Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Hoe wordt uw fonds belast?

Wie een beleggingsfonds koopt, krijgt te maken met belastingen. We zetten de fiscale behandeling van fondsen op een rij.

Grosso modo zijn er twee types belastingen waarmee een fondsenbelegger te maken krijgt: een beurstaks en een roerende voorheffing.

Beurstaks

De beurstaks is een taks die betaald wordt bij de aankoop en de verkoop van een beleggingsinstrument. Bij een klassiek (niet-beursgenoteerd) beleggingsfonds is alleen sprake van een beurstaks bij de verkoop van het fonds. De taks wordt niet voor alle fondsen aangerekend. Is het een fonds dat dividenden uitkeert (een distributiefonds), dan is er geen beurstaks. Keert het fonds geen dividenden uit (kapitalisatiefonds), dan geldt een beurstaks van 1,32 procent bij de verkoop van dat fonds. Er geldt wel een maximum van 4.000 euro beurstaks per verkoop.

Bij een fonds dat dividenden uitkeert (een distributiefonds), is er geen beurstaks.

Bij beursgenoteerde indexfondsen of trackers is de toepassing van de beurstaks veel complexer. Hier speelt niet alleen het uitkeringsbeleid een rol, ook het land waar de tracker geregistreerd is, doet ertoe. Bovendien wordt de beurstaks aangerekend zowel bij de aankoop als bij de verkoop. Koopt of verkoopt u bijvoorbeeld een kapitalisatietracker die in België geregistreerd is, dan bedraagt de beurstaks 1,32 procent. Is hij in Luxemburg geregistreerd, dan geldt een beurstaks van 0,12 procent.

Roerende voorheffing

Een tweede type belasting is de roerende voorheffing. Die bedraagt 30 procent. Ze wordt aangerekend op het dividend dat een klassiek fonds of een beursgenoteerde tracker uitkeert. Die roerende voorheffing is niet recupereerbaar. Bij individuele aandelen kunt u de roerende voorheffing op dividenden tot 812 euro (inkomsten 2020) recupereren, maar dividenden van fondsen en trackers vallen niet onder die belastingvrije korf.

In bepaalde gevallen wordt roerende voorheffing afgehouden op de meerwaarde die u boekte bij de verkoop van uw fonds.

Verder wordt in bepaalde gevallen roerende voorheffing afgehouden op de meerwaarde die u boekte bij de verkoop van uw fonds. Het gaat om fondsen of trackers die meer dan 10 procent in rentedragende producten investeren. Dat zijn obligaties, schatkistcertificaten, bedrijfspapier… Als u fondsen verkoopt die minstens 10 procent in deze effecten beleggen, wordt een roerende voorheffing van 30 procent afgehouden worden op de meerwaarde die u op dat vastrentende gedeelte haalde. Stel dat u een gemengd fonds kocht dat voor 70 procent in aandelen en voor 30 procent in obligaties belegt, dan wordt bij de verkoop gekeken naar de meerwaarde op het obligatiegedeelte. Daarop betaalt u dan 30 procent roerende voorheffing. Voor die belasting wordt vaak de naam Reynderstaks gebruikt, omdat de taks er in 2006 kwam onder het bewind van toenmalig minister van Financiën Didier Reynders (MR).

Pensioenspaarfondsen

De populaire pensioenspaarfondsen volgen een verschillend taksregime. In tegenstelling tot de andere fondsen bieden ze een fiscaal voordeel. Op een storting van 1.270 euro (maximale storting voor 2020) krijgt u een belastingvermindering van 25 procent. Dat betekent dat u in dat geval 317,5 euro recupereert via de belastingaangifte van het volgende jaar.

Tegenover dat fiscaal voordeel staat een taks die u op 60-jarige leeftijd betaalt. De taks van 8 procent wordt berekend op een fictief kapitaal. Daarbij wordt uitgegaan dat alle stortingen na 1992 een jaarlijks rendement van 4,75 procent – voor stortingen tot 1992 is dat 6,25 procent per jaar - opleverden tot uw 60 jaar. De taks is bevrijdend. U kunt daarna op gelijk welk moment uw pensioenspaarpot opvragen.

Pensioenspaarders die vóór 2015 al aan pensioensparen deden, hebben tussen 2015 en 2019 trouwens al een deel van de taks betaald. Dat kaderde in een maatregel van de regering om extra inkomsten te genereren om de begroting op orde te krijgen.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud