Netto Het antwoord op al uw geldvragen

De impact van de taxshift op uw spaar- en beleggingsproducten

Spaarders en beleggers zullen vanaf 2016 minder verdienen aan hun investeringen als gevolg van de taxshift. Wat verandert er voor uw spaargeld en beleggingen?
©EPA

De taxshift treft spaarders en beleggers via de verhoging van de roerende voorheffing én de invoering van een speculatietaks. Zo bedraagt de roerende voorheffing vanaf 2016 niet langer 25 procent, maar 27 procent. Dat dat percentage wordt opgetrokken, is op zich geen verrassing, maar de maatregel komt er wel een jaar vroeger dan gepland. Aan de fiscale vrijstelling van het spaarboekje wordt niet gemorreld. Ook het gunsttarief voor de Leterme-staatsbon blijft behouden. Wel vallen enkele uitzonderingsregimes weg, zoals dat voor de volkslening.

De taxshift treft aandelen dubbel: zowel met de hogere roerende voorheffing als met de speculatietaks.

Daarnaast moeten particuliere beleggers die beursgenoteerde aandelen of afgeleide producten als warrants en opties kopen en die binnen zes maanden weer van de hand doen, 33 procent op de meerwaarde van die verkoop afstaan aan Vadertje Staat. Minwaarden mogen bovendien niet in rekening worden gebracht. Mogelijk wordt de lijst met afgeleide producten nog uitgebreid.

Op de precieze modaliteiten van de fel gecontesteerde taks is het nog wachten. Zo is het niet duidelijk wanneer die periode van zes maanden precies zal beginnen. Stel dat u eind 2015 aandelen koopt en die begin 2016 weer van de hand doet. Geldt de taks dan ook? Of is hij enkel van toepassing op aandelen die u vanaf 2016 koopt? En wat met aandelen waar kort na uw aankoop een bod op wordt gelanceerd? Wordt u daar bij de verkoop aan de bieder dan ook op belast?

Ook onduidelijk: wat als u al jaren aandeelhouder bent van Ablynx, volgend jaar een pakketje aandelen bijkoopt en drie maanden later een deel van uw participatie van de hand doet? Moet u de taks van 33 procent dan betalen? Zullen met andere woorden eerst uw laatst gekochte stukken de deur uitgaan, of de aandelen die u al jaren in portefeuille had? Wellicht wordt het het principe ‘last in, last out’, omdat de regering zo natuurlijk sneller de staatskas kan spekken.

1. Aandelen

Aandelenbeleggers worden dubbel getroffen door de taxshift. Niet alleen zien ze de roerende voorheffing op hun dividenden stijgen van 25 naar 27 procent. Ze kijken ook aan tegen een taks van 33 procent op de meerwaarde als ze hun stukken binnen zes maanden na aankoop alweer van de hand doen. Daarmee wordt het rendement van de aandelenbelegger flink ingeperkt. De maatregelen komen boven op de recente verhogingen van de beurstaks. Die werd de voorbije drie jaar in drie stappen opgetrokken van 0,17 naar 0,27 procent.

2. Fondsen

©mediafin

Ook dividenden van beleggingsfondsen vallen onder het nieuwe tarief van 27 procent. Daarnaast geldt de hogere roerende voorheffing ook op de meerwaarden gerealiseerd op fondsen die minstens 25 procent in vastrentende producten beleggen. De speculatietaks treft de fondsenbelegger niet. ‘Fondsen zijn in principe out of scope, ongeacht of ze nu fiscaal transparant (de zogenaamde gemeenschappelijke beleggingsfondsen, red.) zijn of niet. Deelbewijzen worden immers niet geviseerd in de voorlopige wetteksten, die wel nog gefinaliseerd moeten worden’, klinkt het op het kabinet van minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA).

3. Spaarboekjes

Wie een spaarboekje heeft, mag (voorlopig) op beide oren slapen: voor houders van spaarrekeningen verandert niets. De intresten op spaarboekjes blijven tot 1.880 euro per rekeninghouder vrijgesteld van roerende voorheffing. Boven die drempel geldt nog steeds het uitzonderingstarief van 15 procent.

4. Leterme-staatsbon

De staatsbons die in december 2011 zijn uitgegeven, blijven een roerende voorheffing van 15 procent genieten. Het gaat om de zogenaamde Leterme-bons. Die worden zo genoemd omdat toenmalig premier Yves Leterme (CD&V) in volle kredietcrisis de Belgische overheidslening promootte in het parlement. Particuliere beleggers tekenden voor 5,7 miljard euro in op de staatsbons met looptijden van drie, vijf en acht jaar. Momenteel zijn nog voor 2,2 miljard euro Leterme-staatsbons in omloop. De roerende voorheffing op alle andere staatsbons stijgt wel mee van 25 naar 27 procent.

Zowel de volkslening als de residentiële vastgoedvennootschap verliezen hun fiscaal gunstregime.

5. Volksleningen

Wie intekende op een volkslening ziet het gunstregime van 15 procent door de neus geboord. De roerende voorheffing voor de volksleningen stijgt in 2016 van 15 naar 27 procent. De hogere taks geldt ook voor de al bestaande volksleningen.

Ter herinnering: de volkslening werd begin 2014 in het leven geroepen door de vorige federale regering, op voorstel van toenmalig minister van Economie Johan Vande Lanotte (sp.a). De bedoeling was het ‘slapende spaargeld’ - op de spaarboekjes staat momenteel meer dan 260 miljard euro geparkeerd - aan het werk te zetten om de economie extra zuurstof te geven. Banken, die het spaargeld overigens al gebruiken om kredieten te geven, moeten het geld dat ze met volksleningen ophalen investeren in projecten met een maatschappelijke meerwaarde, zoals de bouw van scholen of ziekenhuizen.

Om de spaarder over de streep te trekken, werd bepaald dat de roerende voorheffing maar 15 procent zou bedragen. Daar komt nu dus een einde aan. Het uitstaand bedrag aan volksleningen bedraagt volgens cijfers van de bankenfederatie Febelfin ongeveer 2,1 miljard euro.

6. Residentiële vastgoedvennootschap

De roerende voorheffing op dividenden van residentiële vastgoedbevaks stijgt van 15 naar 27 procent. Het gaat om de dividenden van drie aandelen: Aedifica, Home Invest Belgium en Care Property Invest.

©mediafin

De vastgoedvennootschappen genieten al jaren een gunsttarief als ze voldoen aan een belangrijke voorwaarde: minstens 80 procent van alle vastgoed in de portefeuille moet echt residentieel zijn. Niet alleen gewone huizen en appartementen komen in aanmerking, maar ook zorgcentra, assistentiewoningen (de vroegere serviceflats) en studentenhuisvesting.

Het uitzonderingsregime voor de bevaks overleefde de vorige besparingsrondes van de regering, maar valt nu dus weg. Een gevolg zal zijn dat de vastgoedvennootschappen niet langer moeten voldoen aan de voorwaarde van 80 procent residentieel vastgoed.

7. Termijnrekeningen en obligaties

Op de intresten van termijnrekeningen en kasbons geldt vanaf 2016 een roerende voorheffing van 27 procent in plaats van 25 procent. Dat is ook het geval voor de coupons bij obligaties. Wie in obligaties belegt, ontsnapt wel aan de speculatietaks.

8. Coöperatieve aandelen

Dividenden van coöperatieve aandelen zijn vrijgesteld van roerende voorheffing tot 190 euro. Boven die drempel geldt vanaf 2016 een roerende voorheffing van 27 in plaats van 25 procent. Coöperatieve aandelen zijn niet-beursgenoteerde aandelen en vallen dus niet onder de speculatietaks. Een van de bekendste uitgevers van coöperatieve aandelen is het failliete Arco. Ook Cera, Crelan, Argenta en Ecopower staan bekend om hun coöperatieve aandelen.

9. Afgeleide producten

Aanvankelijk was de speculatietaks enkel van toepassing op aandelen. Maar na afloop van het kernkabinet gisteren bleek dat afgeleide producten zoals warrants en opties dan toch ook onder de taks zullen vallen. Opties en warrants zijn financiële instrumenten waarbij je een onderliggende waarde (vaak een aandeel) gedurende een bepaalde periode kan kopen of verkopen tegen een vooraf bepaalde prijs. Opties zijn kortetermijnproducten die beleggers doorgaans gebruiken om hun aandelenportefeuille te verzekeren. Mogelijk wordt de lijst met derivaten nog uitgebreid, zodat de taks ook van toepassing wordt op futures, converteerbare obligaties, turbo’s en sprinters (derivaten waarmee de winsten of verliezen van aandelen worden versterkt).

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud