Brugpensioen nog nooit zo snel gekrompen

Bij Carrefour, dat vorige maand aankondigde 1.200 banen te schrappen, behoort brugpensioen tot de opties. ©Tim Dirven

Het aantal bruggepensioneerden is nog nooit zo fors gekrompen als vorig jaar. Toch gaat de afbouw van het stelsel trager dan volgens arbeidsmarktexperts nodig is.

Ons land telde vorig jaar maandelijks gemiddeld 84.000 bruggepensioneerden. Dat zijn er 10.000, ofwel 11 procent, minder dan in 2016. Nooit kromp het aantal werklozen met een bedrijfstoeslag, zoals bruggepensioneerden officieel heten, zo snel.

Tegenover de piek van het stelsel in 2010 zijn er nu al zo’n 36.000 minder (-30%), blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Door strengere regels stromen almaar minder mensen in het systeem, terwijl de uitstroom naar het pensioen groot is. De komende jaren wordt dat effect alleen maar groter, waardoor het aantal bruggepensioneerden snel zal blijven dalen.

Strengere regels

Het is moeilijk te geloven, maar in 2012 werden nog mensen op 50 jaar met brugpensioen gestuurd. Vandaag zijn de regels veel strenger, al is brugpensioen in bepaalde gevallen nog altijd mogelijk op 56 jaar. Toch hebben de opeenvolgende verstrengingen, eerst door de regering-Di Rupo en daarna door de regering-Michel, ertoe geleid dat het aantal mensen die voor hun 60ste met brugpensioen kunnen gaan fors is afgenomen.

Officieel wordt niet meer over brugpensioen maar over werkloosheid met een bedrijfstoeslag (SWT) gesproken. Naast een werkloosheidsuitkering krijgen bruggepensioneerden een toeslag van hun voormalige werkgever. Helemaal vrijblijvend is het stelsel niet meer. Iets meer dan 7.000 bruggepensioneerden moeten naar werk zoeken. Het overgrote deel - 77.000 - beschikt evenwel over een vrijstelling.

Alleen al in Vlaanderen raken 40.000 vacatures niet ingevuld. Met de juiste begeleiding kunnen bruggepensioneerden daarbij helpen.
Stijn Baert
Arbeidsmarktexpert

Er zijn verschillende redenen waarom mensen met brugpensioen gaan, maar meestal is de achterliggende reden dat werkgevers van een oudere werknemer afwillen en het brugpensioen een galante uitweg biedt.

Het omgekeerde gebeurt evenwel ook: werknemers vragen aan hun werkgever om hen met brugpensioen te sturen. Volgens de algemene regel kan dat pas op 62 jaar. Maar wie er een lange loopbaan heeft opzitten of jaren ’s nachts heeft gewerkt, kan nog op 59 jaar stoppen. Wie medische problemen heeft, kan dat op 58 jaar. Voor wie ontslagen wordt bij een herstructurering is brugpensioen zelfs nog altijd mogelijk op 56 jaar. Bij Carrefour, dat vorige maand aankondigde 1.200 banen te schrappen, is dat een optie.

Uitzonderingen

‘Bij het aantreden van de regering- Michel leek het erop dat er een streep door het brugpensioen zou worden getrokken’, zegt Stijn Baert, professor arbeidseconomie aan de UGent. ‘Maar dat is niet gebeurd. Er is een afname, maar eigenlijk zou die veel groter moeten zijn. Met wat strengere regels zouden veel minder nieuwe werknemers zijn ingestroomd en hadden we misschien wel 20.000 bruggepensioneerden minder kunnen hebben.’

Baert wijst naar de sociale partners, die bij de regering aandrongen op soepeler regels. Daardoor ligt de leeftijdsvoorwaarde voor mensen met een lange loopbaan of die jarenlang ’s nachts hebben gewerkt op 59 en niet op 60 jaar, zoals de regering-Michel eerst wilde.

56 jaar
herstructurering
Bij een herstructurering is brugpensioen nog altijd mogelijk op 56 jaar.

Bij een herstructurering had de leeftijdsvoorwaarde intussen op 58 jaar moeten liggen, maar ook die verhoging hebben de sociale partners afgeremd. Het is de bedoeling dat al die leeftijdsvoorwaarden tegen 2020 op 60 jaar komen te liggen. 

‘Onder meer door die uitzonderingen blijft het brugpensioen te populair, terwijl het een systeem is dat we ons niet meer kunnen permitteren’, zegt Baert. ‘Alleen in Vlaanderen raken 40.000 vacatures niet ingevuld. Met de juiste begeleiding zouden bruggepensioneerden kunnen helpen. Tegelijk weet iedereen dat de vergrijzing ons veel geld zal kosten. Dus zouden we die mensen beter aan het werk houden, zodat ze de pensioenen mee helpen te betalen.’

Enquêtes en de praktijk leren echter dat dat idee van langer werken maar moeizaam ingeburgerd geraakt bij werknemers én werkgevers.

Besparing

Het uitbetalen van werkloosheidsuitkeringen aan bruggepensioneerden kostte de overheid vorig jaar 1,3 miljard euro. Een fors bedrag, maar het is een besparing van 135 miljoen euro tegenover 2016.

Het brugpensioen staat voor ongeveer een zesde van het totale bedrag dat de RVA jaarlijks uitbetaalt aan werklozen of werknemers die met een uitkering tijdelijk minder werken. Alles samen gaat het over 7,7 miljard euro. Daarmee liggen de uitgaven 2 miljard euro onder die van 2013.

1,3 miljard euro
brugpensioen
Het uitbetalen van werkloosheidsuitkeringen aan bruggepensioneerden kostte de overheid vorig jaar 1,3 miljard euro.

De besparing werd bereikt dankzij de aantrekkende economie, waardoor de werkloosheid is gedaald en minder mensen een uitkering nodig hebben. Daarnaast werd het voor werklozen iets moeilijker om een uitkering te krijgen en werden allerhande stelsels, waaronder het brugpensioen maar ook het tijdskrediet, afgebouwd. 

De traditionele kritiek op de bezuinigingen in de werkloosheid is dat het niet om nettobesparingen gaat. Er is een gedeeltelijke verschuiving van de werkloosheid naar de invaliditeit, getuige de forse stijging van het aantal langdurig zieken, en het leefloon.

Toch is de toename van de uitgaven bij die twee groepen kleiner dan de besparing op de werkloosheid, waardoor de overheid aan het einde van de rit geld heeft bespaard.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content