Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Aanvullend pensioen via werkgever schiet tekort

Belg spaart via tweede pijler gemiddeld amper een derde van streefbedrag.
Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine ©BELGA

Het extra pensioen dat de Belg via zijn werkgever spaart, stelt vandaag nauwelijks iets voor. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van  de toezichthouder FSMA en Sigedis, de overheidsdatabank die de aanvullende pen­sioenen van werknemers bundelt.

Gemiddeld hebben werknemers nu 14.850 euro gespaard via hun ondernemingsplannen. Dat is niet veel meer dan een eenmalig appeltje voor de dorst. Wie met zo’n spaarpot nog twintig jaar van zijn pen­sioen wil genieten, zou op een ‘extraatje’ van 742,5 euro per jaar kunnen rekenen. Dat is per maand slechts 60 euro.

Voor de meeste mensen zal het huidige spaarpotje geen grote verbetering van hun koopkracht betekenen
Steven Janssen
Algemeen directeur Sigedis

De opsteker uit de cijfers is dat wel steeds meer Belgen voor een ­bedrijfspensioen sparen. Volgens ­Sigedis nemen al 2,6 miljoen loontrekkenden deel aan die zogenaamde tweede pijler, een derde meer dan twee jaar geleden. Die forse toename is te danken aan de start van een aantal pensioenplannen in ­sectoren met zeer veel werknemers. Zowat de helft van de Belgen met een aanvullend pensioenspaarpotje spaart al via een sectorplan, en niet via de eigen onderneming.

De keerzijde is wel dat de bijdrage in die nieuwe sectorplannen bijzonder laag ligt. Wie aan zo’n sectorplan deelneemt, zet gemiddeld maar 0,93 procent van zijn loon opzij. Uit de data blijkt dat het collectieve spaarpotje geen gelijke tred houdt met de toename van het aantal spaarders. Terwijl het aantal spaarders met een derde stijgt, nam het bijeengespaarde bedrag maar met 10 procent toe. Er zit nu 34 miljard euro in de gezamenlijke spaarpot.

‘De tweede pijler is vandaag geen structurele aanvulling op het wettelijke pensioen’, stelt Steven Janssen, algemeen directeur van Sigedis. ‘Voor de meeste mensen zal het huidige spaarpotje geen grote verbetering van hun koopkracht betekenen.’

Op een congres van de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI) beklemtoonde minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) dat hij wil dat de bijdrage op termijn minstens 3 procent van het loon bedraagt.

Alleen ligt de bal in het kamp van de sociale partners. Het voorstel is zo op dezelfde onderhandelingstafel beland als de wettelijk gegarandeerde rendementen. Een compromis daarover is nog niet voor morgen. Dat bleek duidelijk uit de discussie tussen werkgevers en werknemers op het BVPI-congres.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud