiktheid.

Werknemerspensioen

Als werknemer bouwt u via de sociale bijdragen elk jaar pensioenrechten op.

Wettelijk pensioen

De uitkering die de overheid u bij wet garandeert na het einde van uw loopbaan. Wanneer men het heeft over de onbetaalbaarheid van de pensioenen bij een vergrijzende bevolking, verwijst men naar deze eerste pensioenpijler. De hoogte van uw wettelijk pensioen hangt af van vier factoren: het loon tijdens uw loopbaan, de lengte van uw loopbaan, uw statuut en in bepaalde gevallen ook uw gezinssituatie.

Zelfstandige

Wie voor eigen rekening werkt en niet gebonden is door een arbeidsovereenkomst (arbeider/bediende) of een statuut (ambtenaar), mag zich een zelfstandige noemen. Typisch voor een zelfstandige activiteit is dat er geen band van ondergeschiktheid is met een werkgever. Dat in tegenstelling met de activiteit van loontrekker of ambtenaar.

Zelfstandige in bijberoep

Zelfstandige in bijberoep bent u als u naast uw zelfstandige activiteit ook nog een ander beroep uitoefent. Niet de hoogte van het inkomen als zelfstandige is daarbij doorslaggevend, en ook niet de tijd die u aan die zelfstandige activiteit besteedt. Zelfstandige in bijberoep bent u als u in uw andere activiteit (als werknemer) minstens halftijdse prestaties levert.

Zelfstandigenpensioen

Zelfstandigen bouwen net zoals iedereen pensioenrechten op tijdens hun loopbaan. Ondertussen ligt het minimumpensioen van een zelfstandige even hoog als dat van een werknemer, maar het gemiddelde pensioen ligt nog steeds aanzienlijk lager.

Last modified on: