Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Groepsverzekering: ook rendement op stortingen uit verleden ter discussie

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) stelt in een nota over de groepsverzekeringen de vraag of het gewaarborgde rendement op de al opgebouwde pensioenspaarpot ook in de toekomst behouden moet blijven.
Advertentie
Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine. ©BELGA

'Het is eenvoudiger een gewijzigde rentevoet  toe te passen op de al opgebouwde reserves', zo klinkt het in de nota. Dat zou een streep door de rekening van de aangesloten werknemers zijn.

De federale minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine, legde de werkgevers en de werknemersorganisaties gisteren een nota voor 'met het oog op een mogelijke herziening van de gewaarborgde rendementen van de groepsverzekering'.

Zoals bekend zijn de huidige gegarandeerde rendementen, namelijk 3,25 procent op de bijdragen van de werkgever en 3,75 procent op eigen bijdragen van de werknemer, volgens de Nationale Bank en gegeven de lage rentevoeten op de financiële markten onhoudbaar.

Het zijn niet de verzekeraars, maar de werkgevers die de rendementen uit de Wet Aanvullende Pensioenen (WAP) moeten garanderen. Als de verzekeraars de minimumrendementen niet halen, is het aan de werkgevers om het tekort bij te passen. Voor de werkgevers drijft die verplichting de kosten op.

In zijn nota legt Bacquelaine de sociale partners een reeks vragen voor. De nota bevat geen concrete voorstellen. Het is aan de sociale partners om antwoorden te formuleren. Zo moeten de werkgevers en werknemers antwoorden op de vraag of rendementsgarantie wel noodzakelijk is. Bacquelaine verwijst vervolgens naar Zwitserland, waar de rente, anders dan in België, mee-evolueert met de rentevoeten op de financiële markten. Dat heeft tot gevolg dat de Zwitserse pensioenfondsen dit jaar nog een rentevoet van 1,75 procent waarborgen, terwijl dat in 2003 nog 3,25 procent was.

Vooral de passage onder de vijfde vraag is belangwekkend. Die vraag luidt als volgt: 'Als we de rentevoet van de rendementswaarborg wijzigen, op welke bijdragen zal de nieuwe rentevoet dan van toepassing zijn?' Zal een lagere rentevoet alleen van toepassing zijn op nieuwe stortingen of ook op de spaarpot (kapitalen en intresten) die de werknemer tot aan de wijziging al heeft opgebouwd? Volgens de nota is het gemakkelijker om een gewijzigde rentevoet, niet alleen toe te passen op toekomstige stortingen , maar ook op de reeds opgebouwde pensioenspaarpot. De reeds opgebouwde reserves zouden dan niet langer oprenten aan 3,25 maar aan bijvoorbeeld 2 procent. 'Die methode is gemakkelijker om te berekenen en te begrijpen', staat in de nota.  Voorts meldt de nota 'dat het garanderen van de oude rentevoeten tot aan het einde van het contract een hoger risico met zich brengt voor de inrichters. Deze methode is veel complexer en moeilijk om te begrijpen voor wie aangesloten is'.

Eerder verklaarde Bacquelaine dat het niet de bedoeling kan zijn om te morrelen aan het rendement van bestaande groepsverzekeringen. 'De factor vertrouwen is belangrijk. Iedereen moet kunnen blijven rekenen op wat in het verleden gegarandeerd is', zo meldde Bacquelaine drie weken geleden in het duidingsprogramma 'Terzake'. De woordvoerder van Bacquelaine, Koen Peumans, meldt in een reactie dat deze visie overeind blijft. 'Het is niet de bedoeling om te raken aan de rendementen op stortingen uit het verleden. Werknemers aan wie 3,25 procent is beloofd, zullen die ook krijgen'. Dé vraag is alleen tot wannneer: tot op het ogenblik dat men de gewaarborgde rentevoet zou verlagen of tot op het einde van het contract. Dat is een wereld van verschil. Over die vraag moeten de sociale partners zich buigen. En de nota vermeldt met zoveel woorden dat het eenvoudiger is om de oude rendementen slechts te waarborgen tot op het ogenblik dat de rentevoet zou gewijzigd worden, niet tot op het einde van het contract. 'Maar de minister zelf neemt daarover geen standpunt in', aldus Peumans.

Een andere vraag is of het rendement gewaarborgd moet worden op alle bijdragen of op slechts een deel ervan. Weer fungeert Zwitserland als gidsland, zoals De Morgen vandaag al aangeeft. 'Zo bestaat er in Zwitserland een verplichte tweede pijler tot aan een zeker plafond en een (niet-verplichte) tweede pijler daarboven. Zwitserland past de rendementswaarborg enkel toe op de verplichte tweede pijler. Indien men de Zwitserse logica volgt, zou men de rendementswaaborg niet kunnen beperken tot een bepaald niveau van het salaris? Of zou men de toepassing van de rendementswaarborg niet kunnen beperken tot welbepaalde pensioenplannen zoals de sectorale pensioenplannen?'

De minister stelt ook de vraag 'of we niet dezelfde rendementen zouden moeten toepassen op de bijdragen van de werkgevers en de werknemers?' En of het niet zinvol kan zijn om de rendementsverplichting ten laste te leggen van de pensioeninstellingen (in plaats van de werkgevers)?

Contractbreuk

Het is aan de werkgevers en de werknemers om voor eind juni antwoorden te formuleren. De vakbonden en de sp.a verwerpen de nota van Bacquelaine. Sp.a-Kamerlid Hans Bonte vindt 'de contractbreuk van de minister choquerend'. 'Bacquelaine stelt voor het gewaarborgde rendement in de tweede pensioenpijler af te schaffen. Het aanvullend pensioen is een keuze die werkgevers en werknemers maken met het oog op meer zekerheid. Minder loon voor de garantie op meer pensioen, dat is de deal. Onderweg de voorwaarden aanpassen is gewoon contractbreuk. Werknemers zo laten vallen is wraakroepend', aldus Bonte.

Ook de socialistische bediendebond BBTK reageert verbolgen. 'De minister volgt de verzekeraars blindelings in hun klaagzang. Hij verwijst naar het Zwitsers model, maar vergeet dat het aanvullend pensioen in België noodzakelijk is als aanvulling op het wettelijk pensioen, dat in feite vaak veel te laag is', zo klinkt de kritiek.

De werkgevers en de verzekeraars wensen niet te reageren en de voorstellen in de Nationale Arbeidsraad (NAR) te bespreken.

 

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud