netto

Waarom de ene landingsbaan de andere niet is

©BELGAIMAGE

Met een landingsbaan kunnen werknemers op het einde van hun carrière wat gas terugnemen. Maar let op: de ene landingsbaan is de andere niet.

Nu de pensioenleeftijd stelselmatig omhooggaat, zien veel mensen het niet zitten om hun carrière in hetzelfde tempo te eindigen als tijdens de beginjaren. Voor hen brengt de landingsbaan soelaas, want in een landingsbaan kiest een oudere werknemer ervoor om minder uren te presteren. Eigenlijk neemt de werknemer dan een vorm van tijdskrediet op, het zogenaamde ‘tijdskrediet eindeloopbaan’. We zetten de meest prangende vragen op een rij.

Hoeveel minder kunt u werken?

Er zijn twee regimes van landingsbanen.

  • Er is het halftijds tijdskrediet. Wie voltijds aan de slag is en werkweken klopt van 38 uur, kan met een landingsbaan de prestaties verminderen tot 19 uur per week. Maar dat kan alleen als u minstens 3/4 aan de slag bent bij de werkgevers bij wie u minder wilt werken. Werkt u bijvoorbeeld al halftijds, dan is het niet mogelijk om ook nog eens halftijds tijdskrediet te nemen.
  • Een andere mogelijkheid is het tijdskrediet van het type 1/5. Hier kunt u de wekelijkse arbeidsduur verminderen met 1 dag of met 2 halve dagen per week. Dat tijdskrediet is alleen mogelijk voor wie voltijds aan de slag is, waarbij de uren ook nog eens gespreid moeten zijn over vijf dagen of meer. Wie voltijds werkt in een regime van 38 uur over 5 dagen per week kan tijdskrediet 1/5 krijgen, wie 38 uur werkt over vier dagen kan dat niet.

Welke vergoeding krijgt u?

Werknemers in een landingsbaan krijgen nog altijd een loon van hun werkgever, maar dan volgens hun deeltijdse prestaties. Kiest u voor een halftijds tijdskrediet, dan zal ook uw loon met de helft dalen.

Pensioengids 2019

Baas over uw pensioen

De Pensioengids is op 30/3 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Nieuw!

Boven op het loon van de werkgever kan de werknemer nog een uitkering krijgen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), maar vanaf 2019 alleen nog vanaf de leeftijd van 60 jaar en wanneer de werknemer er een loopbaan van minstens 25 jaar op heeft zitten als loontrekker. ‘Mensen moeten goed het onderscheid maken tussen het recht om minder uren te presteren en het recht op een RVA-uitkering. Lange tijd liepen de voorwaarden gelijk, maar dat is intussen niet langer het geval’, zegt Geert Vermeir van het juridisch kenniscentrum van de hr-dienstenleverancier SD Worx.

In het ontwerp van interprofessioneel akkoord dat vorige maand werd gesloten, stellen de sociale partners overigens voor om de leeftijd van 60 jaar opnieuw te verlagen. Tot 2018 waren er immers al RVA-uitkeringen mogelijk in uitzonderingssituaties (zoals een onderneming in moeilijkheden, in herstructurering, een zwaar beroep of een lange loopbaan van 35 jaar) vanaf 55 jaar. De sociale partners willen dat opnieuw mogelijk maken: uitkeringen in de uitzonderingssituaties vanaf 55 jaar voor een 1/5-landingsbaan en 57 jaar voor de halftijdse variant.

De RVA-uitkering is een forfaitair bedrag, dat niet varieert in functie van het loon. Voor het halftijds tijdskrediet gaat het om een nettobedrag van 330,44 euro voor samenwonende werknemers en 421,18 euro voor alleenwonende werknemers. De netto-uitkering voor het 1/5-tijdskrediet bedraagt 153,49 euro voor samenwonende werknemers. Alleenwonende werknemers ontvangen netto 185,22 euro (zonder kinderen ten laste) of 236,09 euro (met een of meer kinderen ten laste).

Wie komt in aanmerking voor een landingsbaan?

Alleen werknemers uit de privésector komen in aanmerking voor een landingsbaan. De voorbije jaren werd de minimumleeftijd stelselmatig opgetrokken en intussen bedraagt de minimumleeftijd om in aanmerking te komen voor een landingsbaan 55 jaar. Bovendien moet u minstens een loopbaan van 25 jaar als loontrekker op de teller hebben staan.

De minimumleeftijd om in aanmerking te komen voor een landingsbaan bedraagt 55 jaar. Bovendien moet u een loopbaan van minstens 25 jaar als loontrekker op de teller hebben staan.

Hebt u er een gemengde carrière op zitten? Dan tellen de loopbaanjaren als zelfstandige of ambtenaar niet mee. Daar komt nog eens bij dat u minstens 24 maanden anciënniteit moet hebben bij uw werkgever. Mocht dat nodig zijn, dan kan in onderling overleg met de werkgever wel worden overeengekomen om die periode in te korten.

Wie kiest voor het halftijds tijdskrediet moet gedurende de 24 maanden voor het begin van de landingsbaan voltijds of minstens 3/4 aan de slag zijn geweest. Kiest u voor de 1/5-landingsbaan, dan moet u gedurende 24 maanden voltijds of 4/5 in het algemeen regime van tijdskrediet actief zijn geweest.

Welke uitzonderingen zijn er?

Soms is het al mogelijk om te kiezen voor een landingsbaan vanaf 50 jaar. ‘Het gaat dan wel om een uitzonderingsregime waaraan zeer strikte voorwaarden zijn gekoppeld’, zegt Vermeir.

Zo kunnen werknemers vanaf 50 jaar in het regime van een landingsbaan stappen (zowel halftijds als 1/5) wanneer de onderneming in moeilijkheden zit of door een herstructurering gaat.

Een halftijdse landingsbaan kan ook worden aangevraagd vanaf de leeftijd van 50 jaar wanneer de onderneming niet in moeilijkheden zit, maar wanneer de werknemer een zwaar beroep heeft uitgeoefend (minstens 5 jaar tijdens de 10 voorgaande jaren of minstens 7 jaar lang tijdens de 15 voorgaande jaren). Dat zwaar beroep moet wel een knelpuntberoep zijn. In de praktijk gaat het vooral om verpleegkundigen en verzorgend personeel in ziekenhuizen, rusthuizen en verzorgingstehuizen.

Een werknemer die niet werkt in een onderneming in moeilijkheden en die toch vanaf 50 jaar wil kiezen voor een landingsbaan van het type 1/5 moet aan een van de volgende twee voorwaarden voldoen. Ofwel moet de werknemer een zwaar beroep hebben uitgeoefend (eveneens minstens 5 jaar tijdens de 10 voorgaande jaren of minstens gedurende 7 jaar tijdens de 15 voorgaande jaren), ofwel moet de werknemer een beroepsloopbaan van minstens 28 jaar achter de rug hebben. Let wel: dat laatste is alleen mogelijk als een sectorale cao die mogelijkheid heeft vastgelegd. Die uitzondering is dus niet van toepassing bij alle werkgevers.

Kan de werkgever uw vraag voor een landingsbaan weigeren?

Een landingsbaan is geen recht in ondernemingen met hoogstens tien werknemers. De personeelsleden in zo’n bedrijf kunnen alleen kiezen voor een landingsbaan als de werkgever zijn toestemming geeft. De werkgever heeft het recht de landingsbaan te weigeren, zelfs als de werknemer voldoet aan de wettelijke voorwaarden.

In ondernemingen met meer dan tien werknemers heeft een personeelslid dat aan de wettelijke voorwaarden voldoet om in het stelsel van de landingsbaan te stappen, ook het recht om dat te doen.

Dat is anders in ondernemingen met meer dan tien personeelsleden. Zodra een werknemer voldoet aan de wettelijke voorwaarden heeft hij ook het recht in het stelsel van de landingsbaan te stappen. Let wel: de plaatsen zijn beperkt voor werknemers die een beroep doen op een uitzonderingsregime en voor de leeftijd van 55 jaar 1/5 minder willen werken volgens het stelsel van de landingsbaan, net als voor werknemers die in een halftijdse landingsbaan wensen te stappen. Volgens de algemene regel mag slechts 5 procent van de werknemers tegelijkertijd tijdskrediet opnemen. Als in een onderneming van 100 werknemers al 5 medewerkers tijdskrediet opnemen, moet een zesde werknemer wachten tot er een plaats vrijkomt. Van die beperking kan wel worden afgeweken via een sectorale cao, een ondernemings-cao of via het arbeidsreglement van de werkgever. Die beperking geldt overigens niet voor werknemers vanaf 55 jaar die 1/5 minder willen werken.

Welke invloed heeft een landingsbaan op uw pensioen?

Een landingsbaan wordt voor de opbouw van het wettelijk pensioen gelijkgesteld met prestaties, maar alleen wanneer u ook een uitkering van de RVA ontvangt. Sommige periodes zijn gelijkgesteld op basis van het normale fictieve loon, dat is het laatst verdiende loon. Andere zijn minder voordelig gelijkgesteld. ‘Dat laatste is bijvoorbeeld het geval wanneer u vanaf uw 60ste in een halftijdse landingsbaan stapt’, zegt Vermeir. ‘In dat geval worden de eerste twee jaren gelijkgesteld met het normale fictieve loon, nadien is er slechts een beperkte gelijkstelling op basis van het minimumjaarrecht. De drie laatste jaren zijn met andere woorden minder voordelig voor het pensioen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect