netto

Tak 23-fondsen: veel troeven, maar ook veel aandachtspunten

©Photo News

Met verzekeringsfondsen kunt u een som geld beleggen en tegelijk de belegging verzekeren als u iets overkomt. Ze zijn fiscaal aantrekkelijk en ook een goed instrument om aan vermogensplanning te doen. Maar let op voor de kosten.

Wie tak 23-fondsen zegt, denkt niet meteen aan verzekeren, maar aan beleggen en vermogen plannen. Eenvoudig gezegd is een tak 23-fonds een beleggingsfonds in een verzekeringsjasje. Het is met andere woorden een belegging waaraan u een verzekering kan koppelen van wat er met de belegging gebeurt als u overlijdt.

Net als de gewone beleggingsfondsen bestaan tak 23-fondsen in alle maten en gewichten. Zo zijn er verzekeringsfondsen die alleen in aandelen beleggen, alleen in obligaties of in een combinatie van beide. Welk type fonds u moet kiezen, hangt af van uw risicoprofiel.

Maar waarom zou u voor een verzekeringsfonds kiezen, en niet voor een beleggingsfonds dat uw bankier aanraadt?

Troef 1: vermogensplanning

Aangezien een tak 23-fonds een verzekeringscontract is, kunt u een verzekeringsnemer, een verzekerde en een begunstigde aanduiden. Een belegging in een tak 23-fonds komt op het moment dat de verzekerde overlijdt dus in handen van de begunstigde. Uiteraard nadat die eerst erfbelasting heeft betaald en op voorwaarde dat er geen ‘inkorting’ is gebeurd - waardoor de wettelijke erfgenamen werden benadeeld. Er bestaan schenkingstechnieken waarmee u erfbelasting kunt vermijden, maar dat betekent wel dat u afstand moet doen van het kapitaal.

Doordat u de mogelijkheid hebt om een begunstigde aan te duiden, worden tak 23-fondsen vaak gebruikt als een manier om het vermogen te plannen. Sommige grootouders nemen bijvoorbeeld hun kleinkinderen op als begunstigde. Ze blijven eigenaar van de verzekering zolang ze leven, maar het kleinkind krijgt het kapitaal als de grootouder sterft.

Let op de kleine lettertjes!

Met een tak 23-fonds ontkomt u niet automatisch aan de erfbelasting.

Troef 2: gunstige fiscaliteit

Ook op fiscaal vlak bieden tak 23-fondsen meer voordelen dan gewone beleggingsfondsen. Zo is er voor tak 23-fondsen geen roerende voorheffing en geen beurstaks verschuldigd. Bij niet-verzekeringsfondsen geldt een beurstaks van 1,32 procent als u het fonds verkoopt, tenminste als het fonds geen dividenden uitkeert. Ook de zogenaamde Reynderstaks, die wordt afgehouden als u een fonds verkoopt met minstens 10 procent obligaties of vastrentende effecten, geldt niet voor een tak 23-fonds. De Reynderstaks bestaat uit een roerende voorheffing van 30 procent.

Op fiscaal vlak bieden tak 23-fondsen meer voordelen dan gewone beleggingsfondsen. Zo is er voor tak 23-fondsen geen roerende voorheffing en geen beurstaks verschuldigd.

Let op, volledig vrij van belastingen zijn verzekeringsfondsen niet. Bij elke instap betaalt u een verzekeringstaks van 2 procent. Als u dus 10.000 euro belegt in een tak 23-fonds, zult u 200 euro verzekeringstaks moeten betalen. Maar zodra die taks vereffend is, zijn er geen bijkomende belastingen meer, ongeacht de meerwaarde die u er later op realiseert.

Voorts komen tak 23-fondsen niet in aanmerking voor de effectentaks. Die effectentaks is sinds vorig jaar van kracht en belast beleggers met meer dan 500.000 euro op hun effectenrekeningen over alle banken heen. De taks bedraagt 0,15 procent op de waarde van hun beleggingen.

Let op de kleine lettertjes!

Bij elke instap in een tak 23-fonds betaalt u 2 procent verzekeringstaks.

Troef 3: pensioenopbouw

Tak 23-fondsen kunnen ook gebruikt worden voor pensioensparen of langetermijnsparen. Bij individueel pensioensparen kunt u via een tak 21-product, een tak 23-fonds of een bancair pensioenspaarfonds jaarlijks tot 980 euro of tot 1.260 euro storten. Daarop is een belastingvermindering van respectievelijk 30 of 25 procent van toepassing. Die vorm van pensioensparen kunt u doen tussen 18 en 64 jaar, op voorwaarde dat u een belastbaar inkomen geniet. De verzekeringstaks van 2 procent is voor deze tak 23-vorm niet van toepassing. Wel geldt op 60-jarige leeftijd een anticipatieve taks van 8 procent op het opgebouwde kapitaal.

Verzekeringsgids 2019

De kleine lettertjes van uw verzekering | Wat uw verzekeraar u niet altijd vertelt

→ 10 polissen doorgelicht

Bekijk hier de PDF van het magazine (19/10/2019)

Langetermijnsparen biedt een extra mogelijkheid om aan pensioensparen te doen. Deze spaarvorm is fiscaal aantrekkelijk als uw fiscale korf nog niet volledig gevuld is met uw hypothecaire lening of de premie van uw schuldsaldoverzekering. De premies die u stort in de tak 21- of tak 23-verzekering kunt u dan fiscaal in mindering brengen. Het maximale bedrag dat u in mindering kunt brengen, hangt af van uw inkomen. Voor 2019 mag het gestorte bedrag niet hoger zijn dan 2.350 euro. Het fiscaal voordeel bedraagt 30 procent.

Om recht te hebben op een fiscaal voordeel moet de levensverzekering wel een looptijd van minstens tien jaar hebben en voor uw 65ste zijn afgesloten. In tegenstelling tot bij individueel pensioensparen kunt u na uw 64ste het fiscaal voordeel van dit systeem blijven genieten, op voorwaarde dat u aan de twee eerder vermelde voorwaarden voldoet.

Bij langetermijnsparen geldt wel een verzekeringstaks van 2 procent, en is er een (bevrijdende) anticipatieve heffing van 10 procent op het opgebouwde kapitaal (exclusief winstdeelname) wanneer u de leeftijd van 60 jaar bereikt. Hebt u uw contract na uw 55ste afgesloten, dan gebeurt die heffing op de tiende verjaardag van uw contract.

Ook voor zelfstandigen kunnen tak 23-fondsen een fiscaalvriendelijke oplossing bieden voor de pensioenopbouw. Zij kunnen kiezen voor een POZ-verzekering (pensioenovereenkomst voor zelfstandigen). De POZ-premies leveren een belastingvermindering op van 30 procent.

Let op de kleine lettertjes!

Bekijk zeker ook de alternatieven (klassieke bankfondsen, tak 21) om aan pensioensparen te doen.

 

Troef 4: toegang tot externe beheerders

In tegenstelling tot het fondsenaanbod van vele banken, dat zich beperkt tot het huisaanbod, bieden de meeste verzekeraars toegang tot externe fondsenbeheerders. Nagenoeg alle verzekeraars bieden de mogelijkheid om in fondsen van internationale fondsenhuizen te beleggen.

AG Insurance hanteert bijvoorbeeld een multimanagement-strategie, waarbij de tak 23-fondsen die ze aanbieden, beleggen in fondsen van externe fondsbeheerders. Het zijn dus fondsen van fondsen. Belfius Insurance heeft het aanbod tak 23 KITE. Daarmee biedt de verzekeraar onder eenzelfde contract een ruime selectie van tak 23-fondsen aan. Het gaat om een 40-tal fondsen van 23 nationaal en internationaal gerenommeerde fondsenhuizen. KBC Verzekeringen werkt niet met externe fondsenhuizen, maar houdt het beheer van de tak 23-fondsen binnen de KBC-groep.

Let op de kleine lettertjes!

Voor de belegger kan het duurder uitkomen als het beheer is uitbesteed aan externe fondsenhuizen.

Troef 5: gemoedsrust

Beleggingsfondsen zijn uiteraard niet zonder risico. U kan er een deel van uw inleg mee verliezen. Verzekeraars hebben de voorbije jaren alternatieve constructies ontwikkeld die iets meer gemoedsrust bieden. Zo bieden ze bijvoorbeeld varianten op tak 23-fondsen aan waarbij het risico van de fondsen verminderd wordt. Zo is het bij veel verzekeraars mogelijk de veilige tak 21 te combineren met de risicovollere tak 23. Men spreekt dan van tak 44. U belegt dan bijvoorbeeld 50 procent in een fonds en 50 procent in een spaarverzekering.

Voorts bieden sommige verzekeraars ook tak 23-fondsen met kapitaalbescherming aan, of verzekeringsfondsen die een automatische stoploss inbouwen. Hierbij kunt u het maximale verlies op voorhand vastleggen. Uiteraard heeft die bescherming een kostprijs en moet u een deel van het rendement opofferen in ruil voor gemoedsrust.

Let op de kleine lettertjes!

Bescherming inbouwen in een beleggingsportefeuille kost geld.

Wie rekening houdt met de kleine lettertjes kan dus zeker voordeel halen uit een belegging in een tak 23-fonds, al zijn er nog 2 belangrijke aandachtspunten.

Aandachtspunt 1: kosten

Kosten vormen vaak een obstakel bij tak 23-fondsen. Soms kunnen de instapkosten oplopen tot 6 procent, al zijn er ook verzekeraars, zoals Federale Verzekering, die geen instapkosten aanrekenen. Verzekeraars geven aan dat de geafficheerde instapkosten steeds maxima zijn, en dat tussenpersonen doorgaans lagere tarieven aanrekenen. Het komt er dus als belegger op aan om over die kosten te onderhandelen. Instapkosten van bijvoorbeeld 4 procent kunnen een stevige impact hebben op het rendement. Zeker omdat er nog een verzekeringstaks van 2 procent is.

Bovendien rekenen tak 23-fondsen jaarlijkse beheerskosten aan. Die bedragen doorgaans tussen 0,7 en 1,2 procent. Maar let op, die kosten komen boven op de kosten van de onderliggende externe fondsen. Belegt u bijvoorbeeld in een fonds van een buitenlands fondsenhuis via tak 23, dan moet u de totale jaarlijkse kosten van het onderliggende fonds, bijvoorbeeld 1,5 procent, vermeerderen met de beheerskosten van het overkoepelende tak 23-fonds, bijvoorbeeld 1 procent. Dat betekent dat de beheerder in dit geval al jaarlijks een rendement van minstens 2,5 procent moet behalen om de kosten te compenseren. Die kosten worden trouwens in mindering gebracht van de dagelijkse inventariswaarde, zodat u ze niet afzonderlijk betaalt.

Voorts is een tak 23-fonds bij uitstek een langetermijnbelegging. Vaak zijn er uitstapkosten tot 5 jaar nadat u bent ingestapt. Snel verkopen zonder uw broek te scheuren is dan moeilijk.

Het is dus belangrijk voldoende aandacht te schenken aan de kosten als u in een tak 23-fonds stapt. Alleen dan kunt u vermijden dat de voordelen van zo’n product tenietgedaan worden door de kosten.

Aandachtspunt 2: transparantie

Jarenlang hadden tak 23-fondsen een kwalijke reputatie. Een gebrek aan transparantie en enkele ‘ongevallen’ met exotische buitenlandse tak 23-fondsen drukten de populariteit. Nieuwe Europese regels maken tak 23-fondsen wel transparanter. Net als bij gewone fondsen moeten ook tak 23-fondsen een informatiedocument ter beschikking stellen. Bovendien legt de zogenoemde IDD-richtlijn strikte regels op over beleggingsadvies om de belangen van de klanten beter te behartigen.

Toch blijven tak 23-fondsen nog buiten schot van de Europese MiFID II-richtlijn. Die richtlijn verplicht banken om jaarlijks een gedetailleerd kostenoverzicht door te spelen aan de belegger over zijn producten in portefeuille.

Tak 23 opnieuw populair

De inlagen in tak 23-fondsen zitten al enkele jaren opnieuw in de lift. De populariteit van tak 23 komt gedeeltelijk doordat zijn broertje tak 21 wat uit de gratie van de spaarders is gevallen door de extreem lage rente. De zoektocht naar meer rendement is niet de enige reden voor de populariteit van tak 23-fondsen. Wijzigingen in de fiscaliteit, zoals de hogere roerende voorheffing en de effectentaks, treffen alleen de klassieke fondsen en niet de tak 23-fondsen. Al bij al blijven de bedragen in tak 23 wel relatief beperkt. Het uitstaande vermogen bedraagt volgens de recentste cijfers van verzekeringsfederatie Assuralia 32 miljard euro (eind 2017). Ter vergelijking: de klassieke bancaire beleggingsfondsen staan in voor bijna 200 miljard euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect