Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Wat betekent stijgende rente voor uw obligatiefonds?

Wie de voorbije 30 jaar een obligatiefonds beheerde, genoot al die tijd van structureel dalende rentes en stijgende obligatiekoersen. Maar zijn de fondsen ook gewapend tegen een berenmarkt?
©EPA

In 1982 piekte de Belgische langetermijnrente op liefst 14 procent. Het was een jaar van wantrouwen tegen België, wat leidde tot devaluatie, maar in de eerste plaats was die rente het gevolg van hoge inflatie. Hoe hoger de inflatie, hoe hoger de rente moet zijn van de obligatiemarkt. Elke obligatiehouder wil immers ten minste zijn koopkracht behouden. Sinds de jaren tachtig zijn de westerse centraal bankiers er veel beter in geslaagd de inflatie in te dijken. Het gevolg is een 33 jaar durende stierenmarkt waarin de langetermijnrente structureel dalend was, hier en daar een crisismoment niet te na gesproken.

Mogelijk wordt 2015 het jaar van de ommekeer. Sinds de Belgische tienjaarsrente op 15 april het onwaarschijnlijke niveau van 0,34 procent heeft aangetikt, zit de rente in de lift en staan obligatiekoersen onder druk. Het maandelijkse aankoopprogramma van 60 miljard euro aan obligaties door de ECB heeft in eerste instantie de rentes onderuitgehaald. De aandacht van de markt verschuift nu naar de doelstelling van dat stimulusprogramma: hogere groei en meer inflatie. Hogere inflatieverwachtingen impliceren hogere obligatierendementen.

Verliezen

Veel beheerders van obligatiefondsen worden voor het eerst in hun carrière geconfronteerd met een renteklim. In bijgaande tabel hebben we zes fondsen geselecteerd die beleggen in obligaties op middellange of lange termijn. De fondsen genoten de voorbije jaren volop van de obligatiehausse met een gemiddeld rendement van 5,7 procent over de voorbije vijf jaar.

Sinds de rentebodem van 15 april verloren ze tussen 2 en 4 procent van hun waarde. Daarmee zijn ze hun jaarwinst grotendeels kwijtgeraakt. De beheerders zijn volgens het prospectus verplicht om in langetermijnobligaties te beleggen. Hoe trachten zij de schade te beperken?

‘Het belangrijkste punt is het verminderen van de rentegevoeligheid van het fonds’, zegt Nicolas Forest, verantwoordelijk voor het obligatiebeheer bij Candriam. De rentegevoeligheid van een fonds wordt gemeten via de gewogen gemiddelde looptijd van de obligaties in portefeuille, in het jargon duration. Hoe langer de looptijd van een obligatie, hoe forser de koers zal terugvallen bij een renteopstoot. Het fonds Candriam Bonds Euro verminderde de voorbije weken de doorsnee looptijd door Duitse leningen op vijf en tien jaar van de hand te doen.

Rentegevoelig

Bij het fonds KBC Renta Long is de duration het grootst, waardoor dat fonds logischerwijze het sterkst is teruggevallen sinds midden april (-4%), maar over vijf jaar ook de beste prestatie voorlegt. ‘Sinds begin dit jaar hebben we de gemiddelde looptijd verminderd van elf naar tien jaar’, klinkt het bij KBC. Behalve in Belgisch papier belegt het fonds vooral in Italiaanse, Franse, Spaanse en Duitse langetermijnobligaties. Als de tienjaarsrente het jaar afsluit boven 1 procent, zal het fonds 2015 negatief afsluiten, berekende KBC op onze vraag. De bank stipt wel aan dat het fonds momenteel niet actief wordt gecommercialiseerd. ‘In onze beleggingsstrategie raden we kortermijnobligaties aan.’

Ook Hans van Zwol, de beheerder van NN Euro Fixed Income (verdeeld door ING), heeft de gemiddelde looptijd verminderd. Maar wel tijdelijk. ‘Wij denken niet dat we het begin hebben gezien van een langdurige en duurzame rentestijging. Daarom denk ik niet dat we deze positie lang zullen handhaven’, zegt Van Zwol. Om dezelfde reden denkt hij het jaar wel degelijk positief te zullen afsluiten. Al geeft hij ook toe dat de huidige rentes weinig compensatie bieden voor een eventuele rentestijging en de verliezen die daarmee gepaard gaan. Chris Iggo, obligatiestrateeg bij AXA Investment Managers, zit op dezelfde lijn als Van Zwol. ‘De stierenmarkt in obligaties is voorbij, maar de berenmarkt is nog niet begonnen’, zo formuleert hij het. ‘De maandelijkse obligatie-aankopen van de ECB vermijden een regelrechte obligatiecrash.’

Als we de voorbije weken wel de start zagen van een duurzame rentestijging, dan zal dat onvermijdelijk gepaard gaan met meer inflatie. Bijgevolg kunnen beheerders zich beschermen via de aankoop van inflatiegebonden obligaties. ‘We staan positief tegenover geïndexeerde obligaties. In het huidige klimaat zouden zij beter moeten presteren dan gewone obligaties’, zegt Nicolas Forest. De directeur obligaties bij Candriam koopt ook hoogrentende obligaties - de beter klinkende naam voor rommelpapier - en obligaties uit groeilanden zoals de Oost-Europese. ‘Die obligaties bieden een extra yield-buffer’, legt Forest uit.

Ook Hans van Zwol legt de nadruk op diversificatie naar bedrijfsleningen of obligaties uit Italië en Spanje. ‘In de regel zal bij een stijging van de Belgische overheidsrente de rente op die obligaties minder hard stijgen.’ Iggo verwijst naar obligaties met een vlottende rente en zegt dat beheerders kunnen beslissen om wat meer cash dan normaal aan te houden.

Afhankelijk van wat het prospectus van het fonds toelaat, is er nog andere manier om de impact van een renteklim te trotseren. Van Zwol haalt ‘efficiënte derivatenstrategieën’ aan. ‘Dat is een goedkopere manier om de rentegevoeligheid af te bouwen dan de looptijd van de obligaties te verminderen.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud