Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Is de 15 procent roerende voorheffing in gevaar?

Zowel de volkslening als de Leterme-staatsbon kent een gunsttarief van 15 procent roerende voorheffing. Staat dat tarief na de uitspraak van het Grondwettelijk Hof over het spaarboekje ter discussie?
Advertentie
©Photo News

Vorige week vernietigde het Grondwettelijk Hof gedeeltelijk het gunsttarief van 15 procent roerende voorheffing dat van toepassing is op spaarboekjes. Die roerende voorheffing wordt betaald op de intresten die boven de vrijgestelde schijf van 1.900 euro (intresten 2014) liggen. Het hof schrapte het tarief omdat het strijdig is met het vrij verkeer van diensten. In de wet wordt het gunsttarief alleen toegekend aan spaarboekjes die door Belgische financiële instellingen worden uitgegeven. Instellingen die niet in België gevestigd zijn, kunnen van dat gunsttarief niet gebruikmaken.

Sommige advocaten meenden na een eerste lezing van het arrest dat het hof ook een discriminatie veroordeelde tussen het spaarboekje en andere vastrentende producten. Voor het spaarboekje geldt immers een tarief van 15 procent, terwijl bijvoorbeeld obligaties en termijnrekeningen aan 25 procent zijn onderworpen. Een grondige lezing toont echter aan dat dergelijke discriminatie door het hof niet expliciet wordt behandeld. Het kabinet van minister van Financiën Koen Geens (CD&V) bevestigt dat van die tweede discriminatie geen melding wordt gemaakt in het arrest.

Dat betekent volgens het kabinet dat het gunsttarief van 15 procent bij andere spaarproducten niet ter discussie staat. Dat tarief geldt voor de recent gelanceerde volkslening, de Leterme-staatsbon en de dividenden van residentiële vastgoedbevaks. Toch maakt Koen Van Duyse, advocaat bij Tiberghien, wel een voorbehoud voor de volkslening. ‘Wat de volksleningen betreft, lijkt er wel opnieuw een strijdigheid te kunnen zijn met het vrij verkeer’, zegt hij. Hiermee verwijst de advocaat naar de wettelijke voorwaarden van de volkslening. Daarin staat dat de onderliggende projecten een sociaaleconomisch of maatschappelijk verantwoord doel moeten hebben en dat de inkomsten ervan in België aan belasting onderworpen moeten zijn. De argumentatie voor die laatste passage wordt volgens de advocaat niet zomaar aanvaard door het Hof van Justitie, zodat ook hier discriminatie kan worden ingeroepen. Toch is de kans volgens de advocaat klein dat iemand dat ooit zal proberen aan te vechten. ‘Het is een interessante academische discussie, maar praktisch minder relevant’, zegt hij.

Spaarboekje

Hoe moet het nu verder met het spaarboekje, na het arrest? Volgens het kabinet van minister Geens wordt het arrest nog grondig onderzocht en wordt er naar een tijdige oplossing gestreefd. De doelstelling blijft in elk geval om het gunsttarief voor de spaarboekjes te handhaven.

5 vragen over de discriminatie van uw spaarboekje en uw pensioensparen

Twee arresten hebben de voorbije week zowel het pensioensparen als het gunsttarief van 15 procent roerende voorheffing voor spaarboekjes onder vuur genomen. Wat kan er veranderen voor die populaire spaarproducten?

Die oplossing dringt zich inderdaad op. In een artikel dat woensdag in het vakblad Fiscoloog verschijnt, maken advocaten van Tiberghien een grondige analyse van het arrest en besluiten dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen de personenbelasting en de roerende voorheffing. ‘Het arrest vernietigt het tarief van 15 procent in de personenbelasting, waardoor dit tarief zowel voor het verleden als de toekomst 25 procent moet worden in plaats van 15 procent. Wat de roerende voorheffing betreft die de banken afhouden, lijkt het arrest het tarief van 15 procent alleen voor de interesten van het inkomstenjaar 2012 te vernietigen. Voor de interesten van 2013 en volgende lijkt het tarief van 15 procent, bij gebrek aan enige vernietiging, nog altijd te bestaan’, zegt Bart De Cock. Het onderscheid tussen de personenbelasting en de roerende voorheffing heeft betrekking op het volgende: als de spaarder met hetzelfde spaarboekje boven de belastingvrije drempel uitkomt, zal de bank zelf 15 procent (bevrijdende) roerende voorheffing afhouden. Wordt de drempel overschreden via meerdere spaarboekjes bij verschillende banken waarbij geen roerende voorheffing wordt ingehouden, dan moet de spaarder het surplus zelf aangeven in zijn belastingaangifte. In dat laatste geval geldt dus de personenbelasting. 'Het arrest brengt dus de bizarre situatie teweeg waarin voor dezelfde inkomsten van Belgische spaardeposito’s boven de grens van 1.900 euro een tarief van roerende voorheffing zal gelden van 15 procent, terwijl het tarief in de personenbelasting op 25 procent zal liggen', meent Bart De Cock.

Het verleden

Een ander probleem is er volgens de auteurs met de retroactiviteit en het feit dat de hogere belasting en roerende voorheffing ook voor het verleden moet worden toegepast. ‘De fiscale administratie kan in principe geen afstand doen van voor het verleden verschuldigde belasting en moet dus de juiste heffing invorderen’, zegt Bart De Cock. ‘De administratie zou kunnen overwegen om de roerende voorheffing (van 2012) in te vorderen bij de financiële instellingen. Maar wat bijvoorbeeld als de persoon niet langer klant is van de kredietinstelling of onvoldoende liquide middelen heeft?’, vragen de auteurs zich af.

Bovendien zou de administratie ook kunnen invorderen bij de spaarder zelf via de personenbelasting. ‘Dat lijkt me bijna onmogelijk, aangezien de administratie wettelijk allicht niet over de nodige middelen beschikt om de nodige informatie te verkrijgen van de belastingplichtigen. Bovendien kan een dergelijke invordering in vraag worden gesteld in het licht van de bescherming van het recht op eigendom, zoals gewaarborgd door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens’, besluiten de auteurs.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud