netto

Welke pensioenhervormingen komen nog op u af?

©Photo News

De pensioenhervormingen waarover de regering al een beslissing heeft genomen, zijn klein bier in vergelijking met de ambities die de ploeg-Michel nog heeft. Wat borrelt er allemaal op de regeringstafel?

Voor wie het nog niet wist: ‘Een hervorming van het pensioensysteem is onontbeerlijk’, vindt minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR). ‘En alleen maar de parameters van het bestaande systeem aanpassen zal niet volstaan. Er zijn structurele hervormingen nodig’, oordeelde de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 al in het lijvige rapport dat ze in 2014 aan de regering doorspeelde.

Die Commissie was een idee van toenmalig minister van Pensioenen Alexander De Croo (Open VLD) in de vorige regering-Di Rupo en is intussen verveld tot de Academische Raad die begin juni in werking trad en onder leiding staat van oud-minister en pensioenspecialist Frank Vandenbroucke (sp.a).

De Academische Raad moet onderbouwd wetenschappelijk advies uitbrengen over alle pensioenvoorstellen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de ministers die voor pensioenen bevoegd zijn. De Raad ondersteunt op zijn beurt het Nationaal Pensioencomité, waarin 24 vertegenwoordigers van de regering, de  vakbonden en de werkgevers zetelen, en dat de regering moet adviseren over de contouren van de nieuwe pensioenhervormingen. Het Pensioencomité gaat daar dit najaar mee aan de slag. Het lijvige rapport van de Commissie Pensioenhervorming bevat een rist suggesties die zeker als inspiratie zullen dienen. Hetzelfde geldt voor een nota waarin minister Bacquelaine al een aantal voorstellen heeft geformuleerd. Welke pensioenideeën komen zeker op de agenda?

1. Vroeger op pensioen voor wie een zwaar beroep heeft en een lange loopbaan achter de rug heeft

De regering heeft de wettelijke pensioenleeftijd opgetrokken tot 67 en de lat voor het vervroegd pen­sioen hoger gelegd omdat ze vindt dat loopbanen langer moeten worden dan vandaag het geval is. Tegelijk vindt ze het niet meer dan billijk dat wie een zware en belastende baan heeft, de arbeidsmarkt vroeger moet kunnen verlaten. ‘Een afwijkend voorkeurstelsel moet mogelijk worden’, verwoordt minister van Pensioenen Bacquelaine het. Bepalen wat een zwaar beroep is en wat een lange loopbaan is, wordt dan ook een van de eerste punten op de werkagenda van het Pensioencomité.

Bepalen wat een ‘zwaar beroep’ is en wat precies een ‘lange loopbaan’: dat wordt een van de eerste punten op de werkagenda van het Nationaal Pensioencomité.

Met het oog op de pensioenrechten zijn de termen ‘zwaar beroep’ en ‘lange loopbaan’ vandaag nog niet gedefinieerd in de wet. Zo’n wettelijke definitie bestaat wél al met het oog op een soepeler toegang tot een landingsbaan en brugpensioen (SWT), zoals werken in ploegen en nachtarbeid. Het sociaal overleg zal beslissen of in de pensioenwetgeving die definitie wordt overgenomen, dan wel of er een volledig eigen definitie aan de termen wordt gegeven.

2. Harmonisering van de ambtenaren-, werknemers- en zelfstandigenpensioenen

De voorbije jaren zijn er al heel wat maatregelen genomen om het pensioen van zelfstandigen dichter te laten aansluiten bij dat van werknemers. Maar volledig gelijk zijn ze nog niet. En de kloof met het statuut van de ambtenaren blijft diep. Zeker nu gemengde loopbanen, waarbij werkenden tijdens hun carrière switchen van het ene stelsel naar het andere, meer en meer opmars maken, is het duidelijk dat de stelsels beter op elkaar moeten aansluiten. De regering wil inderdaad ‘bijzondere aandacht besteden aan de harmonisering van de statuten van ambtenaren, werknemers en zelfstandigen’, zonder dat dit zal uitmonden in een werkelijke gelijkschakeling.

Het pensioen van een ambtenaar wordt op dit ogenblik berekend door een referentiewedde te vermenigvuldigen met het ‘aantal aanneembare dienstjaren’. De referentiewedde is gelijk aan het gemiddelde van de laatste tien dienstjaren (vroeger waren dat de laatste vijf dienstjaren). Maar veel verschil maakt die maatregel niet, aangezien ambtenaren doorgaans al na 25 dienstjaren hun maximale weddeschaal bereiken. Het voorstel ligt op tafel om, net zoals bij de werknemers in de privésector, de hele loopbaan als berekeningsbasis te gebruiken.

3. Pensioen met punten

De regering wil tijdens deze legislatuur ook een pensioensysteem met punten uitwerken. Het zou uiterlijk in 2030 in werking moeten treden. De idee daarachter is dat u tijdens uw actieve leven punten verzamelt voor uw pensioen. Op het eind van elk jaar wordt berekend hoeveel punten u dat jaar hebt bijeengesprokkeld. Hoe meer jaren u werkt, hoe meer punten. En de waarde van het punt zal afhangen van de loonevolutie.

De Commissie Pensioenhervorming stelt voor dat wie tijdens een jaar het gemiddelde brutojaarloon verdient, 1 punt krijgt. Wie een hoger loon heeft, krijgt meer dan 1 punt; wie minder dan gemiddeld verdient, krijgt minder dan 1 punt. In dat scenario zou de puntenopbouw berekend worden op basis van het brutoloon, niet volgens de sociale bijdragen of belastingen die de persoon al heeft betaald. Alle punten worden verzameld op een individuele rekening en omgezet in euro’s op het moment dat u met pensioen gaat.

4. Deeltijds met pensioen

Op dit ogenblik is het alles of niets: ofwel bent u met pensioen, ofwel niet. De regering heeft onbeperkt bijverdienen na het pensioen wel al mogelijk gemaakt, maar wil de werkenden nog meer vrijheid bieden. Daarom bekijkt ze de optie van een deeltijds pensioen, zodat wie werkt geleidelijk met pensioen zou kunnen gaan. Indien het pensioen met punten er komt, zou dat inhouden dat iemand zijn verzamelde punten geheel of gedeeltelijk omzet in pensioeneuro’s wanneer hij beantwoordt aan de voorwaarden om met (vervroegd) pensioen te gaan.

Op dit ogenblik is het alles of niets: ofwel bent u met pensioen ofwel niet. Maar de regering bekijkt nu ook de optie van een deeltijds pensioen.

De Commissie Pensioenhervorming oppert het idee dat werkenden de mogelijkheid zouden moeten krijgen om maximaal 50 procent van hun verworven punten op te nemen één of twee jaar vóór zij met vervroegd pensioen kunnen. Toch wijst de Commissie ook op enkele aandachtspunten:

  • Een deeltijds pensioen moet wel degelijk een alternatief vormen voor wie anders de arbeidsmarkt volledig zou verlaten.
  • Het mag geen aanmoediging worden om halftijds te stoppen met werken voor wie anders voltijds aan de slag zou blijven.
  • Een deeltijds pensioen invoeren moet ook gepaard gaan met het afbouwen van andere uitstapregelingen zoals landingsbanen, waarschuwen de pensioenexperts. Want een ongelimiteerde combinatie van deeltijds pensioen met andere uitkeringen kan moral hazard-gedrag in de hand werken.
  • De experts wijzen ook nog op het gevaar dat het systeem oneigenlijk wordt gebruikt: het deeltijds pensioen mag niet worden misbruikt om de kosten van bedrijfsherstructureringen af te wentelen op de overheid. Anders dreigt het deeltijds pensioen het nieuwe brugpen­sioen te worden.

5. Beter beeld van uw toekomstig pensioen

Weet u welk pensioenbedrag u later zult krijgen? Het antwoord is hoogstwaarschijnlijk ‘neen’. In tegenstelling tot andere landen krijgt u in België tijdens uw actieve loopbaan nauwelijks informatie over de pensioenrechten die u al hebt opgebouwd. De regering wil dat werkenden via mypension.be op elk moment hun opgebouwde pensioenbedrag kunnen berekenen.

6. Aanvullend pensioen voor iedereen

‘Het gebruik van de tweede en derde pen­sioenpijler wordt aangemoedigd’, belooft minister Bacquelaine. De tweede pijler is het aanvullend pensioen dat u opbouwt via uw werkgever, de derde pijler is het individuele pensioensparen dat fiscaal wordt aangemoedigd. ‘De regering zal de aanvullende pensioenen democratiseren en zo bewerkstelligen dat de meerderheid van de werkenden een aanvullend pensioen opbouwt dat een aanzienlijke aanvulling vormt op hun wettelijk pen­sioen.’

In die ene zin zitten heel wat ambities vervat. We ontleden hem even voor u.

Een aanvullend pensioen voor de meerderheid van de werkenden:

  • De regering wil ten eerste werknemers de mogelijkheid bieden vrij een aanvullend pensioen op te bouwen. Wat dat concreet inhoudt, vormt voer voor overleg tussen de sociale partners en de regering.
  • De regering wenst dat ook zelfstandigen zonder vennootschap een vorm van indivi­duele pensioentoezegging (IPT) kunnen opbouwen, net zoals bedrijfsleiders van een vennootschap dat nu al kunnen.
  • Voor de groeiende groep contractuele ambtenaren - dat zijn werknemers van de overheid die niet de voordelige pensioenregeling voor ambtenaren genieten - wil de regering een ‘gemengd pensioen’ invoeren.

De Commissie Pensioenhervorming stelt voor om ‘een eerste pijler bis’ in te voeren. Dat kapitalisatiesysteem binnen de eerste pijler van het wettelijk pensioen wordt in eerste instantie uitgebouwd voor de nieuw aangeworven contractuele medewerkers van de overheid. Bedoeling is dat op die manier de kloof tussen hun pensioen en dat van hun vastbenoemde collega’s kleiner wordt.

Een aanzienlijke aanvulling op hun wettelijk pensioen:

  • Een van de ambities van de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) was zo veel mogelijk werkenden een aanvullend pensioen te laten opbouwen via de werkgever. Die ambitie is maar deels gerealiseerd. In vergelijking met 15 jaar geleden is het aantal werknemers met een aanvullend pensioen met een factor 2,5 toegenomen. Maar de opgebouwde reserves zijn te klein om een beduidend aanvullend pensioen op te leveren. Daarom wil de regering dat de sociale partners een percentage van de loonsverhogingen vastleggen. Dat percentage zal vervolgens worden besteed aan bijdragen voor aanvullende pensioenen. De regering wil dat ‘op termijn in elke sector een bijdrageniveau van ten minste 3 procent wordt bereikt’.

De verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd en de strengere voorwaarden voor het vervroegd pensioen betekenen ook dat het regelgevend kader van de WAP voor de aanvullende pensioenen moet worden herzien. Het gaat vaak om technische aanpassingen, zodat de twee wetgevende kaders weer op elkaar afgestemd raken. Maar die zullen ongetwijfeld ook ideologische discussies ontlokken waaraan de regering en de sociale partners een zware kluif zullen hebben.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content