Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Moet u bezorgd zijn over uw groepsverzekering?

Voor werknemers met een groepsverzekering was het deze week even schrikken. Volgens een rapport van de financiële waakhond FSMA kunnen sommige groepsverzekeringen in bepaalde scenario’s het beloofde pensioenbedrag niet uitbetalen. Is er reden tot paniek?

Zowat 3,2 miljoen werkende Belgen krijgen een aanvullend pensioenplan via hun werkgever. Die zogenaamde tweede pijler is van belang om uw levensstandaard tijdens uw pensioen op peil te houden en betekent ook een slag om de arm, zeker nu de financiering van het wettelijk pensioen - de eerste pijler - onder druk staat.

Werkgevers mogen die spaarpot niet zelf beheren, maar moeten het geld toevertrouwen aan een pensioeninstelling. Dat beheer buiten de onderneming moet erover waken dat de aangesloten werknemers hun geld niet verliezen als het bedrijf op de fles gaat. Maar u wilt natuurlijk ook weten of uw geld bij die pensioeninstellingen veilig zit, en of u op het einde van de rit de volledige som die u bijeenspaarde ook uitbetaald krijgt. Zeker na het rapport van de FSMA (zie verder).

Hoe kunt u via uw werkgever sparen voor een aanvullend pensioen?

Sparen voor een aanvullend pensioen kan via een groepsverzekering of een pensioenfonds. Met een groepsverzekering geniet u een bepaalde rente op wat u of uw werkgever in het pensioenplan stort. Een pensioenfonds belegt de stortingen in aandelen, obligaties en andere financiële producten en is daardoor meer onderhevig aan het klimaat op de financiële markten.

Zowat 75 procent van de beheerde reserves zit bij groepsverzekeringen. De overige 25 procent zit bij pensioenfondsen. Een pensioenfonds is voor heel wat kleinere ondernemingen een minder evidente keuze, omdat de vaste kosten hoger zijn. Daarenboven legt de nieuwe regelgeving van 1 januari 2019 nieuwe en striktere eisen voor deugdelijk bestuur op.

‘Vandaar dat sommige werkgevers samen een pensioenfonds opzetten’, zegt Heidi Delobelle van AG Insurance. ‘Tegelijk houden enkele pensioenfondsen ermee op omdat de kosten van het beheer te hoog zijn geworden. Ze switchen daarom naar een groepsverzekering.’

Bent u verplicht toe te treden tot het aanvullend pensioenplan van uw werkgever?

Als u bij een onderneming begint te werken die al een pensioenvoorziening voor haar werknemers heeft, dan moet u verplicht aan dat pensioenplan deelnemen. Werkt u bij een bedrijf dat aanvankelijk geen pensioenplan aanbood maar dat op een bepaald moment wel begint te doen, dan kunt u kiezen of u al dan niet instapt.

Soms zetten werkgevers een nieuw pensioenplan op naast een bestaand. Bent u aangesloten bij het bestaande, dan krijgt u bij de lancering van de nieuwe voorziening de keuze naar de nieuwe formule over te stappen of toch bij de oude regeling te blijven.

Hoe werkt een groepsverzekering?

Er bestaan drie types groepsverzekeringen: met vaste prestaties, met vaste bijdragen en met cash balance.

  • Vaste prestaties

Bij pensioentoezeggingen met vaste prestaties - ‘defined benefit’ in het verzekeringsjargon - ligt het bedrag dat de werknemer krijgt op het moment dat hij op pensioen gaat vooraf duidelijk vast. Voor de opbouw van het aanvullend pensioen worden bijdragen gestort aan de pensioeninstelling. Die berekent hoeveel bijdragen u moet betalen om het aanvullend pensioen tegen de pensioenleeftijd te financieren.

1,75%
Nettorendement
Uit cijfers over 2018 blijkt dat de groepsverzekeringen een nettorendement tussen 1,75 en 2,25 procent behaalden.

Om het aanvullend pensioen op einddatum te bereiken bestaan verschillende financieringsmethodes, maar een wettelijk minimum moet op elk moment bereikt worden. De pensioeninstelling belegt de ontvangen bijdragen. Doorgaans gebeurt dat in tak21-producten, die risicoloos zijn omdat ze een gegarandeerde minimumrente bieden, eventueel verhoogd met een winstdeling die afhangt van de resultaten van de instelling.

Afhankelijk van het rendement dat de pensioeninstelling op de beleggingen behaalt, liggen de kosten voor de werkgever hoger of lager. Hoe hoger het rendement, hoe minder bijdragen gestort moeten worden. Het is dus de werkgever die het beleggingsrisico van de pensioentoezegging draagt.

  • Vaste bijdragen

Bij dit type - ook ‘defined contribution’ genoemd - belooft de werkgever geen vast eindresultaat. Hij garandeert alleen dat de bijdragen worden betaald.

Hoe hoog het aanvullend pensioen wordt, ligt niet bij voorbaat vast. Dat hangt af van hoeveel bijdragen betaald worden, hoelang gespaard wordt en wat het rendement van de beleggingen is. In dit geval ligt het beleggingsrisico - of de beleggingen veel of weinig rendement halen - bij de aangesloten werknemers.

Om het beleggingsrisico voor de werknemers te beperken heeft de wet aan de werkgever een minimale rendementsgarantie opgelegd. Het minimumrendement bedraagt 1,75 procent. Als op de pensioendatum of bij een overdracht van de reserves na een uitdiensttreding blijkt dat de bijdragen minder hebben opgebracht dan dat minimum, moet de werkgever bijbetalen.

  • Cash balance

Met de groepsverzekering via cash balance bepaalt de werkgever het toegekende bedrag en het te bereiken rendement. Als de verzekeraar in een bepaald jaar het te bereiken rendement niet haalt, dan verbindt de werkgever zich ertoe het verschil bij te passen. De werkgever kan flexibel met de rendementen omspringen. Hij kan het hogere rendement van een gunstig jaar gebruiken om het verschil bij een minder gunstig jaar bij te passen. Maar hij kan ook het overschot aan rendement rechtstreeks aan de werknemer toekennen.

Stort alleen de werkgever premies voor het aanvullend pensioen?

Nieuwe pensioenplannen worden doorgaans door de sociale partners onderhandeld. Soms maken ze ook deel uit van een cao. In sommige gevallen zet alleen de werkgever een som opzij voor de pensioenvoorzieningen. Maar soms leveren ook de werknemers een bijdrage. Die bijdrage ligt vast en kunt u zelf niet kiezen.

De bedragen die maandelijks opzijgezet worden, kunnen vaststaan. Ze zijn meestal een percentage van het loon. Dat betekent dat de bijdragen ook stijgen naarmate het loon stijgt. De afspraken over de groepsverzekering staan in het pensioenreglement van uw werkgever. Dat kan worden opgevraagd bij uw werkgever of bij de pensioeninstelling. Sinds oktober 2016 kunnen actieve aangeslotenen het pensioenreglement ook raadplegen via de website mypension.be.

Werkgevers kunnen de omvang van een pensioenvoorziening zelf kiezen. Daardoor zijn niet alle groepsverzekeringen gelijk en bestaan er tussen bedrijven aanzienlijke verschillen.

Moet ik bezorgd zijn over mijn aanvullend pensioen?

Zoals eerder al gezegd moet u zich geen zorgen maken over uw pensioenspaarpot als uw werkgever failliet gaat. De bedragen die met een groepsverzekering worden gespaard staan niet op de balans van het bedrijf, maar werden bij een externe pensioeninstelling geparkeerd.

Voor groepsverzekeringen is de uitbetaling van de gestorte bijdragen gegarandeerd. Bovendien moet de werkgever volgens de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) ook een minimaal rendement garanderen tot de werknemer het bedrijf verlaat of tot hij met pensioen gaat.

Bij een faillissement van uw werkgever hoeft u zich geen zorgen te maken over uw pensioenspaarpot. Werkgevers mogen die spaarpot niet zelf beheren.

Voor groepsverzekeringen van het type vaste bijdragen en cash balance geldt die garantie zowel voor het rendement op de werkgevers- als de werknemersstortingen. In een groepsverzekering van het type vaste prestatie geldt de minimale rendementsgarantie alleen op de werknemersbijdragen. De WAP legt die verplichting op aan de werkgever en niet aan de pensioeninstelling. Bij een ontoereikend rendement van de verzekeraar moet de werkgever het verschil bijpassen.

Voor 2016 bedroeg de minimale rendementsgarantie een vast percentage: 3,25 procent op de stortingen van de werkgever en 3,75 procent op de stortingen van de werknemer. Sinds 1 januari 2016 is die rendementsgarantie jaarlijks variabel en wordt ze bepaald op basis van het gemiddelde van de Belgische OLO’s, langlopende obligaties, op tien jaar. Het minimum daarbij is 1,75 procent en het maximum 3,75 procent.

Sinds 2016 bedraagt de wettelijke minimale rendementsgarantie of WAP-garantie 1,75 procent, zowel op werkgevers- als op werknemersstortingen. Uit cijfers over 2018 blijkt dat de groepsverzekeringen, naargelang de instelling, een nettorendement tussen 1,75 en 2,25 procent behaalden.

Voor pensioenfondsen zijn die zekerheden er niet. De reserves zijn onderhevig aan het op en neer gaan van de financiële markten. Dat betekent dat u af en toe de bluts met de buil moet nemen. Zo tekenden de Belgische pensioenfondsen vorig jaar een gemiddeld rendement van 16,1 procent op, het hoogste sinds 1998. Maar in 2018 moesten de fondsen nog een verlies van 3,1 procent slikken.

'FSMA te pessimistisch over geldtekort groepsverzekering'

Uit een recent rapport van de financiële toezichthouder FSMA blijkt dat bij groepsverzekeringen met vaste prestatie soms te­­korten optreden. Op korte termijn komen sommige pensioenplannen geld tekort om de zogenaamde verworven reserves uit te betalen. Verworven reserves zijn het bedrag waarop de aangeslotene al recht heeft en dat hij kan opvragen om het naar de pensioenverzekering van een nieuwe werkgever over te hevelen.

Op basis van cijfers uit 2017 werd bij 18 procent van de pensioenregelingen met vaste prestatie een tekort vastgesteld tegenover de wettelijk vastgelegde financieringsvereiste. De FSMA merkt wel op dat het financieringsniveau erg zelden onder 95 procent daalt. ‘Bovendien gaat het om een momentopname van twee jaar geleden,’ zegt Heidi Delobelle van AG Insurance. ‘Ik heb de indruk dat de meeste spelers op de markt de financierings­­­­­vereisten ondertussen veel strikter opvolgen.’

Op grond van een bepaald scenario besluit de FSMA dat op lange termijn twee derde van dat soort groepsverzekeringen onvoldoende middelen heeft om bij pensionering de beloofde bedragen te betalen. ‘Het gaat hier wel om een vrij pessimistisch scenario dat uitgaat van een rendement van 0 procent’, nuanceert Delobelle. ‘Bovendien wordt voorbij­gegaan aan het feit dat de werkgever wettelijk verplicht is de tekorten bij te passen. Zolang de werkgever niet failliet gaat, is er ook op dat vlak geen probleem.’

Overigens worden nog maar weinig groepsverzekeringen van het type vaste prestatie opgezet. Uit statistieken van DB2P, de Databank Aanvullende Pensioenen, blijkt dat begin 2017 zowat een vijfde van de verworven reserves - goed voor 11 miljard euro - beheerd werd in het kader van een groepsverzekering met vaste prestaties. Die verworven reserves hadden maar betrekking op 10 procent van de aangeslotenen. Begin 2019 was dat al afgenomen tot 5 procent.

‘De meeste groepsverzekeringen die vandaag opgericht worden, zijn van het type vaste bijdrage’, zegt Delobelle. ‘Die formule staat dichter bij de realiteit van vandaag. Een groepsverzekering met een te bereiken doel is vooral interessant als werknemers hun leven lang bij één werkgever blijven. Maar de arbeidsmobiliteit is sterk toegenomen. In dat geval is een formule met vaste bijdrage interessanter.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud