Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Hoe houdbaar zijn gegarandeerde rentes?

De voorbije week knipten opnieuw tal van banken in de rentes van hun termijnrekeningen. Toch zijn er ook producten die ontsnappen aan het effect van dalende marktrentes. De vraag is hoe houdbaar de gegarandeerde rendementen zijn die ze bieden?

Zowel die korte- als de langetermijnrentes zitten al enkele jaren in een dalende lijn. De ECB-rente en de Belgische tienjarige OLO-rente noteren met respectievelijk 0,75 en 2,50 procent op historisch lage niveaus. Daardoor biedt het gemiddelde spaarboekje vandaag een totale rente van 1,6 procent. In reële termen, dus rekening houdend met de Belgische inflatie van 2,8 procent, is die rente zelfs negatief. Ook termijnrekeningen bieden bedroevend lage rentes. Wie vandaag beslist om zijn geld voor 8 jaar te parkeren in een kasbon of een termijnrekening zal gemiddeld 2,3 procent netto per jaar opstrijken.

In die laagrentende omgeving zijn er echter nog producten die ontsnappen aan de volatiele markten en rendementen garanderen die (ver) boven de marktrentes uitkomen. We zetten de belangrijkste op een rij.

3,25 en 3,75 procent

2,2 miljoen
Het aantal Belgen dat vandaag aan pensioensparen doet via de werkgever en daarop een gegarandeerd rendement van 3,25 of 3,75 procent krijgt.

Het bekendste voorbeeld van producten met gegarandeerde rentes zijn de pensioenfondsen en de groepsverzekeringen. Die producten worden niet aangeboden door banken, maar door uw werkgever. Ze behoren tot de tweede pensioenpijler en bieden de mogelijkheid om via de werkgever te sparen voor het pensioen. Naar schatting 2,2 miljoen Belgen zijn aangesloten bij een pensioenfonds of een groepsverzekering.

De jaarlijkse stortingen in die pensioenproducten krijgen bij wet een minimumrendement. Dat bedraagt per jaar gemiddeld 3,25 procent voor de stortingen die de werkgever doet, en 3,75 procent voor de stortingen die de werknemer zelf doet. Die rendementsgarantie moet niet jaarlijks nagekomen worden, maar wel gemiddeld over de hele looptijd van het contract.

Precies die garanties leidden de voorbije maanden tot felle discussies. De verzekeraars, die de groepsverzekeringen in opdracht van de werkgever aanbieden, beweren dat ze door de lage marktrentes niet langer in staat zijn dergelijke rendementen te garanderen. Enkele verzekeraars, zoals AXA, Vivium, Allianz en Mercator verlaagden daarom de gegarandeerde rente op nieuwe pensioenspaarcontracten al tot 2,25 procent. Marktleider AG Insurance deed hetzelfde begin deze week. 

De aanpassing onder het niveau van 3,25 procent hoeft echter niet meteen problematisch te zijn voor de rendementsgarantie van de pensioenspaarder. Ten eerste kunnen verzekeraars bovenop de gegarandeerde rente ook nog een winstdeelname uitkeren waardoor het definitieve gemiddelde rendement wel hoger zal uitkomen dan 3,25 procent. Bovendien is het de werkgever die uiteindelijk de rendementsgarantie moet nakomen. Slaagt de verzekeraar niet in het opzet, dan zal de werkgever moeten bijpassen. Zolang er wettelijk niets verandert aan die bepalingen, kunnen verzekerden dus op beide orden slapen. Dat laatste is echter het grote vraagteken.

Als het niet meer lukt om de inflatie op lange termijn te kloppen, hou je er beter mee op.
Philippe Neyt,
Voorzitter van de vereniging van pensioenfondsen

Bij de vertegenwoordigers van de pensioenfondsen, de tweede vorm van pensioensparen via de werkgever, wil men niet raken aan de rendementsgaranties. ‘Er is nood aan zekerheid en spijkerharde garanties als we het vertrouwen in de tweede pensioenpijler willen behouden’, zegt Philippe Neyt, voorzitter van de vereniging van pensioenfondsen. Sinds 1985 legden de pensioenfondsen, ondanks de beurscrisissen, een rendement van gemiddeld 6,7 procent per jaar voor. Volgens Neyt zou het toch altijd moeten mogelijk zijn om beter te doen dan de inflatie. ‘De minimale rendementsgarantie ligt nog geen procentpunt hoger dan het huidige inflatieniveau. Als het niet meer lukt om de inflatie op lange termijn te kloppen, hou je er beter mee op’, zegt Neyt. Het voorgaande maakt duidelijk dat er volgend jaar wellicht nog een harde discussie zal worden gevoerd over die gegarandeerde rentes.

4,75 procent

Sommige pensioenspaarverzekeringen die eind jaren 80 werden afgesloten, bieden een vaste rendementsgarantie van 4,75 procent voor alle stortingen binnen de duur van het contract. Wie vandaag in die contracten investeert, strijkt dus ook nog die jaarlijkse rente op. Dat type contracten wordt echter niet meer aangeboden, waardoor ze stilaan ‘uitsterven’. Bij marktleider AG Insurance maken de contracten minder dan 5 procent van de volledige contractportefeuille uit.

Hoewel een rendementsgarantie van 4,75 procent voor nieuwe stortingen uiterst ambitieus is in de huidige marktomstandigheden, loopt de garantie volgens de verzekeraars geen gevaar. ‘We gaan onze contractvoorwaarden nakomen’, zegt woordvoerder Gerrit Feyaerts. Ook Wauthier Robyns, woordvoerder van Assuralia, de federatie van verzekeraars, bevestigt dat de lage marktrente geen gevaar vormt voor die contracten. ‘We spreken niet alleen over een afnemend aantal contracten. Bovendien zijn die gedekt door toereikende financiële voorzieningen en de reglementaire solvabiliteitsmarge. Het klopt wel dat het vandaag moeilijk is om hoogrentende activa die op vervaldag komen te vervangen door even rendabele effecten. Maar goed rentmeesterschap veronderstelt dat je instaat voor een goede afloop’, geeft Robyns aan.

Of de rendementsgarantie van die oude contracten ten koste gaat van de rendementen van de nieuwe contracten die vandaag worden uitgegeven wil niemand gezegd hebben. ‘De twee staan los van elkaar. Voor de garanties van 4,75 procent hebben we destijds voorzieningen aangelegd’, klinkt het bij AG Insurance.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud