Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Uw pensioen voorbereiden als zelfstandige

Als zelfstandige weet u van aanpakken en ook voor uw pensioen moet u het heft in eigen handen nemen. Daarvoor bestaan verschillende fiscaal aangemoedigde formules.
Als zelfstandige begint u best zo snel mogelijk een aanvullend pensioen op te bouwen ©iStockphoto

Sinds augustus 2016 krijgt een zelfstandige exact hetzelfde minimumpensioen als een werknemer. Toch is victorie kraaien niet aan de orde. Het minimumpensioen bedraagt amper 1.292 euro en is uitsluitend voor u weggelegd na een loopbaan van 45 jaar. Het gemiddelde zelfstandigenpensioen ligt daardoor nog aanzienlijk lager. Zelfs als de afbetaling van de gezinswoning of de huishuur en de dure studiekosten voor uw oogappels wegvallen, volstaat dat bedrag niet om volop te genieten van uw welverdiende oude dag.

Het is dan ook absoluut noodzakelijk om te sparen voor uw pensioen. Net zoals iedereen kan een zelfstandige jaarlijks storten in het systeem van het pensioensparen. Dat levert een fiscaal voordeel op van 30 procent (tot 990 euro in 2020) of 25% (vanaf 991 tot 1270 euro in 2020).

Maar zelfstandigen hebben pensioenspaaropties die fiscaal nóg aantrekkelijker zijn. Deze systemen behoren tot de zogenaamde tweede pensioenpijler, net zoals de groepsverzekering waarmee werknemers een aanvullend pensioen kunnen opbouwen. Zelfstandigen die werken zonder vennootschap, kunnen een VAPZ combineren met een POZ. Zelfstandigen die wel een vennootschap hebben, kunnen boven op het VAPZ nog sparen via een IPT.

Optie 1: Het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen 

Alle zelfstandigen kunnen een VAPZ (Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen) afsluiten, ongeacht of ze zelfstandige in hoofd- of bijberoep zijn. Voorwaarde is wel dat ze, indien ze helper of zelfstandige helper zijn, evenwaardige sociale bijdragen betalen. Het percentage van hun beroepsinkomen dat ze aan een VAPZ kunnen toewijzen, is wel tamelijk beperkt en dus onvoldoende om een aanvullend pensioen dat die naam waardig is, op te bouwen.

Elke beginnende zelfstandige die over een budget beschikt om een aanvullend pensioen op te bouwen, zou meteen moeten starten met de opbouw van een VAPZ

Elke beginnende zelfstandige die over een budget beschikt om een aanvullend pensioen op te bouwen, zou meteen moeten starten met de opbouw van een VAPZ. De taxatie op een VAPZ weegt namelijk ook niet op tegen de belastingverminderingen die u krijgt voor de gestorte premies.

Sparen in het VAPZ kan vanaf een minimale jaarpremie van 100 euro. Het maximale bedrag bedraagt 8,17 procent van het beroepsinkomen, met een maximum van 3.291,30 euro (bedrag 2020).

Bij een sociaal VAPZ is de premie hoger: maximaal 9,40 procent van het beroepsinkomen, met een absoluut maximum van 3.786,81 euro (bedrag 2020). Die premie dient deels voor de opbouw van een aanvullend pensioen en deels voor de financiering van een luik sociale bescherming (vergoedingen bij arbeidsongeschiktheid, invaliditeit of overlijden). De aftrekbaarheid van een sociaal VAPZ is dan wel groter, maar het is daarom nog geen wondermiddel. Een jonge zelfstandige die in goede gezondheid verkeert, kan er bijvoorbeeld meer belang bij hebben om een gewoon VAPZ te combineren met een verzekering gewaarborgd inkomen. 

De premie die u in een VAPZ stort, is niet onderhevig aan de verzekeringstaks van 4,4 procent en kan volledig worden afgetrokken als beroepskosten. U slaat dus twee vliegen in een klap, want uw belastbaar inkomen daalt.

De uitbetaling van het kapitaal op eindvervaldag wordt belast volgens een systeem van fictieve rente (gedurende 13 jaar indien uitbetaling voor uw 65ste, en gedurende 10 jaar indien na uw 65ste). Die rente wordt dan bij uw andere inkomsten gevoegd. Daarnaast wordt ook een RIZIV-bijdrage van 3,55 procent en een solidariteitsbijdrage (0 tot 2 procent) ingehouden.

Een VAPZ loopt contractueel tot de pensioenleeftijd en tegenwoordig kunt u het kapitaal van een aanvullend pensioen nog slechts opnemen op het ogenblik dat u effectief met pensioen gaat.

Optie 2: Individuele Pensioentoezegging 

Zelfstandigen met een vennootschap kunnen, naast of boven op het VAPZ, een Individuele Pensioentoezegging (IPT) afsluiten.

Het bedrijf stort dan premies in een IPT en bouwt zo voor u een pensioenkapitaal op. Het kan de premies van de tak-21 ook als kosten inbrengen, zolang de tachtigprocentregel wordt nageleefd. Die houdt in dat de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen, uitgedrukt in rente, maximaal 80 procent van uw laatste brutojaarloon mag bedragen. Op de premies moet de verzekeringstaks van 4,4 procent betaald worden.

Als uw vennootschap failliet zou gaan, is het kapitaal in uw IPT niet verloren

De IPT is individueel. Als zelfstandige bent u de rechtstreekse begunstigde. Dat betekent dat u er sowieso recht op hebt, ook als u het bedrijf zou verlaten of als het bedrijf failliet gaat. De premies worden niet beschouwd als beroepsinkomen maar als pensioenaanvulling, waardoor ze op de eindvervaldag tegen slechts 16,5 procent belast worden. Dat kan terugvallen tot 10 procent als de bedrijfsleider tot aan zijn wettelijke pensioenleeftijd van 65 actief blijft. Daarnaast wordt ook een RIZIV-bijdrage van 3,55 procent op het kapitaal van de IPT ingehouden, alsook een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2 procent.

In tegenstelling tot het VAPZ bestaat bij de IPT een zogenaamde ‘backservice’. Dat is een inhaalpremie voor de jaren dat u al in de vennootschap actief was voordat de IPT werd afgesloten en eventueel ook voor de jaren (maximaal tien) waarin u buiten de vennootschap werkte. U kunt dus achteraf bijstorten wat u vroeger niet opgebruikte binnen de ruimte van de fameuze tachtigprocentregel. Dat kan interessant zijn als u pas later met een IPT begint of als uw maandinkomen verhoogt. In dat laatste geval mag u uiteraard niet overdrijven. Als u uw loon in de laatste twee jaar voor uw pensionering plots verdubbelt tot 100.000 euro, zal dat achterdocht bij de fiscus wekken.

 Optie 3: De Pensioentoezegging voor Zelfstandigen

 De circa 400.000 zelfstandigen zonder vennootschap (bakkers, slagers, vrije beroepen, meewerkende echtgenoten en zelfstandige helpers) kunnen hun te mager aanvullend pensioen versterken met een POZ (Pensioentoezegging voor Zelfstandigen). Die formule is interessant voor zelfstandigen die nog over voldoende budget beschikken nadat ze het maximumbedrag in een VAPZ hebben gestort. Het gaat dan meer bepaald om zelfstandigen met een nettojaarinkomen van meer dan 30.000 euro.

De wet voorziet geen enkele minimale of maximale premie. De premies genieten wel van een belastingverlaging van 30 procent, op voorwaarde dat de tachtigprocentgrens is nageleefd.

De stortingen zijn onderhevig aan een belasting van 4,4 procent en het pensioenkapitaal wordt uitgekeerd op de wettelijke pensioenleeftijd (of vroeger, indien voldaan is aan de voorwaarden van vervroegd pensioen). Bij voortijdig overlijden worden ze aan het voordelige tarief van 10 procent belast zonder gemeentetaks. Daarbovenop worden een RIZIV-bijdrage van 3,55 procent en een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2 procent ingehouden. Wanneer u het opgebouwde kapitaal vervroegd opneemt, bedraagt de belastingvoet 33 procent.

Wat u moet weten over de POZ: 

  • In tegenstelling tot de premies van het VAPZ kunnen de premies van de POZ niet alleen gestort worden in een product van het type tak21, maar ook van tak23, waardoor u mogelijk een aantrekkelijker rendement kunt krijgen.
  • Ook hier kunt u de ‘backservicejaren’ die u vroeger presteerde alsnog valoriseren, maar wel beperkt tot de jaren vanaf 1 januari 2018 en altijd maximaal tot de 10 jaren voorafgaand aan het afsluiten van de POZ. Het deel van het pensioenkapitaal dat betrekking heeft op de backservicejaren, kunt u met een eenmalige premie financieren. 

 

 

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud