Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

5 mythes over sparen

Een spaarpotje aanleggen wil iedereen wel. Maar je geld beheren is vaak verre van makkelijk, zeker als je weet dat er een aantal mythes de ronde doen. Wij helpen er alvast een paar de wereld uit.
Advertentie
Tot spijt van velen groeit geld niet zomaar vanzelf. Sommige misvattingen kan je dus maar beter vermijden.

(netto/telegraph) - We durven te wedden dat je van sparen en beleggen liever geen full-time job maakt. Dat hoeft ook niet, want met een beetje gezond verstand kan je toch een mooi spaarpotje opbouwen. Maar dan mag je je wel niet laten vangen aan een paar hardnekkige mythes die de ronde doen:

1. Sparen voor m'n oude dag? Niet nodig, ik heb een huis

Het klinkt aanlokkelijk: op je 65ste begin je aan een nieuw leven en is het misschien een goed moment om te verhuizen. Een klein huisje, misschien wel een appartementje, buiten de stad is uiteindelijk een stuk gezelliger. Tegelijkertijd zet je je oude huis te huur en leef je van het huurgeld.

Het zou een goede strategie kunnen zijn, maar dan enkel en alleen als je in een kast van een villa woonde. Normaal gesproken verdien je als huisbaas immers niet genoeg om - uiteraard na aftrek van je eigen huurgeld - je pensioen aan te vullen. Want het leven als gepensioneerde houdt ook in dat je misschien eens meer buitenhuis gaat eten of vaker je auto gebruikt voor een toeristische uitstap. Vergeet dus maar dat je aan je huis een cashmachine overhoudt.

2. Ik zet alles op m'n spaarboekje, dat levert zonder moeite veel op

Het klopt natuurlijk dat banken de rente op spaarboekjes de laatste tijd verhoogd hebben. Het blijft een veilige formule die - mits je gaat voor een van de kleinere banken - tot 4 plus 2 procent kan opleveren. Op lange termijn groeit je geld dus elk jaar met 6 procent aan.

Die berekening klopt natuurlijk, maar je houdt hier wel geen rekening met de alternatieven. Stel bijvoorbeeld dat je nog ergens schulden hebt, bijvoorbeeld op je kredietkaart. Daar betaal je meestal een stevige interest op, vaak in de buurt van de 17 procent. Door die af te betalen bespaar je met andere woorden meer dan je zou verdienen aan je spaarrekening. Gaat het bijvoorbeeld om 5.000 euro, dan loop je weliswaar 300 euro rente mis, maar vermijd je op een later moment 850 euro te moeten betalen. Door niet te sparen, heb je dus toch 550 euro 'verdiend'.

3. Ik neem een berekend risico, en koop aandelen van grote bedrijven

Hier kunnen we kort over zijn: de afgelopen weken bleek hoe geen enkel aandeel imuun is voor bokkesprongen op de beurs. De echte 'goede huisvader aandelen' lijken volledig verdwenen.

4. Maar ik ben niet zomaar een belegger, ik volg de beurs op de voet

Natuurlijk kan je meer uit je beleggingen halen als je je informeert over de sterktes en zwaktes van een bedrijf. Ook het nieuws volgen en alle persberichten lezen is een belangrijke voorwaarde om de beurs echt op de voet te volgen. Maar zelfs dan nog kan je voor verrassingen komen te staan. Bedrijven kondigen vaak onverwachte overnames aan of staan plots zelf in de belangstelling bij een koper. Zo'n nieuws kan de koersen pijlsnel de hoogte - of net de dieperik - insturen.

Maar het recente verleden heeft ook aangetoond dat beleggers vaak erg nerveus en emotioneel reageren op nieuwsberichten of kwartaalverslagen. Een bedrijf dat meer winst aankondigt dan een jaar geleden kan toch genadeloos afgestraft worden omdat de cijfers lager liggen dan verwacht. Ook geruchten spelen soms een belangrijke rol: vorige week nog schoot het aandeel Agfa meer dan 30 procent hoger, puur omdat er gepraat werd over een overnamekandidaat. Nadat het bedrijf zelf verkondigde van niks te weten, ging de koers weer stevig naar omlaag.

Kortom: je hebt waarschijnlijk geen tijd om je constant met de beurs bezig te houden en dan nog kan je je moeilijk wapenen tegen sommige koerssprongen. Niet moeilijk dus dat onderzoeken telkens weer aantonen dat wie zijn portefeuille onberoerd laat op lange termijn meer zal verdienen dan wie constant bijstuurt.

5. Ik hou niet van risico's, daarom beleg ik in obligaties van grote bedrijven

Obligaties zijn misschien niet zo hip als aandelen, maar bieden een stukje meer zekerheid. Zekerheid die je toch ook niet mag overschatten. Het klopt natuurlijk dat je elk jaar recht hebt op een vaste rente (de 'couponnetjes'), maar de belangrijkste vraag is hoe het zit met de prijs van de obligatie op de dag van de terugbetaling.

Die prijs schommelt immers wel, zodat je soms minder geld zult terugkrijgen dan je aan het bedrijf geleend hebt en je in feite verlies aan het maken bent. Alleen wie wacht tot de vervaldag is zeker dat hij of zij 100% van het kapitaal terugbetaald krijgt. Wie eerder zijn geld nodig heeft (obligaties hebben soms een lange looptijd) kan alleen verkopen aan de koers van de dag. Is het verlies op dat moment groter dan de som van de couponnetjes dan heb je een slechte belegging gedaan. Wat we hierboven schreven over de sterk fluctuerende aandelenprijzen geldt in zeker mate ook voor obligaties. Moet een bedrijf slecht nieuw opbiechten, gaat de waarde van zijn uitstaande obligaties zo goed als zeker mee de dieperik in.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud