Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Langer én harder werken tot uw 67ste

Samen met het optrekken van de pensioenleeftijd tot 67, beperkt de regering-Michel de opties om eerder dan de wettelijke pensioenleeftijd te stoppen of te minderen met werken. Wat is nog mogelijk?
Advertentie
©Gudrun Makelberge

Het stond in geen enkel verkiezingsprogramma van geen enkele partij die deel uitmaakt van de regering-Michel. En toch heeft de ministerraad van diezelfde regering-Michel de afgelopen week het licht op groen gezet voor een verhoging van de pensioenleeftijd. De wettelijke pensioenleeftijd wordt opgetrokken van 65 jaar vandaag naar 66 jaar in 2025 en 67 in 2030. Na de goedkeuring door de ministerraad volgt nog de lezing in de commissie Sociale Zaken en het parlement. Of dit traject voor de zomer kan worden afgerond is niet zeker. Maar dat de wettelijke pensioenleeftijd twee jaar omhoog gaat, staat vast. Concreet: wie geboren is tussen 1 december 1959 en 30 november 1963 zal één jaar langer moeten werken. Wie geboren is na 30 november 1963 heeft twee jaar extra voor de boeg.

Daar blijft het niet bij. De regering-Michel wil ‘het verlaten van de arbeidsmarkt vertragen’. Want daar ligt een van de grootste pijnpunten van onze arbeidsmarkt. De gemiddelde reëele pensioenleeftijd bedraagt amper 59,3 jaar in ons land. In Duitsland is dat 61,7 jaar, in Nederland 62,8 jaar. De regering-Michel streeft naar een geleidelijke verlenging van de effectieve loopbaan, tot 45 jaar. Daarom maakt ze zowel vervroegd pensioen, landingsbanen als brugpensioen minder toegankelijk. Omdat dit stapsgewijs gebeurt tussen nu en 2019 raakt dit op korte termijn direct de 50-plussers die vandaag aan de slag zijn. Maar ook wie nog geen 50 jaar is, weet wat hem te wachten staat: hij zal langer aan de slag moeten blijven én zal op het einde van zijn loopbaan langer harder moeten blijven werken.

©Willem Ravoet

Vervroegd pensioen enkel nog optie voor wie tussen zijn 16 en 21 begon te werken

Met zijn hervorming van het vervroegd pensioen vervolgt Michel de weg die zijn voorganger Di Rupo reeds had ingeslagen bij de pensioenhervorming van 2012. Tot dan kon u met vervroegd pensioen vanaf 60 jaar na een carrière van 35 jaar. Wie aan de slag ging op zijn 25ste en vanaf dan ononderbroken werkte, kon dus op zijn 60ste vervroegd stoppen. Di Rupo trok die grenzen al geleidelijk op tot 62 jaar na een loopbaan van 40 jaar vanaf 2016. Michel verlengt die overgangsmaatregelen van Di Rupo nu, waardoor vanaf 2019 vervroegd pensioen enkel nog mogelijk is vanaf 63 jaar na een loopbaan van minstens 42 jaar (zie tabel op p.38). Vervroegd pensioen op 63 is daardoor enkel nog weggelegd voor wie sinds zijn 21ste een ononderbroken loopbaan kan voorleggen. Een loopbaanjaar bouwt u maar op als u dat jaar minstens 1/3 hebt gewerkt (104 dagen voltijds equivalent).

Vervroegd pensioen op 60 of 61 is enkel nog mogelijk voor wie een lange loopbaan achter de rug heeft. Tegen 2019 moet die loopbaan maar liefst 44 jaren tellen. Met andere woorden: om vanaf 2019 op uw 60ste vervroegd met pensioen te kunnen gaan, moet u uw loopbaan gestart zijn op uw 16de.

Volgens de huidige teksten gelden enkele overgangsmaatregelen.

  • Wie reeds voldoet aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen maar ervoor kiest om te blijven werken, kan het recht op vervroegd pensioen ‘vastklikken’. Daardoor kan hij of zij later toch nog met vervroegd pensioen gaan, ook al is de leeftijd- en/of loopbaanvoorwaarde op dat moment strenger.
  • Wie in 2016 59 of ouder is, zal maximaal één jaar extra moeten werken. Het regeerakkoord voorzag ook dat wie 58 jaar was in 2016 maximaal twee jaar langer zou moeten werken, maar die overgangsmaatregel is weggevallen. ‘Omdat volgens ramingen van de Rijksdienst voor Pensioenen niemand die in 2016 58 jaar wordt, meer dan twee jaar langer zal moeten werken’, motiveert de regering haar beslissing.
  • Tot slot is er ook een uitzondering voor wie al ontslag nam of ontslagen werd (individueel of collectief) voor 9 oktober 2014, de datum van het regeerakkoord.

In het regeerakkoord van de regering-Michel staat dat ‘ voor zware beroepen de loopbaan- en pensioenleeftijdseisen lager zijn. Zij moeten vroeger kunnen stoppen mét een volwaardig pensioen’. ‘Maar daarover is nog niets bepaald’, weet Celien Vanmoerkerke, adviseur van het ABVV. De regering heeft het dossier in handen gegeven van het Nationaal Pensioencomité, dat eind deze maand opgericht wordt. Dat comité zal er zich na de zomer over buigen.

De andere dossiers die het comité moet uitklaren zijn: deeltijds met pensioen gaan, een nieuw systeem om het pensioenbedrag te berekenen op basis van punten en een meer individuele pensioenopbouw.

5 jaar langer volhouden om minder te gaan werken met een landingsbaan

Met een landingsbaan kiest u ervoor om op het eind van uw loopbaan uw voltijds werkregime in te ruilen voor een halftijds of 4/5de ritme. Dat blijft mogelijk, maar de regering Michel heeft de leeftijdsvoorwaarde om in te stappen opgetrokken met 5 jaar. En voor de werknemers die een uitzondering op die verhoging genieten, voorziet ze een uitdoofscenario tussen nu en 2019. Met deze maatregel wil de regering minder werken op het eind van de loopbaan ontraden. Studies uitgevoerd in opdracht van het Vlaams Steunpunt Werk en Sociale Economie bevestigen in dat opzicht de stelling van werkgevers dat minder werken op het einde van de loopbaan een opstapje zou zijn naar vervroegd pensioen.

Sinds begin dit jaar bedraagt de leeftijdgrens om in een landingsbaan te stappen en een uitkering van de RVA te krijgen 60 jaar. Tot eind vorig jaar was dit mogelijk vanaf 55, voor bepaalde werknemers zelfs vanaf 50. ‘Die uitkering van de RVA is nodig om deze periodes te laten meetellen voor de berekening van uw latere wettelijke pensioenbedrag’, benadrukt Pieter Stallaert van de Rijksdienst voor Pensioenen. Voor de goede verstaanders: u kunt nog steeds vanaf 55 jaar (of 50 in bepaalde gevallen) opteren voor het tijdskrediet eindeloopbaan, maar dan zult u geen recht hebben op de uitkering van de RVA, met dus een nadelig effect op uw pensioenopbouw.

Bepaalde werknemers kunnen voorlopig wel nog op 55 jaar in een landingsbaan stappen. Tenzij er een kader-cao wordt afgesloten, zal dat gunstregime tegen 2019 stapsgewijs verdwijnen. Die cao moet bovendien tweejaarlijks verlengd worden. Het gaat over volgende werknemers.

  • Werknemers van een bedrijf in herstructurering of moeilijkheden.
  • Werknemers met een loopbaan van 35 jaar.
  • Werknemers die minstens 5 jaar gedurende de 10 voorgaande jaren of minstens 7 jaar gedurende de 15 voorgaande jaren een zwaar beroep uitoefenden, bijvoorbeeld verpleegsters.
  • Werknemers die ten minste 20 jaar nachtarbeid hebben verricht.
  • Werknemers in de bouw met een attest van arbeidsongeschiktheid.

Aan de andere voorwaarden heeft de regering Michel niet getornd. U moet een beroepsloopbaan van minstens 25 jaar als werknemer kunnen voorleggen. Voorts moet u minstens 24 maanden aan de slag zijn bij uw huidige werkgever. Onder die voorwaarden is het tijdskrediet een recht - voor zover de werkgever minstens tien personeelsleden tewerkstelt - en mag het dus niet geweigerd worden. Eén uitzondering: als meer dan 5 procent van het personeel in die periode al een of andere vorm van tijdskrediet benut, wordt de aanvang van het tijdskrediet uitgesteld tot er een nieuwe plaats vrijkomt.

Toch vroeger stoppen met werken? Fiscus eist een groter deel van uw aanvullend pensioen

Komt u niet in aanmerking voor uw (vervroegd) pensioen en wil u toch op uw 60ste te stoppen met werken? Dat kan perfect. ‘Maar u zult pas een wettelijk pensioen uitgekeerd krijgen van zodra u zowel qua leeftijd als qua loopbaan voldoet aan de voorwaarden’, waarschuwt Pieter Stallaert van de Rijksdienst voor Pensioenen. ‘En het pensioen dat u vanaf dan zult ontvangen, zal lager zijn omdat u minder pensioenrechten hebt opgebouwd’.

Wie een aanvullend pensioen opbouwt via zijn werkgever, zou in de verleiding kunnen komen om dat kapitaal al op te vragen om zo de tijd tot aan de (vervroegde) pensionering te overbruggen. Als het pensioenplan van uw werkgever die optie toestaat, is dat perfect mogelijk vanaf uw 60ste. In theorie staat de uitkering van uw aanvullend pensioen overigens volledig los van uw wettelijk pensioen. Maar in de praktijk benutte de regering-Di Rupo de fiscaliteit van het aanvullend pensioen om de hervormingen in het wettelijk pensioen te ondersteunen. Gelijktijdig met de verhoging van de leeftijd voor vervroegd pensioen naar 62 jaar, besloot ze iedereen die zijn aanvullend pensioen opneemt voor zijn 62ste zonder met (vervroegd) pensioen te gaan, zwaarder te belasten (zie tabel hierboven). De regering Michel heeft op dit vlak nog geen nieuwe maatregelen genomen. Maar het regeerakkoord is duidelijk: ‘de regering zal maatrelen uitwerken die de vervroegde uittreding met aanvullende pensioenen ontmoedigen, zodat het aanvullend pensioen niet opgenomen kan worden voor het wettelijk pensioen en zodat bepalingen in de pensioenreglementen, die tot vroegtijdige pensionering aanzetten, worden verboden, mits overgangsmaatregelen.’

Enkel als u eind vorig jaar reeds een aanvraag had ingediend bij uw werkgever, de RVA die aanvraag voor 1 april heeft ontvangen en het tijdskrediet ingaat voor 1 juli, is het tijdskrediet eindeloopbaan nog mogelijk tussen uw 55ste en uw 60ste.

Leeftijdsvoorwaarde brugpensioen gaat met twee jaar omhoog

Rond de jaarwisseling werden de regels voor brugpensioen – officieel ‘het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)’ - al verstrengd. Zowel de leeftijd- als de loopbaanvoorwaarde werd opgetrokken. Uw werkgever kan brugpensioen toestaan vanaf 62 jaar (voorheen 60 jaar). Mannen moeten een loopbaan van minstens 40 jaar hebben (voorheen 35), vrouwen 31 jaar (voorheen 28). Om de kloof tussen mannen en vrouwen te dichten wordt de loopbaanvoorwaarde voor vrouwen vanaf dit jaar jaarlijks met één jaar verhoogd, om in 2024 ook uit te komen op 40 jaar (zie tabel).

In een eerste fase gelden voor bepaalde groepen werknemers nog lagere leeftijdsgrenzen. De grote lijnen van deze uitzonderingen zien eruit als volgt.

60 jaar

  • Werknemers die voldeden aan de voorwaarden, kunnen die rechten vastklikken.
  • Werknemers die ontslagen werden voor 1 januari 2015 én dit of volgend jaar 60 jaar worden.

58 jaar

  • Werknemers met een loopbaan van 33 jaar die 20 jaar nachtarbeid verricht hebben.
  • Werknemers met een loopbaan van 33 jaar die minstens 5 of 7 van de laatste 10 of 15 jaar een zwaar beroep uitoefenden (nachtwerk, ploegen, bouw), bijvoorbeeld een verpleegster.
  • Werknemers met een zeer lange loopbaan (minstens 40 jaar).

56 jaar

  • Werknemers met een loopbaan van minstens 40 jaar die dit jaar ontslagen worden én voor het einde van de arbeidsovereenkomst 56 jaar worden.

55 jaar

  • Werknemers van ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering.

Ook deze leeftijdsgrenzen zullen in een tweede fase opgetrokken worden tot 60 jaar, tenzij er een kader-cao wordt afgesloten die iets anders voorziet. Voor werknemers met een zeer lange loopbaan geldt dit vanaf 2017. Voor werknemers van een bedrijf in herstructurering of moeilijkheden komt er vanaf 2016 jaarlijks één jaar bij om in 2020 uit te komen op 60 jaar. Voor werknemers met een zwaar beroep moet de ingangsdatum nog beslist worden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud