Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Uitvaartverzekering is niet zomaar spaarpotje

Dezer dagen staan velen erbij stil dat ons leven eindig is. Daar zit ook een praktische kant aan. Het aantal mensen dat voor de kosten van de begrafenis of crematie een uitvaartverzekering afsluit, neemt gestaag toe.
©BELGA

Langzaam maar zeker kiezen steeds meer landgenoten voor een uitvaartverzekering. ‘Onze jongste meting dateert van eind 2012’, zegt Marysia Kluppels, woordvoerster van marktleider Dela. ‘Toen kwamen we aan 15 procent van de bevolking. Intussen zagen we onze eigen cijfers nog groeien en kwamen er nog concurrenten bij. We gaan ervan uit dat nu 16 à 17 procent van de Belgen een uitvaartverzekering heeft.’

De sectorfederatie Assuralia kan ons niet helpen met cijfers. Uitvaartverzekeringen vallen onder de tak21-levensverzekeringen en worden niet apart geteld. Bij Corona Direct blijkt het aantal klanten elk jaar met 10 procent toe te nemen. Dat klanten voor hun uitvaartverzekering overstappen van de ene naar de andere verzekeraar, is zeer zeldzaam, merken verschillende spelers op.

Zorgen uit handen

Corona Direct ziet vooral 50-plussers intekenen, bij KBC ligt de gemiddelde leeftijd op 56 jaar en spreekt het product veeleer klanten zijn die iets vermogender zijn. Bij Dela zijn de onderschrijvers in grote mate mensen van goed 40 jaar, met kinderen. Kluppels: ‘Daar speelt vooral de overweging de kinderen de zorgen uit handen te nemen. Bij nieuw samengestelde gezinnen zijn er vaak extra argumenten om een en ander te regelen. Bijvoorbeeld: de nieuwe vriendin regelt de begrafenis, maar het zijn de kinderen uit een vorig huwelijk die de erfenis krijgen en bij wie ze terecht moet om de kosten te recupereren.’

Een nieuwkomer op de markt is Funalia, de uitvaartverzekering van de federatie van begrafenisondernemers in samenwerking met AG Insurance, die begon op 1 oktober 2013. Een jaar later meldt Funalia dat het aantal onderschrijvers ‘naar verwachting’ evolueert en dat nu ‘meerdere honderden contracten’ zijn ondertekend. Naar eigen zeggen wil Funalia vooral inspelen op vragen van klanten en is het niet de bedoeling agressieve verkoopmethodes in te zetten.

Online vulden we enkele simulaties in om de premie te bepalen voor een vrouw van 44 jaar (geboren in 1970) en eentje van 64 (geboren in 1950). Momenteel kost een begrafenis gemiddeld tussen 3.000 en 5.000 euro. We nemen wat marge en kiezen ervoor bij overlijden een kapitaal uitbetaald te krijgen van 5.500 euro. Dan moet de jongste een eenmalige premie betalen van 3.225 euro, de oudste een eenmalige premie van 4.292 euro.

In jaarlijkse of maandelijkse schijven betalen kan meestal ook, tenzij voor klanten boven een bepaalde leeftijd, maar dan loopt de som hoger op dan wanneer men in één keer betaalt. Meestal is het aantal jaarlijkse betalingen beperkt, bijvoorbeeld tot 10 of 15 jaar, en blijft men daarna verzekerd.

Maar wat als de 44-jarige het bedrag van de premie zelf had belegd? Als ze het geld in een tak21-levensverzekeringsproduct stopt met een jaarlijks rendement van 2 procent en het rendement laat cumuleren, groeit dat na 40 jaar (84 jaar is zowat de levensverwachting voor vrouwen) aan tot 7.121 euro. Overlijdt ze al na 20 jaar, dan is haar verzekeringsproduct nog maar aangegroeid tot 4.792 euro. Na 27 jaar bereikt ze iets meer dan 5.500 euro, het bedrag dat we kozen voor de premieberekening. Als de 64-jarige haar premiebedrag van 4.292 euro in dezelfde tak21-levensverzekering stopt, bereikt ze al na 13 jaar het doel van 5.500 euro.

©Mediafin

Risicoverzekering

De berekening is niet irrelevant, maar de producten zijn niet zomaar vergelijkbaar. ‘Mensen zien de uitvaartverzekering inderdaad soms als een spaarproduct, maar het is een risicoverzekering’, klinkt het bij de Ombudsdienst Verzekeringen. ‘Je mag dat niet zomaar vergelijken met de opbrengst van een spaarproduct, dat is zoals klagen dat je steeds voor een brandverzekering hebt betaald en niets hebt gerecupereerd omdat je huis niet afgebrand is. Je verzekert het risico op overlijden.’

‘Je bent meteen gerust, ook al overlijd je ‘te vroeg’’, zegt Kluppels. ‘Plus: op een belegging moeten meestal voorheffingen betaald worden, en je nabestaanden krijgen het geld pas in handen bij de verdeling van de erfenis. Bovendien moet je als belegger de discipline hebben het potje niet voor iets anders aan te spreken, en ben je zeker dat het geld na je overlijden wordt aangewend voor je begrafenis.’

Denkt u erover een uitvaartverzekering te onderschrijven, kijk dan verder dan de premie alleen. Wat gebeurt er als u heel snel overlijdt? In welke gevallen wordt het gedekte kapitaal niet uitbetaald (bijvoorbeeld oorlogssituaties) en wat krijgen de nabestaanden dan nog terug van de premies? Geldt er een leeftijdsgrens of medisch onderzoek? Biedt de verzekeraar extra diensten zoals nazorg (voornamelijk hulp bij administratie)? Is de verzekeringstaks van 2 procent op de premie al meegerekend? En wat als u het contract alsnog wil afkopen voor uw overlijden?

Bekijk zeker ook of er een mechanisme is ingebouwd of kan worden onderschreven om te ondervangen dat alles door de jaren heen duurder wordt, ook een begrafenis. Een systeem van jaarlijkse indexering van het uitbetaalde kapitaal vangt dat op, maar is niet altijd mogelijk als u betaalt met een eenmalige premie. Bij de ene worden jaarlijkse premies automatisch geïndexeerd om ook het kapitaal te indexeren, bij de andere kan de winstdeelname al leiden tot een verhoging van het kapitaal en moet u dan minder bijpassen om de index te volgen.

De Ombudsdienst Verzekeringen waarschuwt er in zijn jongste jaarrapport voor doordacht om te springen met het aanwijzen van een aanvaardende begunstigde.

Jaarlijks krijgt de Ombudsdienst Verzekeringen tussen 25 en 30 klachten over uitvaartverzekeringen. Tegenover de meer dan 500 klachten per jaar over verzekeringen in het algemeen, valt dat mee. Wel formuleerde de dienst de aanbeveling om voorzichtig te zijn met het concept van ‘aanvaardende begunstigde’.

De onderschrijver wijst een begunstigde aan van de uitvaartverzekering. Soms kiest men daarvoor een begrafenisondernemer in plaats van een nabestaande. De begunstigde hoeft dat niet formeel te aanvaarden, maar begrafenisondernemers doen dat gewoonlijk wel. Dat heeft echter tot gevolgd dat de verzekeringnemer niet meer van gedacht kan veranderen en een andere begunstigde kan aanwijzen zonder de toestemming van degene die de begunstiging heeft aanvaard.

In de praktijk duiken situaties op waarbij iemand bijvoorbeeld verhuist, maar niet af raakt van de begunstiging van de begrafenisondernemer in zijn oude woonplaats. Of soms zijn nabestaanden er niet van op de hoogte dat er een contract is, waarop ze alle kosten dragen en pas later, bijvoorbeeld bij het openen van een kluis, merken dat een andere begrafenisondernemer als begunstigde het kapitaal van de uitvaartverzekering kan innen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud