Zo beschermt u zich tegen het inflatiebeest

©Mediafin

Experts verwachten de komende jaren een toename van de inflatie. En laat inflatie de ergste vijand zijn voor obligatiebeleggers. Deze obligaties hebben alvast geen last van hogere consumptieprijzen.

De Amerikaanse inflatie steeg in maart naar 2,4 procent. De kerninflatie - zonder voeding en energie - nam opnieuw de kaap van 2 procent. En volgens economen kan ze nog versnellen. In de eurozone is inflatie verder weg. De consumptieprijzen stegen er vorige maand met 1,4 procent het meest sinds eind vorig jaar.

Inflatie bijt de obligatiebelegger op twee manieren. Om te beginnen wordt het geld dat u in de obligatie heeft gestopt, en op de vervaldag terugkrijgt, minder waard. Nominaal krijgt u na vijf of tien jaar evenveel terug, maar reëel is het geld aangetast door de inflatie. U kunt er minder mee kopen dan vroeger.

Het andere nadeel van inflatie zit in de zogenaamde opportuniteitskosten. Hoe hoger de inflatie, hoe meer centraal bankiers de rente doen stijgen. In de VS trekt de voorzitter van de Federal Reserve Jerome Powell de rente allicht nog drie keer op, in de eurozone zal een renteverhoging ten vroegste voor 2019 zijn. Wie zijn geld ‘vast’ heeft zitten in obligaties, kan niet profiteren van hogere rentes op nieuwe leningen. En wie zijn obligaties te gelde wil maken zal moeten verkopen tegen lagere koersen.

Sommige obligatiebeheerders hebben geen problemen met een terugkeer van inflatie.

Geïndexeerde obligaties

De meest logische en directe manier om zich als obligatiebelegger te beschermen is beleggen in een geïndexeerde of een inflatiegebonden obligatie. In dat geval krijgt u uw begininleg op de vervaldag terug in reële termen, dus aangepast aan inflatie. Soms stijgt ook de jaarlijkse coupon mee met de inflatie. Vooral overheden geven geïndexeerde obligaties uit. De actiefste landen zijn de VS, het VK, Duitsland en Frankrijk.

Wie inschrijft op een geïndexeerde obligatie - wat doorgaans alleen institutionele beleggers kunnen - is er zeker van dat zijn belegging de inflatie trotseert. Wie een fonds koopt met een mandje geïndexeerde obligaties - de mogelijke uitweg voor retailbeleggers - is daar niet zeker van. De vraag voor fondsbeleggers is niet of de inflatie zal stijgen de komende jaren. De vraag is of de inflatie meer zal stijgen dan de huidige koersen van geïndexeerde obligaties impliceren. Met andere woorden: zijn geïndexeerde obligaties vandaag onder- of overgewaardeerd?

©RV-DOC

‘Het antwoord op die vraag hangt af van de regio’, zegt Jeremie Banet, een Fransman die zich al twaalf jaar bezighoudt met geïndexeerde obligaties, eerst voor BNP Paribas in Londen en nu voor Pimco in Newport Beach in Californië. Pimco is vooral bekend van het Pimco Income Fund, het grootste actief beheerde obligatiefonds ter wereld.

Banet zit aan de knoppen bij het kleinere broertje Pimco Global Real Return Fund, een fonds met enkel geïndexeerde obligaties. Banet heeft in dat fonds een boontje voor Amerikaans papier. ‘In de VS impliceren de koersen dat de Federal Reserve zijn doelstelling van 2 procent inflatie nooit zal bereiken. Nooit. (De Fed heeft een eigen favoriete inflatiegraadmeter die nog op 1,8 procent staat, red.) Dat lijkt ons overdreven. Alles wat op dit moment in de VS gebeurt, wijst op meer inflatie. Zelfs de dreigende handelsoorlog tussen de VS en China kan producten alleen maar duurder maken.’ Volgens Banet zijn Amerikaanse TIPS, Treasury Inflation-Protected Securities, dus ondergewaardeerd.

In de VS impliceren de obligatiekoersen dat de Federal Reserve nooit zijn doelstelling van 2 procent inflatie zal bereiken. Nooit.
jeremie banet
pimco

Over geïndexeerde obligaties in de eurozone is hij veel minder enthousiast. ‘Niet alleen zijn we minder overtuigd van een hogere inflatie in de eurozone, bovendien gaan de obligatiekoersen er hier wel van uit dat Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), zijn doelstelling van bijna 2 procent inflatie bereikt. Een terugkeer van inflatie is meestal een wereldwijd fenomeen. Dus uiteindelijk zal ook Europa meer inflatie kennen. Maar wij geloven dat Europa twee à drie jaar achterloopt op de VS.’

Het meest negatief is Banet over Britse ‘linkers’, nog een ander woord voor geïndexeerde obligaties. ‘In het Verenigd Koninkrijk zijn pensioenfondsen een grote koper omdat die wanhopig op zoek zijn naar inflatiebestendige beleggingen. Daardoor zijn die obligaties te duur geworden.’

Banet wijst tot slot op de troef van geïndexeerde obligaties als diversificatie. ‘Neem een typisch gemengde portefeuille van 50 procent aandelen en 50 procent klassieke obligaties. Die heeft jarenlang voluit geprofiteerd van lagere inflatie en lagere rente. In een klimaat van stijgende inflatie en stijgende rente zal die portefeuille heel anders reageren.’

Converteerbare obligaties

‘Converteerbare obligaties reageren niet zoals obligaties, wel zoals aandelen.’ Dat zegt Jacques Berghmans, sinds 1988 beheerder van het gespecialiseerde fonds Treetop Convertible International. Een converteerbare obligatie levert een jaarlijkse coupon op. Daarnaast heeft de obligatiehouder het recht zijn obligaties in te ruilen voor aandelen. Converteerbare obligaties worden dus door bedrijven uitgegeven. In welke mate bedrijven kunnen omgaan met meer inflatie, hangt van sector tot sector af. Het fonds Treetop Convertible International haalde de voorbije vijf jaar een jaarlijks rendement van 6,7 procent, het meeste in deze categorie (bron: Morningstar).

6,7%
Beheerder Jacques Berghmans (Treetop AM) behaalde met zijn fonds converteerbare obligaties over vijf jaar een jaarrendement van 6,7 procent.

Terwijl het aanbod aan geïndexeerde obligaties steeds groter wordt - België gaf in 2015 voor het eerst zo’n obligatie uit, wordt het aanbod converteerbare obligaties steeds kleiner. ‘De voorbije tien jaar heb ik het aanbod met zo’n 30 procent zien afnemen’, zegt Berghmans. Bedrijven gaven vroeger converteerbare obligaties uit om de rentelasten te drukken: beleggers aanvaarden een lagere coupon in ruil voor de aandelenoptie. Maar in het huidige renteklimaat kunnen bedrijven zich beperken tot gewone obligaties om van een lage rente te genieten.

Berghmans gooide noodgedwongen het roer om. ‘We hebben een tijdje gekeken naar synthetische converteerbare obligaties. Dat zijn obligaties die in elkaar gestoken worden door grote brokers. Maar die brokers verdienen daar natuurlijk goed aan’, zegt hij. Vandaag bestaat het fonds nog maar uit 32 procent converteerbare obligaties. De rest bestaat uit aandelen (26%), aandelenopties ( 22%) en cash (20%). ‘Door de combinatie van opties en cash kunnen we de prestaties van converteerbare obligaties nabootsen’, zegt Berghmans.

De beheerder stapt straks het vliegtuig op richting India voor een weekje bedrijfsbezoeken. ‘Ons fonds heeft een 20-tal grote posities in marktleiders waarvan wij geloven dat ze een mooie toekomst hebben. Die bevinden zich doorgaans in het Verre Oosten. We verkopen in principe alleen als onze positie door de koersstijging een gewicht boven de maximaal toegelaten 10 procent krijgt.’ Ongeveer de helft van het fonds bestaat uit beleggingen in Aziatische bedrijven. ‘We houden onder meer van Indiabulls Housing Finance, een Indiase hypotheekverstrekker. En we zoeken bedrijven op die actief zijn in de ontwikkeling van nieuwe havens in India.’

Obligaties met vlottende rente

Obligaties met vlottende rente (floating rate notes) behoren tot dezelfde familie als geïndexeerde obligaties. Daar waar bij de eerste het rendement wordt aangepast aan de inflatie, is bij de tweede het rendement afhankelijk van de kortetermijnrente. Hoe meer inflatie, hoe hoger deze rente onder impuls van centrale bankiers. Floating rate notes hebben meestal een eerder korte looptijd.

Allicht niet toevallig lanceerde Allianz Global Investors enkele weken geleden het fonds Global Floating Rate Notes Plus, met ook een registratie in België. ‘In een klimaat van stijgende rentes zou die strategie beter moeten presteren dan een traditioneel obligatiefonds’, zegt fondsbeheerder Jonathan Yip.

Rommelobligaties

Net als converteerbare obligaties vertonen bedrijfsobligaties met een lage kredietwaardigheid een grotere correlatie met aandelen dan met gewone obligaties. Rommelobligaties, of het beter klinkende high yield obligaties, hebben minder last van een hogere inflatie, op voorwaarde dat die het gevolg is van een goeddraaiende economie.

Sander Bus, beheerder van Robeco High Yield Bonds: ‘De fundamentals zijn gunstig, maar de waardering is hoog.’ Met de hoge waardering doelt Bus op het kleine verschil tussen de risicovrije overheidsrente en de rente op rommelpapier, de ‘spread’. ‘In het wereldwijde aanbod hebben we een voorkeur voor Europese high yield. De waardering ligt lager in Europa en de bedrijven zijn er over het algemeen behoudender dan in de VS.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content