netto

Deze maand wordt uw pensioenspaarpot 1% kleiner

©ANP XTRA

In september houden de banken en verzekeraars voor het vijfde opeenvolgende en laatste jaar 1 procent taks af van uw pensioenspaarpot. In ruil voor die vroegtijdige inning verlaagde de regering in 2014 de totale taks van 10 naar 8 procent, al kan het eindresultaat nadelig zijn.

De regering-Michel besliste vijf jaar geleden de taks op het pensioensparen - die op 60-jarige leeftijd wordt afgehouden - te verlagen van 10 naar 8 procent. In ruil voor die verlaging werd beslist een deel van de taks vroeger te innen. Vanaf 2015 werd vijf opeenvolgende jaren 1 procent taks afgehouden, telkens in september. De laatste afhouding gebeurt deze maand.

De vervroegde inning gebeurt door de verkoop van deelbewijzen, zodat de pensioenspaarder die niet afzonderlijk betaalt en het aan velen onopgemerkt voorbijgaat. Naargelang de bank of de verzekeraar kan het moment van afhouding verschillen. Bij KBC is dat dit jaar op 20 september, bij Argenta op 23 september voor de pensioenspaarfondsen en op 30 september voor de pensioenspaarverzekeringen.

De berekening van 1 procent taks gebeurt op basis van het werkelijk kapitaal dat de pensioenspaarder eind 2014 bijeengespaard had.

De berekening van 1 procent gebeurt op basis van het werkelijke kapitaal dat u eind 2014 bijeengespaard had. Tussen 2015 en 2019 werd dus elk jaar 1 procent van dat kapitaal afgehouden. Op 60-jarige leeftijd wordt dan de totale taks van 8 procent berekend. De voorafbetalingen die u de voorbije vijf jaar hebt gedaan, worden van dat bedrag afgetrokken.

Niet iedereen valt onder die vervroegde inning. Pensioenspaarders die pas in 2015 of later begonnen zijn, hebben de voorbije jaren geen vervroegde taks betaald. Ook vallen pensioenspaarders die in 2014 ouder waren dan 60 jaar niet onder die regeling omdat ze de volledige taks al betaald hadden. Ten slotte hebben pensioenspaarders die tijdens de voorbije vijf jaar 60 jaar zijn geworden, minder dan vijf voorafbetalingen moeten doen.

Voor de andere pensioenspaarders stelt zich de vraag of ze op het einde van de rit voordeel zullen halen uit de verlaging van de taks van 10 naar 8 procent, nu hun pensioenspaarpot al 5 procent kleiner is geworden.

Op het eerste gezicht zou je denken van wel, maar zo eenvoudig is het niet. Door de voorbije vijf jaar al een voorschot van de taks te betalen kunt u op dat bedrag geen rendement meer boeken. Anders gezegd: u mist rendement door een deel van de taks vroeger te betalen. De vraag is dan vooral of het taksvoordeel van 2 procent voldoende groot is om het gemiste rendement op de vervroegde taks te compenseren.

Kans op verlies

Het antwoord op die vraag is niet eenduidig. Drie factoren hebben een invloed: de leeftijd van de pensioenspaarder, het aantal jaren dat hij al had gestort in 2014 en het rendement dat het fonds of de verzekering na 2014 heeft gehaald en zal halen.

De kans op verlies is groter naarmate het verwachte toekomstige rendement hoger ligt. Ook de leeftijd speelt een rol. Hoe groter het kapitaal dat de pensioenspaarder al had opgebouwd in 2014, hoe meer taks hij vroeger betaalt en dus hoe meer rendement hij mist op die taks. Maar als de pensioenspaarder nog wat ouder is, slaat het nadeel weer om in een voordeel. Een 58-jarige zal in beperkte mate negatieve gevolgen dragen. Op de taks die hij vroeger heeft betaald, mist hij nauwelijks rendement omdat hij al bijna 60 jaar is. Het taksvoordeel van 2 procent is dan wellicht groter dan het rendementsverlies op de vroeger geïnde taks.

Fictief bedrag

Het bedrag waarop u op 60 jaar wordt belast, is trouwens niet het effectief opgebouwde kapitaal. Bij de fondsen is dat een fictief kapitaal, waarbij verondersteld wordt dat elke storting een fictief rendement van 4,75 procent per jaar opleverde. Voor stortingen vóór 1992 wordt zelfs uitgegaan van een fictief rendement van 6,25 procent per jaar. Op basis van dat fictief rendement wordt een fictief kapitaal bekomen waarop een belasting van 8 procent geldt.

In de praktijk: hoe wordt de taks op pensioensparen vervroegd geïnd?

We nemen het voorbeeld van Jan, die in 2009 begon met pensioensparen. Tot 2019 haalde hij een rendement dat overeenkomt met het gemiddelde pensioenspaarfonds. Vanaf 2019 gaan we uit van 4 procent per jaar.

 

  • 2014: Eind 2014 heeft Jan een kapitaal opgebouwd van 7.050 euro.
  • 2015-2019: Elk jaar wordt 1 procent taks  afgehouden (= 70,5 euro).
  • 2044:  Op 60-jarige leeftijd zal Jan een (fictief) kapitaal hebben van 94.553 euro. Daarop geldt een belasting van 8 procent (= 7.564 euro). Jan heeft al 352 euro (5 x 70,5) voorafbetaald. Hij betaalt dus 7.212 euro taks (7.564   352) in de vorm van deelbewijzen.
  • 2049:  Op 65-jarige leeftijd heeft Jan een eindkapitaal van 105.227 euro.

 

Van een fictief langetermijnrendement van 4,75 procent per jaar keek de voorbije jaren niemand op. Maar in de huidige marktomstandigheden met negatieve rentes is zo’n rendement al veel ambitieuzer. Sinds het ontstaan van de pensioenspaarfondsen 30 jaar geleden boekten de fondsen een gemiddeld rendement van 6,3 procent per jaar. Maar dat rendement kalft af. Over de voorbije tien jaar ligt het op gemiddeld 4,2 procent per jaar.

Nog pertinenter is het probleem bij de defensieve pensioenspaarfondsen die na de financiële crisis werden opgericht. Die fondsen beleggen ongeveer 30 procent in aandelen en stellen beleggers in staat op latere leeftijd hun pensioenspaarpot aan minder risico bloot te stellen. De defensieve fondsen boekten de voorbije vijf jaar een rendement van 3,2 procent per jaar.

Bij tak21-verzekeringen (met een gewaarborgd rendement) gebeurt de belasting van 8 procent op een kapitaal dat bekomen wordt door elke storting op te renten tegen de gewaarborgde rente die bij elke storting van toepassing was. Met de winstdeling wordt geen rekening gehouden. Bij tak23-fondsen (zonder gegarandeerde rente) gebeurt de belasting op het werkelijk opgebouwde kapitaal. Hier gebeurt de belasting wel op een kapitaal dat de belegger effectief haalde.

Rechtsonzekerheid

Pensioensparen bleek de voorbije jaren een handig middel om het begrotingsgat te helpen dichten. In 2012 werd al een anticipatieve taks geheven op de stortingen die gebeurden tot 1993. Op die stortingen gold een taks van 16,5 in plaats van 10 procent. De regering besliste in 2012 6,5 procent van die taks anticipatief te innen. Voorts werd in dat jaar de belastingvermindering verlaagd tot 30 procent in plaats van de inkomensafhankelijke 30 à 40 procent.

In 2014 volgde de taksverlaging van 10 naar 8 procent en werd het maximaal aftrekbare bedrag tijdelijk bevroren op 940 euro. Vier jaar later volgde een nieuwe aanpassing, met de invoering van een tweede systeem van belastingvermindering. Op stortingen tot 980 euro (inkomsten 2019) geldt een belastingvermindering van 30 procent, op hogere stortingen (tot maximaal 1.260 euro) geldt een belastingvermindering van 25 procent.

De voortdurende aanpassingen aan het pensioenspaarsysteem lokken heel wat kritiek uit. Velen menen dat het de rechtsonzekerheid van deze langetermijnbelegging ondergraaft.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect