Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Wat zijn de kosten van fondsen?

De kosten van fondsen verschillen naargelang het type fonds. Een klassiek niet-beursgenoteerd beleggingsfonds heeft een andere kostenstructuur dan een beursgenoteerd indexfonds of tracker.

Omdat een klassiek fonds niet-beursgenoteerd is, is er geen sprake van een makelaarsloon voor een beurstransactie. In de plaats daarvan rekent de verkoper van het fonds - doorgaans de bank - instapkosten aan die uitgedrukt worden in een percentage. Die gelden bij de aankoop van een fonds. Doorgaans schommelen de instapkosten tussen 0 en 6 procent. In de meerderheid van de gevallen liggen ze tussen 1 en 3 procent. Meestal worden bij klassieke fondsen geen uitstapkosten - kosten bij de verkoop - aangerekend, al zijn er uitzonderingen. Vooral voor fondsen met kapitaalbescherming kunnen uitstapkosten van toepassing zijn als de belegger tijdens de eerste jaren verkoopt.

Doorgaans schommelen de instapkosten tussen 0 en 6 procent. In de meerderheid van de gevallen liggen ze tussen 1 en 3 procent.

Bij trackers zijn de transactiekosten vergelijkbaar met die van een aandeel. Doorgaans liggen ze een stuk onder 1 procent. U betaalt ze zowel bij de aankoop als bij de verkoop.

Lopende kosten

Een tweede type kosten zijn de jaarlijks terugkerende kosten of de lopende kosten. Ze omvatten de kosten voor beheer, administratie, marketing en distributie. Ze worden uitgedrukt in een percentage per jaar. Ze zijn niet eenmalig. Zolang u het fonds bezit, betaalt u die jaarlijkse kosten. Ze worden dagelijks proportioneel van de inventariswaarde van het fonds afgehouden, zodat u ze dagelijks onopgemerkt betaalt.

De lopende kosten van trackers liggen zeer laag, vaak tussen 0 en 0,4 procent per jaar. Dat komt omdat de fondsen een index kopiƫren en de beheerder er nauwelijks werk mee heeft. De trackers zijn ook beursgenoteerd, waardoor er geen specifieke verdeler nodig is.

De lopende kosten van trackers liggen zeer laag, vaak tussen 0 en 0,4 procent per jaar.

Voor klassieke fondsen liggen de lopende kosten hoger, vaak tussen 1 en 2 procent per jaar. Bij die fondsen selecteert de beheerder de aandelen en de obligaties, wat meer onderzoekswerk vereist en tot hogere beheerskosten leidt. Bovendien zitten in deze lopende kosten vaak ook verdoken distributiekosten - de retrocessies - vervat. Die distributievergoeding zal de beheerder doorstorten aan de verdeler van het fonds, doorgaans de bank. In veel gevallen kan de distributievergoeding de helft van de beheerskosten omvatten. In sommige landen, zoals het Verenigd Koninkrijk en Nederland, is die verdoken distributievergoeding verboden en mag ze niet vervat zitten in de lopende kosten, maar moet ze apart aangerekend worden.

Prestatievergoeding

Een laatste type kosten is de prestatievergoeding, maar die wordt door een minderheid van de fondsen aangerekend. Ze moet alleen betaald worden als een fonds beter presteert dan een vooraf bepaald doel. Het gaat bijvoorbeeld om een hoger rendement dan een marktindex. Als het fonds beter deed, wordt van dat extra rendement een prestatievergoeding afgehouden. Ze is uitgedrukt in een percentage.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud