Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Moet u nog wel aan pensioensparen doen?

In haar zoektocht naar extra miljoenen heeft de regering opnieuw gesleuteld aan de pensioenspaarfondsen en -verzekeringen. Welke argumenten zijn er nog om aan fiscaal vriendelijk pensioensparen te doen? En waarom zou u het níét meer doen?
©mfn online editor import

De regering-Michel besliste eind vorig jaar om een voorafname te doen op de taks op het pensioensparen. In plaats van 10 procent daalt de taks naar 8 procent, maar in ruil voor die lagere taks betaalt u een deel ervan vroeger. In september werd daardoor al 1 procent taks van uw pensioenspaarfonds of -verzekering afgehouden. Tegelijk bevroor de regering het maximumbedrag voor pensioensparen op 940 euro tot 2018. Belangrijke vraag die zich aandient: moet u nog wel aan pensioensparen doen?

Ja, want

1/ Iedereen weet het intussen. Het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen dat u zult opstrijken via uw werkgever zullen samen nauwelijks 50 à 80 procent (afhankelijk van de spaarinspanning van de werkgever) van uw laatste nettoloon bedragen. Uw levensstandaard vasthouden zal dus niet lukken als u niet een andere pensioenspaarpot opzij hebt staan. Alleen al om die reden is het fiscaal vriendelijk pensioensparen een must.

2/ De regels voor het pensioensparen mogen dan al gewijzigd zijn, het fiscaal voordeel blijft wel bestaan. De belastingvermindering van 30 procent is niet te onderschatten. Van de storting van 940 euro die u maximaal in 2015 mag doen, recupereert u via de aangifte 30 procent of 282 euro. Anders gezegd, u betaalt slechts 658 euro voor een belegging van 940 euro. Natuurlijk volgt er op 60-jarige leeftijd nog een taks, maar in de meeste gevallen ligt die fors lager dan het fiscale voordeel. Berekeningen van de redactie tonen aan dat uw pensioenspaarproduct over de volledige looptijd al een rendement van minder dan 1 procent per jaar moet behalen vooraleer het fiscaal voordeel omslaat in een nadeel.

3/ In tegenstelling tot veel andere langetermijnbeleggingen hangt er aan het fiscaal pensioensparen een stevig slot. Als u het kapitaal vóór uw 60ste wilt opvragen, wordt u fiscaal afgestraft. De boetes lopen op tot 33 procent van het kapitaal. Die ketting kunt u als een nadeel beschouwen - aangezien uw flexibiliteit wordt beperkt - maar ze biedt ook voordelen. Want door de hoge fiscale boetes zult u alleen in uiterste nood uw pensioenkapitaal aanspreken vóór uw 60ste. Een impulsieve aankoop van uw droomwagen of -reis ligt minder voor de hand.

4/ Wie zijn spaarcenten belegt, behaalt op lange termijn het hoogste rendement door dat gespreid in de tijd te doen. Ook hier beschikt het pensioensparen over een troef, aangezien de spaarder wordt aangemoedigd om elk jaar een storting te doen. Om die reden bleven pensioenspaarders ook sparen in het crisisjaar 2008, toen de beurzen tot 50 procent in het rood doken door de financiële crisis en de particuliere belegger de uitgang zocht. Achteraf bekeken bleken 2008 en 2009 uitstekende instapmomenten en kochten pensioenspaarders toen tegen bodemprijzen.

5/ Met pensioensparen spreidt u niet alleen in de tijd. Ook de beleggingen zelf zijn gespreid. Ofwel kiest u voor een pensioenspaarverzekering, en dan is uw risico op kapitaalverlies nul. De andere formule is een pensioenspaarfonds. Bij fondsen is een verlies nooit uitgesloten, maar uw spaargeld zit wel verspreid over honderden aandelen en obligaties. Die spreiding is cruciaal voor een langetermijnbelegging. Een faillissement van een van de bedrijven heeft dan maar een beperkte impact op uw spaargeld.

Neen, want

1/ Het fiscaal voordeel maakt pensioensparen aantrekkelijk. Maar wie denkt dat die derde pijler volstaat om de inkomensval bij uw pensionering volledig te dichten, heeft het verkeerd voor. De 24-jarige Warre begint met pensioensparen en stort elk jaar het maximumbedrag in een fonds. We gaan ervan uit dat het maximumbedrag jaarlijks met 2 procent wordt geïndexeerd. Voorts is er de hypothese dat het fonds jaarlijks een rendement behaalt van 4 procent. In dat scenario heeft Warre op 65-jarige leeftijd een nettobedrag van 120.000 euro opgebouwd, na belastingen. Stel nu dat de levensverwachting van Warre op 65-jarige leeftijd nog 20 jaar bedraagt en dat hij die som verdeelt over de resterende 240 maanden, dan komt dat neer op ongeveer 500 euro per maand. Dat bedrag is wel uitgedrukt in koopkracht over 40 jaar, wanneer Warre 65 jaar is. Met die 500 euro zal hij over 40 jaar echter stukken minder kunnen kopen dan vandaag. Rekenen we het bedrag daarom terug naar koopkracht van vandaag - bij een gemiddelde inflatie van 2 procent - dan komt het neer op 225 euro per maand. Ook dat bedrag is nog een overschatting: de 225 euro zal wanneer Warre 85 jaar oud is een stuk minder waard zijn dan de 225 euro op 65-jarige leeftijd. Pensioenspaarders mogen zich dus niet rijk rekenen met een verwachte pensioenspaarpot van 120.000 euro.

2/ De pensioenspaarpot van de Belg bleek de voorbije jaren voor de overheid een dankbare citroen om begrotingstekorten te dichten. De regering-Michel is met haar maatregelen niet de eerste regeringsploeg die het pensioensparen viseert. In 2012 besliste het kabinet-Di Rupo een taks van 6,5 procent te innen op het pensioensparen. Stortingen vóór 1993 waren toen nog onderworpen aan een taks van 16,5 procent op 60-jarige leeftijd. Door in 2012 voor iedereen al 6,5 procent taks te innen op die stortingen, bracht de regering-Di Rupo de taks terug tot een algemeen niveau van 10 procent voor alle stortingen. Het fiscaal regime is de voorbije jaren dus al talrijke keren gewijzigd. In zo’n onstabiel klimaat is het voor spaarders moeilijk om vertrouwen te blijven hebben in het product, zeker omdat ze er tientallen jaren aan vastgekluisterd zitten.

Op basis van de pro’s en contra’s lijkt het antwoord eerder ‘ja’. Ook al levert het u geen superkapitaal op, elke spaarinspanning die we doen voor ons pensioen valt aan te moedigen. Als daar een fiscaal voordeel aan vasthangt, kunt u er maar beter van gebruikmaken. Vanzelfsprekend vraagt de fiscale onzekerheid waakzaamheid. Maar de voorbije jaren leek er geen politieke consensus om het pensioensparen te ontmoedigen. Ondanks de begrotingstrucs van de voorbije jaren blijft het idee wel intact dat pensioensparen aangemoedigd moet worden. Dat bewijst niet alleen het rapport van de Pensioencommissie, maar blijkt ook uit de recente pensioenhervormingen. Zolang het pensioensparen een fiscaal voordeel oplevert, kunt u er dus maar beter van gebruikmaken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud