Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Wat kost een rusthuis?

Er is sprake van een toenemende commercialisering van de rusthuizen. Maar de overheidsfinanciering van de residentiële ouderenzorg, die door het laatste institutioneel akkoord aan de gemeenschappen werd overgedragen, dreigt daarbij in het gedrang te komen. Vooral dan aan Franstalige kant.
©Belpress.com

Het verblijf in een rusthuis is duur. En dan hebben we het niet over de luxueuze residenties voor welgestelde bejaarden, waar u tot 4.000 euro per maand moet neertellen. Ook de modale burger krijgt de rekening gepresenteerd. En die bedraagt ook al gauw 1.200 tot 2.000 euro. Een gemiddeld pensioen van 1.000 euro volstaat dus lang niet om de factuur van het rusthuis te betalen.

1.143 tot 1.423 euro per maand

Al is enige nuancering hier toch wel op zijn plaats. Want achter gemiddelden gaan altijd grote verschillen schuil. Op het vlak van pensioenen bestaan er bijvoorbeeld grote verschillen tussen de privé- en de overheidssector en tussen mannen en vrouwen. Maar ook de prijs van het verblijf kan sterk schommelen naargelang het soort rusthuis, het gewest en de provincie.

Klik op het beeld om te vergroten.

De tabel geeft de gemiddelde dagprijs (per semester) weer, die de resident betaalt voor een verblijf in een rusthuis (RH en RVT). Die prijzen zijn afkomstig van de FOD Economie. De gemiddelden worden per provincie en per type instelling bepaald. De rusthuizen vallen immers ofwel onder de overheidssector (OCMW), onder de verenigingssector (vzw) of onder de commerciële privésector.

Klik op het beeld om te vergroten.

We stellen vast dat de gemiddelde dagprijs 41,25 euro bedraagt. Die gemiddelde dagprijs is in het Vlaams Gewest (47,46 euro) en in Brussel (44,20 euro) duurder dan in het Waals Gewest (38,10 euro). Voor een maand van 30 dagen bedraagt het nationaal gemiddelde 1.245 euro. Regionaal bekeken is dat echter 1.423 euro in Vlaanderen, 1.326 euro in Brussel en 1.143 euro in Wallonië. Maar opgelet: die gemiddelde prijzen houden geen rekening met de eventuele supplementen. Bovendien kunnen de prijzen van bijkomende diensten en/of producten sterk schommelen van de ene instelling tot de andere. Zoals bijvoorbeeld voor de huur van een televisietoestel, een internetaansluiting, verzorgingsproducten, tussendoortjes, kapper, pedicure,…

Overnames blijven schering en inslag

De FOD Economie wijst er ook op dat het hier om rekenkundige gemiddelden gaat. En dus niet om gewogen gemiddelden in functie van het aantal kamers dat binnen een rusthuis wordt aangeboden. Het gemiddelde is het resultaat van alle beschikbare prijzen, inclusief de prijzen die niet gestegen zijn. Wij hebben enkele spelers op het terrein echter gevraagd wat zij van die prijzen denken. Zij bevestigen allemaal dat er heel wat supplementen worden aangerekend en dat de uiteindelijke prijzen dus vaak een pak hoger liggen. Vooral dan voor de oudste en de meest zorgbehoevende bewoners…

Heel wat grote investeerders hebben in toenemende mate ingezet op de privatisering van de sector. De financiële impact daarvan was bijgevolg zeker niet neutraal. Rusthuizen zijn dan wel sterk gereglementeerd, maar door de demografische evolutie kunnen ze op financieel vlak op heel wat belangstelling blijven rekenen.

Commercialisering: gevaarlijk?

Maar vormt die evolutie een gevaar voor de dienstverlening? Ons antwoord daarop is enigszins genuanceerd. Een rusthuisbewoner wordt als ‘klant’ beschouwd. Hij heeft dus recht op een goede prijs/kwaliteitverhouding. Maar aan de andere kant streven aandeelhouders rendabiliteit na, wat betekent dat er in de kosten moet geknipt worden… ‘Bij gebrek aan extra overheidsfinanciering, bestaan er slechts twee manieren om de rendabiliteit van de sector te verhogen. Ofwel moet men snoeien in het personeelsbestand. Personeelskosten zijn immers goed voor circa 80 procent van het budget. Maar dan bestaat het risico dat de kwaliteit van de zorgverlening erop achteruitgaat. Ofwel verhoogt men de prijs. Met het risico dat een rusthuis voor veel mensen onbetaalbaar wordt.’

Begin tijdig te sparen…

In Vlaanderen en Brussel is een maandelijkse factuur van 2.000 euro voor een verblijf in een rusthuis geen uitzondering meer. Gezien de uitgesproken sociale functie van de sector, oefent de overheid nochtans controle uit over de prijs die aan de bewoners wordt aangerekend. De dagprijzen vallen onder de bevoegdheid van de federale macht. De gewesten en gemeenschappen bepalen dan weer voor welke diensten en producten het rusthuis een supplement mag aanrekenen. De bewoner mag echter niet verplicht worden om gebruik te maken van die extra diensten. En als hij er geen beroep op doet, mag er ook geen supplement voor worden aangerekend. Bepaalde medische en paramedische prestaties zijn deels gedekt door het RIZIV. Maar voor andere prestaties – kapper, pedicure, enzovoort – bepalen de dienstverleners zelf de prijs.

U moet dus al over een aanzienlijk kapitaal beschikken wilt u van een comfortabele oude dag in een rusthuis kunnen genieten. Het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) heeft twee jaar geleden een studie gepubliceerd, waarvan de conclusies nog steeds brandend actueel zijn. Het OIVO heeft, op basis van eigen berekeningen, uitgerekend hoe lang u moet sparen om een verblijf in een rusthuis te kunnen betalen, wetende dat uw pensioen niet zal volstaan om de factuur te betalen. Er werd uitgegaan van een hypothetische intrestvoet van 1,5 tot 2,5 procent en een spaarbedrag van 100 tot 200 euro per maand. Conclusie:

  • in Vlaanderen moet u 17 tot 33 jaar sparen om de bijkomende kosten van de intrek in een rusthuis gedurende 10 jaar te kunnen betalen;
  • in Wallonië moet u daarvoor 7 tot 15 jaar sparen,
  • in het Brussels Gewest is dat 13 tot 24 jaar.
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud