netto

Haal het maximum uit uw pensioensparen

Sinds de lancering in 1987 biedt pensioensparen een aantrekkelijk rendement ©iStock

Ruim 3 miljoen Belgen doen aan pensioensparen. Vooral het belastingvoordeel maakt het een populaire spaarformule. Maar is het ook een goede belegging en waar moet u op letten bij de keuze van het pensioenspaarfonds of de pensioenspaarverzekering?

Elke Belg tussen 18 en 64 jaar kan sinds 1987 een extra pensioen opbouwen via een pensioenspaarverzekering of een pensioenspaarfonds. Deze ‘derde pensioenpijler’ komt boven op het wettelijke pensioen (eerste pijler) en het aanvullende bedrijfspensioen (tweede pijler).

Van de 3 miljoen Belgen die pensioensparen, doet de helft dat via een pensioenspaarfonds, de andere helft via een verzekering. De pensioenspaarders hebben samen een kapitaal opgebouwd van ongeveer 35 miljard euro.

De meeste pensioenspaarders laten zich verleiden door het fiscale voordeel van de stortingen. Op dat vlak hebben pensioenspaarders sinds 2018 twee opties.

  • Ze kunnen in 2019 tot 980 euro sparen met het al lang bestaande fiscaal voordeel van 30 procent. 
  • Ze kunnen ook maximaal 1.260 euro opzijzetten, maar dan daalt het fiscaal voordeel naar 25 procent. 

Pensioenspaarders die een bedrag tussen 980 en 1.176 euro opzijzetten, krijgen daardoor minder fiscaal voordeel dan iemand die 980 euro spaart. Vanaf 981 euro zakt het fiscaal voordeel immers naar 25 procent voor het totale bedrag.

Rendementen

Er zijn slechtere manieren om te sparen voor de oude dag. De pensioenspaarfondsen van BNP Paribas Fortis en KBC, twee van de weinige fondsen die al 30 jaar bestaan, boekten sinds 1987 een jaarlijks rendement van respectievelijk 6,8 en 6,13 procent. Beleggers die via het KBC-fonds elk jaar het maximumbedrag spaarden, hebben een kapitaal van bijna 64.000 euro opgebouwd.

Pensioenspaarfondsen boeken op lange termijn een veel hoger rendement dan pensioenspaarverzekeringen

De pensioenspaarverzekering van AG Insurance, de grootste levensverzekeraar, haalde een rendement van 4,26 procent per jaar. Spaarders die via die verzekering elk jaar het maximumbedrag spaarden, hebben nu een spaarpot van 43.991 euro.

De fondsen van BNP Paribas Fortis en KBC presteerden de voorbije 30 jaar wel minder goed dan de brede Brusselse aandelenindex Belgian All Shares. Dat ligt aan twee factoren. Fondsen beleggen niet 100 procent van hun middelen in aandelen en investeren dus ook een deel in obligaties. Bovendien hebben de beheerskosten een negatieve invloed op de waarde van het fonds. Bij de meeste banken betaalt de belegger ook toetredingskosten. En dan is er ook nog de eindbelasting van 8 procent op uw 60ste. Sinds 2015 en nog tot en met 2019 wordt elk jaar in september vervroegd 1 procent afgehouden. De reeds geïnde bedragen worden afgetrokken van de eindbelasting. Wie nu met pensioensparen begint, heeft geen last van die vervroegde inningen.

Fonds of verzekering

De rendementen van de fondsen en verzekeringen zijn veel hoger dan de inflatie van gemiddeld 2 procent per jaar sinds 1987. Ze houden bovendien geen rekening met het fiscale voordeel. Als ook met het belastingvoordeel rekening wordt gehouden, was pensioensparen de jongste 30 jaar zeker een goede belegging.

Tip

Via de zoekmotor www.tijd.be/fondsen kunt u in een oogopslag de rendementen vergelijken die de pensioenspaarfondsen in het verleden hebben behaald.

Wie aan pensioensparen doet via een fonds, kan kiezen uit een vijftiental fondsen. U heeft steeds de mogelijkheid om van het ene naar het andere fonds over te stappen en al dan niet het al gespaarde bedrag over te zetten. Sommige banken betalen de transferkosten terug.

 

Als u een voldoende lange tijdshorizon hebt, brengt een fonds wellicht meer op dan een verzekering. Een verzekering biedt wel meer zekerheid dan een fonds. Als u nog meer dan tien jaar van uw pensioen zit en bereid bent wat risico te nemen, kiest u beter een fonds dan een verzekering. Er is immers veel kans dat een fonds over die periode een hoger rendement boekt dan een verzekering.

Dat pensioenspaarfondsen op lange termijn een veel hoger rendement boekten dan pensioenspaarverzekeringen, komt voornamelijk doordat fondsen doorgaans meer dan de helft van hun activa beleggen in aandelen. De geschiedenis leert dat aandelen op lange termijn meer opbrengen dan obligaties. Verzekeringen investeren meer in obligaties, omdat ze meestal een vaste opbrengst garanderen. Ze kunnen daarbovenop een winstdeelname uitkeren.

Op korte termijn presteert een fonds niet altijd beter dan een verzekering.

  • De waarde van een fonds volgt de schommelingen van de financiële markten en kan dus dalen in slechte beursjaren. 
  • De meeste pensioenspaarverzekeringen zijn van het type tak21. Die contracten zijn gewaarborgd door het Garantiefonds. Als een verzekeraar failliet gaat, recupereert de verzekerde maximaal 100.000 euro per verzekeringsonderneming voor al zijn tak21-contracten. Die waarborg geldt niet voor een pensioenspaarfonds. Een faillissement van een bank heeft in principe geen negatieve gevolgen voor wie spaart via een fonds dat wordt verdeeld via een bank. De activa van een pensioenspaarfonds zijn tegoeden die losstaan van die van de bank en staan dus niet op de balans van de bank.

Onderzoek toont aan dat u het grootste extra pensioen opbouwt als u elk jaar begin januari geld stort in uw fonds of verzekering. Elke maand een twaalfde storten is minder interessant en wachten tot eind december nog minder.

Kosten

Als u overweegt om te beginnen met pensioensparen of te veranderen van product, moet u ook rekening houden met de kosten. De toetredingskosten voor een verzekering (doorgaans 4 tot 6 procent) zijn duidelijk hoger dan die voor een fonds (0 tot 3 procent). Als u met uw verzekeraar onderhandelt, kunt u meestal wel een korting op de geafficheerde kosten in de wacht slepen.

Voor wie zijn fonds niet verzilvert...

Redelijk wat mensen verkopen hun pensioenspaarfonds niet bij hun pensionering. Dat is hun goed recht.

Weet dat bij uw overlijden het fonds - in tegenstelling tot andere fondsen - niet in de nalatenschap terechtkomt. ‘Een pensioenspaarrekening is een zuiver individuele rekening en kan dus maar op naam van één enkele persoon staan. Aangezien de deelbewijzen niet overdraagbaar zijn, kunnen ze bijgevolg niet op naam van de erfgenamen worden aangehouden’, legt KBC uit. Bij uw overlijden zal het fonds dus automatisch verkocht worden. Hopelijk voor uw erfgenamen gebeurt dat op een beurspiek.

 

 

Omgekeerd zijn de jaarlijkse beheers- en andere kosten van een fonds (1,2 à 1,6 procent) meestal veel hoger dan die van een verzekering van het type tak21. BNP Paribas Fortis en KBC rekenen geen beheerskosten aan voor hun pensioenspaarverzekering. Argenta, AXA en Belfius rekenen een bescheiden kostenvergoeding aan.

Overstappen

Als u al een verzekering hebt, is het mogelijk om de stortingen te stoppen en over te stappen naar een fonds. U kunt immers zowel een fonds als een verzekering aanhouden. Het volstaat tien jaar lang te sparen om in aanmerking te komen voor het fiscale voordeel. U moet dus uiterlijk op uw 55ste beginnen te sparen. U moet alleen elk jaar beslissen in welk product u spaart. Om fiscale redenen is het af te raden vroeger gespaarde sommen over te dragen van een verzekering naar een fonds, of omgekeerd.

Als uw pensioen nadert, is het wenselijk om over te schakelen van een fonds dat veel belegt in aandelen naar een fonds dat minder investeert in aandelen. Zo vermijdt u dat een slecht beursjaar de waarde van uw fonds ondermijnt op het moment dat u met pensioen gaat. Als u het extra pensioenkapitaal niet onmiddellijk nodig hebt, kunt u wachten tot de beurs herstelt om het kapitaal te innen dat via een fonds is opgebouwd. Veel banken hebben pensioenspaarfondsen met verschillende risicoprofielen en geven klanten de mogelijkheid om zonder kosten over te stappen naar een defensiever fonds.

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect