Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Wat verandert voor uw aanvullend pensioen?

Het nieuwe regeerakkoord bevat heel wat maatregelen voor uw aanvullend pensioen. We zetten de belangrijkste punten op een rij.
©Ger Loeffen/Hollandse Hoogte/Hollandse Hoogte

Wie hoopt zijn aanvullend pensioen op te nemen vóór de wettelijke pensioenleeftijd om zo vroeger te kunnen stoppen met werken, zal van een kale reis thuiskomen. Want de regering zal maatregelen uitwerken om de opname van aanvullende pensioenen voor de pensioenleeftijd te ontmoedigen, waarschijnlijk door opnames vóór het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd zwaarder te belasten. De vraag is dan wat er moet gebeuren met contracten die op einddatum komen vooraleer iemand de wettelijke pensioenleeftijd van 66 of 67 jaar bereikt. Nogal wat groepsverzekeringen lopen af op het ogenblik dat iemand 65 jaar wordt. Dat is de reden waarom de onderhandelaars benadrukken dat er overgangsmaatregelen komen.

De intrest op stortingen in een groepsverzekering zal gekoppeld worden aan de evolutie van de marktrente. De huidige garantie dat u op de stortingen van de werkgever een rente krijgt van 3,25 procent, en op eigen bijdragen van 3,75 procent, verdwijnt. De nieuwe regering zal de uitkering van een rente, in plaats van kapitaal, bij pensionering stimuleren. Er komt ook een aanpassing aan de belasting op het individuele pensioensparen. De taks zou verlagen van 10 naar 8 procent.

Meer kans op aanvullend pensioen

Tot nu zijn het vooral de werknemers die naast het wettelijk pensioen, kunnen rekenen op een aanvullend pensioen via de werkgever. Voortaan zullen ook openbare besturen en overheidsbedrijven worden aangemoedigd om een aanvullend pensioenstelsel te ontwikkelen. En dat zowel voor het contractueel als voor het federaal overheidspersoneel.

Verder zal het voor zelfstandigen die werken zonder vennootschap mogelijk worden om een tweede pijler te verwerven ‘met dezelfde voordelen en grenzen als die voor zelfstandige bedrijfsleiders’. Die tweede pijler is een aanvulling op het vrij aanvullend pensioen (VAPZ) waar zelfstandigen nu voor sparen.

Voor zelfstandigen met een vennootschap blijft het mogelijk om daar een pensioenspaarpot in op te bouwen. Een voorwaarde is wel dat ze al belaste winsten in die vennootschap reserveren tot aan de liquidatie. Als de vennootschap 10 procent roerende voorheffing betaalt op het ogenblik dat de winst wordt gereserveerd - wat voortaan kan op een afzonderlijke rekening - kan het bedrijf die winst bij liquidatie onbelast aan de aandeelhouders uitkeren. Als de vennootschap toch een dividend uitkeert binnen vijf jaar vanaf de reservering, is er een bijkomende roerende voorheffing van 15 procent van toepassing. Gebeurt de uitkering na vijf jaar maar vóór de vereffening, dan is een additionele 5 procent verschuldigd, in totaal dus nog 15 procent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud