Waarom cohousing kunst-en vliegwerk blijft

Het cohousingproject Vinderhoute in Lovendegem. ‘Cohousing is een goede oplossing om wonen in de stad aantrekkelijker te maken.’ ©Stramien architecten

Het beeld dat alleen hippies met cohousing bezig zijn, verdwijnt langzaam. Ondertussen wagen ook projectontwikkelaars zich eraan. Maar zolang elk wettelijk kader ontbreekt, blijft die groeiende groep samenhuizers aangewezen op juridisch kunst- en vliegwerk.

Het principe achter cohousing is dat een groep mensen een project met meerdere wooneenheden opzet. Elk gezin beschikt over zijn eigen, doorgaans compacte privéwoning. Daarbovenop delen de bewoners gemeenschappelijke faciliteiten. Die laatste kunnen, afhankelijk van de wensen van de groep, sterk uiteenlopen. Van een fietsenberging en een wasruimte over een grote keuken met een feestzaal tot logeerkamers, een speeltuin en een zwembad. Niet te verwarren dus met andere vormen van gemeenschappelijk wonen, zoals met meerdere mensen één huis delen of kangoeroewonen.

Een combinatie van private en gemeenschappelijke delen, dat doet aan een flatgebouw denken. Toch zijn er enkele verschillen. ‘Bij appartementen zijn de gemeenschappelijke delen doorgaans erg beperkt. Het gaat meestal over niet meer dan een trappenhal, een lift en een stookruimte’, vertelt Sabrine Vanslembrouck van de vzw Samenhuizen.

‘Bij een cohousingproject gaat dat veel ruimer. Ook verschilt de mindset. Het vergt een sociale instelling. Je vertrekt van de intentie van samenleven. Zo ondernemen cohousers samen activiteiten zoals tuinieren. Sommige groepen eten ook samen. Let wel, iedereen beschikt nog altijd over een volwaardige privéwoonunit. Het is dus perfect mogelijk om op jezelf te zijn.’

Hoe de projecten ontstaan? ‘Meestal groeit een cohousingproject vanuit een kleine vriendengroep. Die zoekt vervolgens een site, een pand of een stuk grond voor haar project. Afhankelijk daarvan kunnen bijkomende bewoners worden gezocht’, vertelt Vanslembrouck. ‘Een andere piste is dat iemand op een site botst die hem inspireert, maar die te groot is - denk aan een vierkantshoeve of een oud klooster - en daarna mensen gaat zoeken om die site mee te delen.’ Ook een aantal projectontwikkelaars heeft zich al aan cohousing gewaagd.

Stedelijk fenomeen

Cohousing biedt een aantal voordelen. Een evident pluspunt is dat kosten worden gedeeld. ‘Als je de prijs kan delen door vijftien, dan wordt een zwemvijver ineens betaalbaar’, zegt Vanslembrouck. ‘De prijs van een unit in een cohousing ligt rond die van een klassieke koopwoning. Alleen krijg je door de gemeenschappelijke delen meer waar voor je geld.’

Als je de prijs kan delen door vijftien, dan wordt een zwemvijver ineens betaalbaar.
Sabrine Vanslembrouck
vzw Samenhuizen

Ook op sociaal vlak heeft cohousing voordelen. ‘Autodelen wordt gemakkelijker. Het systeem nodigt ook uit om elkaar een helpende hand toe te steken of eens kinderoppas te spelen voor elkaar. Je wordt minder snel eenzaam in een cohousingproject.’

‘De ontwikkeling van een cohousingproject neemt gemiddeld drie tot vier jaar in beslag’, vertelt Eef Tanghe, zaakvoerder van de projectbegeleider Cohousing Projects. Die begeleidt momenteel een twintigtal projecten. Of projecten goed lopen, hangt in haar ervaring vooral af van de ligging, net als bij het klassieke vastgoed. ‘We merken wel dat cohousing in de eerste plaats een stedelijk fenomeen is. Onlogisch is dat niet. Net daar stijgt de nood aan een efficiënter gebruik van de beperkte ruimte. Op het platteland is een grotere woning of een groter stuk grond nog betaalbaar. Al speelt ook de anonimiteit van wonen in de stad een rol. Bij cohousing kom je onmiddellijk in een sociaal netwerk terecht. Vooral ouderen zijn daarnaar op zoek.’

Toch blijft cohousing veeleer de uitzondering op de regel. Nochtans is het in Scandinavië al tientallen jaren ingeburgerd. Ook in de Verenigde Staten zijn uitgebreide gemeenschappelijke faciliteiten normaal. Waarom blijft het hier zo moeilijk? ‘Ik denk dat het aan de Vlaamse cultuur ligt’, zegt Vanslembrouck. ‘Mensen blijven hier toch sterk gericht op een eigen woning, op eigendom ook. Woonfuncties delen vinden velen lastig, al kentert de mentaliteit stilaan.’

Ook Tanghe ziet een evolutie. ‘Het concept raakt beter ingeburgerd, ondanks de vele misverstanden over cohousing. Vaak moet ik uitleggen wat het precies inhoudt. Er hangt nog altijd een geur van hippies en communes omheen, terwijl het daar absoluut niets meer mee te maken heeft. Als we wonen in de stad opnieuw aantrekkelijk willen maken, moeten we dringend nadenken over andere manieren van wonen. Daarvoor is cohousing een goede oplossing. Zelf denk ik dat we op termijn niet meer anders kunnen.’

Creatief regelwerk

In Vlaanderen bestaat voorlopig geen juridisch kader voor cohousing. De overheid voert eerst een onderzoek naar de nieuwe woonvorm. Ze selecteerde begin dit jaar projecten die experimenteren met alternatieve woonvormen, waaronder enkele cohousingprojecten.

‘Die worden de komende zes jaar geëvalueerd. Op basis daarvan kan de regelgeving snel worden aangepast, zodat alternatieve woonvormen in de toekomst sneller gerealiseerd kunnen worden’, zegt het kabinet van Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA). ‘In het regeerakkoord staat het voornemen om deze regeerperiode tot een definitie van cohousing te komen in de Vlaamse wooncode’, klinkt het.

‘Dat is een eerste stap’, zegt Sabrine Vanslembrouck van de vzw Samenhuizen. ‘Een officiële definitie kan een opstap zijn naar specifieke wetgeving, subsidies, gemakkelijker regelingen voor de aansluitingen van water, gas en stroom.’

→ Draaiboek

Zonder officieel statuut zijn de meeste cohousingprojecten genoopt tot creativiteit. Juristen, notarissen en steden en gemeenten werken voor elk project een oplossing op maat uit. ‘Er is geen vast draaiboek. Gelukkig zijn er almaar meer projecten. Er is een netwerk ontstaan van mensen die elkaar informeren, en dat functioneert goed’, vertelt Vanslembrouck.

De meeste projecten werken met een Vereniging van Mede-eigenaren (VME), net als flatgebouwen. Elke eigenaar beschikt daarin over een privéwoning en over een aandeel in de gemene delen. ‘Wij werken altijd met een VME’, vertelt Eef Tanghe van Cohousing Projects. ‘Dat werkt goed, we zijn nog niet op grote problemen gestoten.’

‘Enkele projecten experimenteren met het statuut van een coöperatie, maar die wetsvorm is niet aangepast aan wonen’, vertelt Vanslembrouck.

→ Groepsaankoop

In een VME-structuur sluit elke eigenaar apart een lening af bij de bank. ‘Soms proberen ze wel als groep betere voorwaarden af te dingen’, vertelt Vanslembrouck. Net als bij een appartement sluit iedereen ook zijn eigen brandverzekering af. Daar komt een brandverzekering op projectniveau bij voor de gemeenschappelijke delen.

→ Wachtlijsten

Wat als iemand zijn woning in een cohousing wil verkopen? In het geval van een VME kan hij zijn woning verkopen samen met zijn aandeel in de VME. ‘Veel cohousings hebben wel een clausule in hun statuten die voorschrijft dat de groep akkoord moet gaan met een koper. Er moet toch een klik zijn’, vertelt Vanslembrouck. Een koper vinden zou geen probleem zijn. ‘Woonunits die ter beschikking komen, worden vrijwel overal vlot ingevuld. Sommige cohousingprojecten hebben zelfs wachtlijsten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content