‘Achter onze gevels schuilt wooncrisis'

©Wouter Van Vooren

De helft van de huurders in Vlaanderen woont in een slechte woning. Joy Verstichele, de topman van de huurdersbond, reikt in een boek oplossingen aan voor de ‘onzichtbare wooncrisis’.

De helft van de private huurwoningen in Vlaanderen voldoet niet aan de minimumeisen inzake vochtwering, stabiliteit, verwarming of elektriciteit. In de helft van die minderwaardige woningen is een grondige renovatie nodig. Maar die wooncrisis is voor de meeste Vlamingen onzichtbaar, schrijft Joy Verstichele in een nieuw boek.

‘Deze crisis speelt zich letterlijk achter onze gevels af’, zegt hij in een gesprek met De Tijd. ‘Nochtans is het zonder duurzame woonst moeilijk om te werken, gezond te blijven of een sociaal leven op te bouwen. Een behoorlijke huisvesting is een grondrecht, maar de overheid komt die belofte niet na.’

Als coördinator van het Vlaams Huurdersplatform komt Verstichele soms in de meest belabberde huizen terecht. Zijn beschrijvingen vertellen het verhaal achter de cijfers. Vooral de uitzichtloosheid treft hem vaak. ‘Ik vertel in het boek het verhaal van een koppel met drie puberende kinderen die op elkaars lip leven in een veel te kleine, vochtige woning. Klagen durven ze niet, want als hun appartement onbewoonbaar wordt verklaard, staan ze misschien op straat. Door het beperkte aanbod op de private huurmarkt is de kans klein dat ze ergens anders naartoe kunnen.’

Gigantisch tekort

Sinds de Tweede Wereldoorlog focust de overheid erop zo veel mogelijk mensen te stimuleren een eigen huis te verwerven, zegt Verstichele. ‘Daardoor is het aanbod voor private huurders erg beperkt. Iedereen is het erover eens dat er zeker in het onderste segment een gigantisch tekort aan kwaliteitsvolle huurwoningen is. Daardoor kunnen verhuurders veel meer vragen dan wat zo’n pand waard is. 30 procent van de private huurders houdt na het betalen van de huur te weinig over om menswaardig te leven.’

Wie een goede woning heeft, heeft minder gezondheidsproblemen en vindt sneller werk. Een investering in een sociale woning verdient zich snel terug.
joy verstichele
coördinator vlaams huurdersplatform

Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA) zette de afgelopen jaren nochtans in op de private huurmarkt. Ze wil meer eigenaars stimuleren hun woning te verhuren. Daarom werd de huurwaarborg van twee naar drie maanden verhoogd.

‘Heel wat mensen op de private huurmarkt komen in aanmerking voor een sociale woning, maar ze blijven op de wachtlijst staan omdat er een tekort is. Voor de aankoop van een eigen woning hebben ze geen geld. Ze zijn dus verplicht op de private huurmarkt te zoeken, maar botsen daar op een verhoogde drempel. 40 procent van de huurders kan de waarborg van twee maanden nu al moeilijk betalen.’

Minder geld naar woonbonus

Verstichele reikt ook oplossingen aan. Er moet op termijn minder geld naar de woonbonus (de fiscale stimulus voor woonleningen, red.) gaan, om meer in de sociale huisvesting en de private huurmarkt te investeren. Ook countert hij het idee dat sociale woningen vooral geld kosten aan de maatschappij.

‘Wie een goede woning heeft, heeft minder gezondheidsproblemen en vindt sneller werk. Een investering in een sociale woning verdient zich maatschappelijk dus snel terug. We investeren in sociale huisvesting maar de helft van wat we in de woonbonus pompen. Bovendien laat de kwaliteit van sociale huisvesting soms te wensen over. Voor de gemeenteraadsverkiezingen was er veel aandacht voor de slechte kwaliteit van sommige Gentse sociale woningen, maar dat is echt geen alleenstaand geval.’

Joy Verstichele, De onzichtbare wooncrisis, Epo, 2018, 141 pagina’s.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect