Moet u 980 of 1.260 euro in uw pensioenspaarfonds storten?

©Mediafin

Sinds 2018 heeft u de keuze uit twee mogelijkheden om te storten in uw pensioenspaarfonds. Houdt u vast aan een storting van 980 euro of maakt u gebruik van de uitgebreide formule tot 1.260 euro? Er zijn meer argumenten om voor het laatste te kiezen.

In een poging het pensioensparen verder aan te moedigen vergrootte de regering in 2018 het bedrag dat u daarvoor kunt sparen. Om dat niet ten koste te laten gaan van een ontsporende begroting werkte de regering een regeling uit die de budgettaire impact minimaliseert.

U hebt twee mogelijkheden. Ofwel houdt u vast aan het oude systeem. In dat geval stort u in 2019 maximaal 980 euro waarop u een belastingvermindering van 30 procent geniet. Van die maximale storting recupereert u dus 294 euro via de belastingaangifte. Ofwel maakt u gebruik van de uitbreiding en stort u maximaal 1.260 euro. In dat geval geniet u op de volledige storting een belastingvermindering van 25 procent. Voor een storting van 1.260 euro komt dat overeen met een belastingvermindering van 315 euro.

Wie meer dan 980 euro wil sparen, moet dat expliciet aan zijn bank of verzekeraar laten weten.


Banken en verzekeraars sturen elk jaar brieven naar hun klanten om hen over die keuze in te lichten. Want vergeet niet: wie meer dan 980 euro wil sparen moet dat elk jaar expliciet aan zijn bank of verzekeraar laten weten. Doet u dat niet en stort u toch meer dan 980 euro, dan gaat de bank ervan uit dat het een vergissing is, en zal ze het bedrag boven 980 euro terugstorten.

De Pensioencoach | Hoe spaart u voor uw pensioen?


De banken spreken zich niet uit over welk van de twee types stortingen te verkiezen is. ‘Wij geven geen specifiek advies, maar informeren onze klanten maximaal én correct. De klant beslist of hij opteert voor het nieuwe (hogere) fiscale maximumbedrag’, luidt het bij KBC. Een eenduidig antwoord is er ook niet, omdat het afhangt van de doelstelling van de pensioenspaarder.

Duidelijk is dat weinigen al voor dat hogere bedrag hebben gekozen. Een rondvraag leert dat een verwaarloosbaar percentage van de spaarders voor dat hogere bedrag koos in 2018. 


Nettorendement

Toch wordt het voorlopig beperkte succes ook toegeschreven aan de lagere belastingvermindering die een storting boven 980 euro inhoudt. Dat heeft een negatieve impact op het nettorendement.

Bereken hoeveel u best spaart voor uw pensioen

Op  tijd.be/pensioencoach kunt u, vertrekkend van uw persoonlijke situatie, becijferen hoeveel u aan pensioensparen moet doen om de pensioenbreuk - het verschil tussen uw laatste nettoloon en het wettelijk pensioen - te dichten. De tool bevat ook verschillende andere rekenmodules over uw pensioen.

Een voorbeeld. Nemen we een pensioenspaarfonds dat jaarlijks een rendement van 4 procent oplevert. Spaarder 1 kiest voor een jaarlijkse storting van 980 euro in dat fonds, spaarder 2 voor een jaarlijkse storting van 1.260 euro. Beide spaarders zijn 30 jaar oud. We gaan ervan uit dat de stortingen jaarlijks met 2 procent worden geïndexeerd.

Welk nettorendement halen die spaarders op hun belegging na 30 jaar? Op dat moment zijn ze  60 jaar en wordt de eindbelasting van 8 procent afgehouden. Dan wordt dus duidelijk welk rendement de spaarder haalde, rekening houdend met de jaarlijkse belastingvermindering en de eindbelasting. Voor spaarder 1 komt het nettorendement uit op jaarlijks 5,40 procent, voor pensioenspaarder 2 is dat 5,03 procent.

Het nettorendement ligt dus iets hoger voor de pensioenspaarder die voor het kleinste bedrag heeft gekozen. Logisch, want die spaarder heeft recht op een belastingvermindering van 30 procent, terwijl spaarder 2 een vermindering van 25 procent geniet. Intuïtief ben je dan snel geneigd te kiezen voor een storting van 980 euro. Maar is dat wel de juiste manier om naar de zaken te kijken?

30 procent meer

Hernemen we het bovenstaande voorbeeld. Stel dat beide pensioenspaarders tussen 60 en 64 jaar nog bijkomende stortingen doen. Dan zal het nettokapitaal van pensioenspaarder 1 op 65-jarige leeftijd uitkomen op 88.981 euro. Voor pensioenspaarder 2 is dat 114.404 euro. Uw pensioenspaarpot op 65-jarige leeftijd is dus bijna 30 procent hoger als u kiest voor het hoogste bedrag. Voor wie al enkele jaren aan pensioensparen doet, zal het verschil uiteraard kleiner zijn. Duidelijk is wel dat een storting van 1.260 euro de beste keuze is als uw doelstelling is om maximaal en op een fiscaal voordelige manier te sparen voor uw pensioen.

Waarom kiezen voor 1.260 euro?

+ Pensioenspaarpot kan tot bijna 30 procent groter worden.

+ Belastingvermindering (315 euro) is in absolute bedragen het grootst.

+ Door fiscaal voordeel zijn er weinig rendabele alternatieven voor uw spaargeld.

+ Kapitaal in pensioenspaarfonds telt niet mee voor effectentaks.

+ Vervroegde opvraging wordt ontmoedigd.

- Nettorendement, na belastingvermindering en eindbelasting, ligt (in procent) hoger bij storting van 980 euro.

- Fiscale omgeving van pensioensparen is weinig stabiel.

Bovendien rijst een andere vraag: hebt u een rendabelere bestemming voor de 1.260 euro die u kunt investeren in het pensioenspaarfonds? Doorgewinterde beleggers zullen argumenteren van wel, maar evident is het niet. Het eerder genoemde voorbeeld toont aan dat het fiscaal voordeel ook voor een storting van 1.260 euro het nettorendement 1,03 procentpunt hoger duwt (5,03%-4%).

Effectentaks

De keuze voor 1.260 euro kan ook zin hebben in het kader van de effectentaks. Sinds 2018 betalen beleggers met meer dan 500.000 euro op hun effectenrekening (over alle banken heen) een taks van 0,15 procent op de waarde van hun beleggingen. Belastbare effecten zijn onder meer aandelen (niet op naam), obligaties, kasbons en beleggingsfondsen. Pensioenspaarfondsen en levensverzekeringen (tak21- en tak23-producten) zijn vrijgesteld. Voor iemand die op de grens van 500.000 euro balanceert, kan het dus handig zijn meer te storten in een pensioenspaarproduct. Bovendien is een pensioenspaarfonds niet onderhevig aan roerende voorheffing of beurstaks.

Een laatste argument om voor het hogere bedrag te kiezen is dat die pensioenspaarpot een weinig  liquide belegging is. Dat kan een voordeel zijn,  omdat u zo niet snel in de verleiding kunt komen om vóór uw pensioenleeftijd de spaarpot op te  souperen. Als u uw kapitaal opvraagt voor u  60 wordt, wordt u zwaar belast, met tarieven van  33 procent en meer.

Aandachtspunten

Het voorgaande illustreert dat het voor pensioenspaarders die het aankunnen wellicht een betere keuze is de pensioenspaarpot te maximaliseren en voor het hoogste bedrag te gaan. Dat is bij uitstek zo voor pensioenspaarders die 60 jaar zijn geworden en dus de eindbelasting al hebben betaald. Al de stortingen die ze tot hun 64ste doen, leveren een belastingvermindering op zonder dat er nog een eindbelasting op berekend wordt.

1.176
o
Wie meer dan 980 euro wil storten, stort het best minstens 1.176 euro om dezelfde belastingvermindering te genieten als bij een storting van 980 euro.

Toch zijn er enkele aandachtspunten. Ten eerste is het fiscaal kader van pensioensparen in het verleden weinig stabiel gebleken. Niet alleen werd de voorbije jaren twee keer geraakt aan het niveau van de belastingvermindering, ook werd evenveel keer een deel van de eindbelasting vervroegd geïnd. Hoewel sommige van die maatregelen geen negatieve impact hadden op 65-jarige leeftijd, is de politieke context een risicofactor als u in zulke producten belegt.

Verder is het opletten geblazen voor een fiscale valkuil. Wilt u meer dan 980 euro storten, kies dan meteen voor het maximale bedrag van 1.260 euro. Een tussenbedrag is niet fiscaal optimaal. Stort u 981 euro, dan recupereert u 245,25 euro. Dat is minder dan de 294 euro die u terugkrijgt bij een storting van 980 euro. Om minstens 294 euro te recupereren moet u zeker 1.176 euro storten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content