netto

Welke invloed heeft uw eindeloopbaankeuze op uw pensioen?

Niemand is verplicht te werken tot 65 jaar. Maar dan zult u de jaren tot aan de pensioenleeftijd wel uit eigen zak moeten overbruggen ©ANP

De voorwaarden om vervroegd met pensioen te kunnen, zijn de laatste jaren verstrengd. Tegelijk zijn de mogelijkheden om op het einde van uw loopbaan minder te gaan werken minder royaal. Welke gevolgen heeft minder werken of vroeger stoppen met werken voor uw pensioen?

De regering-Michel en de minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine (MR), vinden dat iedereen zich bewust moet zijn van de eventuele impact van zijn loopbaankeuze op het bedrag van zijn toekomstig pensioen en daarvan ook de gevolgen moet ‘aanvaarden’. Dat neemt echter niet weg dat bepaalde situaties waar u vaak zelf niet voor kiest, zoals bijvoorbeeld werkloosheid of het SWT (Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag), een steeds negatievere impact hebben op uw pensioen.

Weet dat u gedurende 45 jaar gewerkt moet hebben om een volledige loopbaan te kunnen voorleggen. Omgekeerd is niemand verplicht om tot de wettelijke pensioenleeftijd te werken, en zelfs niet tot de leeftijd van het vervroegd pensioen.

Niemand verplicht om tot de wettelijke pensioenleeftijd te werken, zelfs niet tot de leeftijd van het vervroegd pensioen.

Maar als u vroeger stopt heeft die keuze natuurlijk zijn prijs: u heeft geen enkel beroepsinkomen tot op de dag dat u met wettelijk pensioen kunt. Tijdens die periode bouwt u geen enkel recht op pensioen op. De dag dat u met pensioen gaat, zal het bedrag daarvan dus lager liggen, want het werd op een kortere loopbaan berekend.

Om recht te hebben op het minimumpensioen, moet u bovendien minstens dertig jaar gewerkt hebben en elk jaar minstens twee derde van een fulltimejob. Vanuit financieel standpunt is het meestal niet aangewezen vroegtijdig volledig te stoppen met werken.

De voorwaarden om met vervroegd pensioen te gaan of op het einde van de loopbaan in een landingsbaan te stappen, worden geleidelijk aan verstrengd. Tegelijk krijgen werknemers uiterlijk in januari 2020 een nieuw alternatief om op het einde van de loopbaan minder te werken.

1. Vervroegd pensioen 

Vandaag gaan bijna een derde van de loontrekkenden en haast alle ambtenaren met vervroegd pensioen. Een zwaar wegende tendens waaraan de regering een eind wil maken.

In 2012 kon u nog na een loopbaan van 35 jaar met vervroegd pensioen, maar er is veel veranderd op korte tijd. Vanaf 2019 moet u 63 jaar zijn en 42 jaar hebben gewerkt (dit jaar is dat nog 41 jaar), 61 jaar zijn en een loopbaan van 43 jaar hebben of 60 jaar met 44 jaar carrière achter de rug. Op mypension.be kunt u de datum waarop u normaal met pensioen gaat raadplegen, alsook de vroegste datum dat u kunt stoppen met werken (vervroegd pensioen).

Als u met vervroegd pensioen gaat, wordt u automatisch financieel gestraft omdat u minder lang bijdraagt en u uw pensioen vroeger opneemt.

2. Het tijdskrediet eindeloopbaan 

U heeft misschien nog geen zin om met vervroegd pensioen te gaan, maar speelt wel met het idee om het wat rustiger aan te doen. Het tijdskrediet eindeloopbaan maakt het voor werknemers in de privésector mogelijk hun prestaties te verminderen tot een halftijdse of viervijfdebaan. In tegenstelling tot andere formules van tijdskrediet kunt u uw prestaties niet volledig opschorten.

Toetredingsvoorwaarden? In 2018 kunt u nog tijdskrediet eindeloopbaan opnemen op uw 58ste (in sommige uitzonderlijke gevallen kan dat zelfs op 55 jaar). Vanaf 1 januari 2019 moet u wachten tot uw 60ste. Bovendien moet u minstens 25 jaar als loontrekkende hebben gewerkt en moet u minstens 24 maanden werkzaam zijn bij de werkgever bij wie u uw tijdskrediet eindeloopbaan aanvraagt. Dat is dus niet voor iedereen weggelegd.

Voorwaarden? De minimale duurtijd van het tijdskrediet eindeloopbaan bedraagt 3 maanden wanneer u halftijds gaat werken en 6 maanden voor viervijfde. Er is geen sprake van een maximale duurtijd: u kunt dit tijdskrediet dus opnemen tot op de dag dat u met pensioen gaat.

Financieel? Boven op de wedde die de werkgever betaalt voor de geleverde prestaties (halftijds of viervijfde), heeft de werknemer ter compensatie recht op een forfaitaire maandelijkse onderbrekingsuitkering van de RVA. Voor een halftijds tijdskrediet bedraagt die 330,44 euro netto (samenwonende) of 421,18 euro netto (voor een alleenstaande of met een kind ten laste). Voor een tijdskrediet van éénvijfde bedraagt de uitkering 153,49 euro netto (samenwonende) of 185,22 euro netto (alleenstaande zonder kind) of 263,09 euro netto (alleenstaande met een kind ten laste).

Let wel, het tijdskrediet eindeloopbaan heeft soms pijnlijke gevolgen voor uw pensioen. ’Wie kiest voor een tijdskrediet eindeloopbaan van éénvijfde vanaf 60 jaar tot zijn 65ste wordt niet gestraft. Maar kiest u voor diezelfde periode voor een halftijds tijdskrediet, dan worden de eerste twee jaren gelijkgesteld met een voltijdse loopbaan, maar voor de drie laatste jaren gebeurt de gelijkstelling op basis van het minimumrecht. Dat betekent dat wanneer uw loon al dan niet aanzienlijk hoger is dan het minimumrecht, u een deel van uw pensioen verliest’, zegt Michel Wuyts, directeur en consultant bij Fediplus, een organisatie gespecialiseerd in eindeloopbaan- en pensioenproblematiek.

3. Het (toekomstig) halftijds pensioen 

Tegen uiterlijk januari 2020 krijgen werknemers die voldoen aan de toetredingsvoorwaarden van het vervroegd pensioen een nieuw alternatief. Minister Bacquelaine kondigde immers de invoering van het halftijds pensioen aan.

Toetredingsvoorwaarden? ‘Vanaf zijn zestigste krijgt de werknemer die voldoet aan de voorwaarden van het (vervroegd of wettelijk) pensioen, de mogelijkheid om zijn pensioen op te nemen voor 50 procent. Om van die maatregel te kunnen genieten, moet hij gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de pensioenaanvraag minstens voor 80 procent van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn geweest. Bovendien moet hij zijn beroepsactiviteit verminderen zodat die niet meer dan 50 procent bedraagt van een voltijdse betrekking’, zegt het kabinet van Bacquelaine.

Voorwaarden? In de praktijk werkt de werknemer halftijds en krijgt hij enerzijds de helft van zijn loon en anderzijds de helft van zijn pensioen. Op het vlak van de pensioenrechten telt elk jaar dat u werkt voor een half jaar.

Financieel? ‘Het halftijds pensioen zal in de praktijk interessanter zijn dan het deeltijds tijdskrediet’, verzekert het kabinet-Bacquelaine. ‘Na een loopbaan van 42 jaar kan de loontrekkende genieten van een rustpensioen dat kan oplopen tot 2.315 euro bruto per maand. Het brutobedrag van het halftijds pensioen dat hij in dat geval uitgekeerd krijgt, bedraagt dus 1.157,5 euro.’ Uiteraard raakt niet iedereen aan dat maximum.

Het kabinet-Bacquelaine en Fediplus hebben verschillende simulaties gemaakt. Daaruit kunnen we de volgende conclusies trekken:

  • De werknemer die voor het halftijds pensioen kiest, krijgt een (soms aanzienlijk) hoger loon gedurende de laatste jaren dat hij actief is omdat hij de helft van zijn loon cumuleert met de helft van zijn pensioen – dat meestal hoger zal zijn dan de vergoeding uitgekeerd door de RVA in het kader van een tijdskrediet eindeloopbaan.
  • Zijn pensioen op 65 jaar zal wel iets lager uitvallen (30 tot 40 euro minder per maand) dan dat van de werknemer die voor halftijds tijdskrediet gekozen heeft. Dat komt uiteraard doordat die laatste pensioenrechten op zijn tijdskrediet heeft opgebouwd, terwijl het luik ‘pensioen’ van het halftijds pensioen niet toelaat om pensioenrechten op te bouwen.

Het is dus ook een kwestie van keuze en van de tijd die nodig is om een bepaalde formule te laten renderen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect