Een aanvullend pensioen voor elk statuut

©ANP XTRA

Binnenkort zullen ook contractuele ambtenaren een aanvullend pensioen kunnen opbouwen. Daarmee kan een extra groep werknemers via zijn werkgever sparen voor later.

De regering heeft onlangs de laatste stap gezet richting haar doel om het aanvullend pensioen voor zo veel mogelijk werknemers toegankelijk te maken. Na de invoering van een nieuwe spaarformule voor zelfstandigen (POZ) en van het vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW) heeft de regering een openbare aanbesteding opgestart om te bepalen welke verzekeraar zich zal bekommeren om het aanvullend pensioen van de federale contractuele ambtenaren. Voor statutaire of vastbenoemde ambtenaren wordt niet in een aanvullend pensioen voorzien, omdat hun wettelijk pensioen al erg hoog is. Het pensioen van contractuele ambtenaren is daarentegen vergelijkbaar met dat van een werknemer.

De uitbreiding van het aanvullend pensioen voor federale contractuele ambtenaren is de perfecte gelegenheid om nog eens een overzicht te geven van de verschillende tweedepijlersystemen die bestaan voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.

Weet wel dat niet elk aanvullend pensioenplan even interessant is. Tim Lambrechts, pensioenadviseur bij Mysavings, legt uit: ‘De jongste formules van de tweede pijler die van kracht werden, zijn fiscaal minder interessant dan de al bestaande formules. De regering wil werknemers aanmoedigen om bijkomend te sparen voor hun pensioen, maar de budgettaire mogelijkheden zijn beperkt.’

U bent loontrekkende

Groepsverzekering

Ongeveer twee derde van de bedrijven biedt zijn werknemers een aanvullend pensioen aan, in de vorm van een groepsverzekering of een pensioenfonds. Wanneer uw bedrijf in een aanvullend pensioenplan voorziet, bent u als werknemer automatisch aangesloten. Sinds 1 januari 2019 moet u, om toe te treden tot het aanvullend pensioen, niet langer wachten tot u 25 jaar bent. Het is evenmin noodzakelijk om minstens een jaar in de onderneming te werken.

  • Bedrag. De premie bedraagt meestal een percentage van uw loon en wordt betaald door uw werkgever. Slechts 10 procent van de werknemers die van een groepsverzekering genieten, betaalt ook een persoonlijke bijdrage.
  • Rendement. Het minimumrendement dat de werkgever moet waarborgen bedraagt 1,75 procent (op werkgevers- en werknemersbijdragen).
  • Fiscaliteit. Als u tot de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar (67 jaar vanaf 2030) blijft werken, wordt het kapitaal behalve aan de RIZIV-bijdrage van 3,55 procent en de solidariteitsbijdrage (0 tot 2%) onderworpen aan een bedrijfsvoorheffing van 10 procent. Tim Lambrechts: ‘De persoonlijke bijdragen van de werk nemer in een groepsverzekering kunnen genieten van een belastingvermindering ‘langetermijnsparen’. Dat komt neer op een belastingvermindering van 30 procent. Maar om daarvoor in aanmerking te komen, moet de werkgever de bijdragen op regelmatige basis van het loon inhouden.’

Vrij aanvullend pensioen voor loontrekkenden (VAPL)

  • Sinds eind maart is er voor werknemers een extra manier om voor hun pensioen te sparen. Biedt uw werkgever geen groepsverzekering aan of stort hij slechts kleine bedragen, dan kunt u hem vragen een deel van uw loon in een groepsverzekering van uw keuze te storten.
  • Bedrag. U bepaalt zelf het bedrag en de frequentie van uw bijdragen met een limiet van 1.600 euro per jaar of 3 procent van uw referentieloon. Als u in de loop van het tweede voorafgaande jaar al gespaard hebt voor een aanvullend pensioen via een werkgever, wordt dat bedrag afgetrokken van het maximaal toegelaten bedrag.
  • Rendement. In tegenstelling tot bij een groepsverzekering is de werkgever niet verplicht zich te houden aan het gewaarborgd minimum van 1,75 procent op uw persoonlijke bijdragen. Het rendement hangt dan af van de gekozen formule (tak21 of tak23). U bepaalt zelf het risiconiveau.
  • Fiscaliteit. De premies zijn tot 30 procent aftrekbaar. Op de eindvervaldag wordt het bedrag tegen dezelfde voorwaarden belast als bij een groepsverzekering georganiseerd door de werkgever, meer bepaald 10 procent als u tot de wettelijke pensioenleeftijd blijft werken.
U bent zelfstandige

 Vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ)

Het VAPZ staat open voor alle zelfstan digen in zowel hoofd- als bijberoep.

 

  • Bedrag. U kunt maximaal 8,17 procent van uw belastbare netto-inkomsten storten met een maximum van 3.257 euro. Kiest u voor een sociaal VAPZ (met sociale bescherming), dan stijgt dat percentage tot 9,40 met een maximum van 3.747 euro.
  • Rendement. U kunt met het VAPZ alleen in een spaarverzekering (tak21) investeren. Het (actueel) rendement is gezien de huidige lage rente beperkt, maar wel gewaarborgd. Mogelijk krijgt u ook een winstdeelname.
  • Fiscaliteit. U mag de premies als beroepskosten aftrekken van uw belastbaar inkomen. De belastingaftrek gebeurt dus tegen de marginale belastingvoet. Door de premies in een VAPZ te storten verlagen bovendien uw sociale bijdragen. Financieel planner Nicolas Cellières (Optivy): ‘Het VAPZ moet maximaal worden benut omdat het fiscaal rendement ervan tussen 45 en 60 procent ligt.’

De storting van het kapitaal op de eindvervaldag wordt elk jaar belast in de personenbelasting volgens een systeem van fictieve rente. Bijkomend worden een RIZIV-bijdrage (3,55%) en een solidariteitsbijdrage (0 tot 2%) ingehouden.

Individuele pensioentoezegging (IPT)

De individuele pensioentoezegging is voorbehouden voor bedrijfsleiders van ondernemingen. Het bedrijf is de verzekeringnemer en de bedrijfsleider is verzekerde en begunstigde.

  • Bedrag. Om fiscaal interessant te zijn, moet het bedrag van de premie beperkt blijven tot de 80 procentregel (zie kader). Die stelt dat de som van uw wettelijk pensioen en uw aanvullend pensioen niet meer mag bedragen dan 80 procent van uw laatste normale jaarsalaris. U kunt bovendien inhaalbijdragen (back-service) storten die betrekking hebben op de jaren waarin u actief was voor u een IPT afsloot, en dat tot tien jaar terug.
  • Rendement. Dat hangt af van de formule die u kiest. U hebt de keuze tussen systemen met of zonder gewaarborgd rendement, dus: tak21 of tak23. 
  • Fiscaliteit. De onderneming kan de premies voor 100 procent aftrekken. Op de eindvervaldag is de belasting dezelfde als die voor een groepsverzekering voor loontrekkenden. Vanaf uw 65ste is het kapitaal dat u ontvangt onderhevig aan een solidariteitsbijdrage, een RIZIV-bijdrage en een belasting van 10 procent.

 

 

Pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ)

De POZ verzekert een gelijke behandeling tussen zelfstandigen in een vennootschap, die boven op het VAPZ recht hebben op een IPT, en de zelfstandigen als natuurlijk persoon, die het recht niet hadden de formule van IPT te gebruiken. Dat kan sinds kort wel via de POZ.

 

  • Bedrag. In tegenstelling tot het VAPZ en zoals het geval is voor de IPT, kunnen zelfstandigen zoveel in hun POZ storten als ze willen. De 80 procent regel is de enige voorwaarde. De back-servicejaren kunnen worden meegenomen, maar die zijn beperkt tot de jaren vanaf 2018 en worden altijd beperkt tot tien jaar voor afgaand aan de afsluiting van de POZ.
  • Rendement. U kunt kiezen voor een pensioenspaarverzekering van het type tak21 (met een huidig laag, gewaarborgd rendement) of een beleggingsverzekering van het type tak23 (zonder gegarandeerde rente, maar met een hoger potentieel rendement).
  • Fiscaliteit. De premies geven recht op een belastingvermindering van 30 procent en het kapitaal wordt op de eindvervaldag op dezelfde manier belast als een groepsverzekering.

 

 

U bent contractueel ambtenaar

 Groepsverzekering

Alle contractuelen in een federale overheidsfunctie kunnen weldra genieten van aanvullende pensioenrechten via een groepsverzekering. De regering zette onlangs het licht op groen voor de openbare aanbesteding om de verzekeringsmaatschappij aan te duiden die zich daarover zal ontfermen.

Contractuele ambtenaren hebben niet het hoge pensioen van statutaire ambtenaren. Daarom krijgen alleen zij weldra recht op een aanvullend pensioen van de tweede pijler. Vandaag is 27 procent van de ambtenaren contractueel. Zij krijgen een gemiddeld pensioen van 1.558 euro, net zoals bedienden. Het gemiddeld pensioen van statutaire ambtenaren bedraagt 2.618 euro.

Vanaf 2019 gebeurt de berekening van de aanvullende pensioenrechten op basis van een premie gelijk aan 3 procent van de wedde. Bovendien worden aanvullende pensioenrechten toegekend voor dienstjaren gepresteerd sinds 1 januari 2017 (1 procent van de wedde voor 2017 en 1,5 procent voor 2018).

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect