Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Opnieuw aan de slag na ziekte als werknemer

Een re-integratietraject is bedoeld om werknemers te stimuleren het werk te hervatten vóór ze volledig hersteld zijn. Zo’n traject verloopt in welomlijnde fases.
©Filip Ysenbaert

Lag u door een griep een week in de lappenmand, dan gaat u zodra u zich beter voelt weer aan de slag. Anders is het voor wie zwaarder of langer ziek is. Hoe langer de afwezigheid, hoe groter de drempel om terug te keren, leren studies. Om werknemers de kans te geven geleidelijk weer aan het werk te gaan voor ze volledig hersteld zijn, werd enkele jaren geleden het re-integratietraject uitgewerkt.

Een re-integratietraject kan alleen opgestart worden voor arbeidsongeschikte werknemers. Een attest van hun behandelend arts bepaalt dat ze niet in staat zijn om te werken gedurende een welbepaalde periode.

Een re-integratietraject kan alleen opgestart worden voor arbeidsongeschikte werknemers.

Het doel is werknemers die hun overeengekomen werk tijdelijk of definitief niet kunnen uitvoeren, in staat te stellen een aangepaste functie te vinden onder de best mogelijke omstandigheden.

Was u afwezig vanwege een beroepsziekte of een arbeidsongeval, dan gelden er andere principes. Daarvoor kunt u terecht bij Fedris, de openbare instelling van sociale zekerheid die erover waakt dat de rechten van slachtoffers van arbeidsongevallen en beroepsziekten worden nageleefd.

Een re-integratietraject bestaat uit verschillende fases. De preventieadviseur-arbeidsarts speelt een sleutelrol in de procedure. Hij onderzoekt wat de werknemer nog kan doen of niet meer mag doen. Het zoeken naar ander of aangepast werk gebeurt in overleg tussen de arbeidsarts, de werkgever en de werknemer.

FASE 1: de opstart van een re-integratietraject

De werknemer (of zijn behandelend geneesheer, zoals de huisarts), de adviserend arts van het ziekenfonds of de werkgever kunnen de arbeidsarts vragen een re-integratietraject op te starten. Dat gebeurt het best schriftelijk, zodat er een bewijs van de aanvraag bestaat.

De werknemer kan de aanvraag op elk moment indienen. Dat kan vanaf de eerste dag van arbeidsongeschiktheid. De adviserend arts van het ziekenfonds moet dat binnen twee maanden vanaf de start van de arbeidsongeschiktheid doen. De werkgever kan de procedure opstarten na vier maanden arbeidsongeschiktheid.

FASE 2: de evaluatie van de re-integratiemogelijkheden

De arbeidsarts zal op basis van een medisch onderzoek van de werknemer een re-integratiebeoordeling maken. Mits toestemming van de werknemer mag hij daarvoor overleggen met de behandelend arts van de werknemer (huisarts of  specialist) en de adviserend arts van het ziekenfonds.

De arbeidsarts gaat twee zaken na:

  1. Kan de werknemer op termijn zijn werk hervatten, eventueel in combinatie met aanpassingen van de werkpost?
  2. Wat zijn de re-integratiemogelijkheden van de werknemer op basis van zijn resterende arbeidscapaciteiten: kan hij, tijdelijk of definitief, een andere of een aangepaste functie uitoefenen?

Bij aangepast werk wordt het werkritme aangepast: een ander werkvolume (deeltijds in plaats van voltijds) of een aangepast uurrooster (dagwerk in plaats van nachtwerk, of van een vast naar een flexibel uurrooster). Inhoudelijk komt het werk volledig of gedeeltelijk overeen met het vroeger uitgevoerde werk.

Men spreekt over ander werk als de inhoud van het werk verandert. Dat kan ook gepaard gaan met aanpassingen van het uurrooster en het werkvolume.

De arbeidsarts moet binnen 40 werkdagen aan de werknemer en de werkgever een verslag bezorgen met zijn beslissing.

Vijf trajecten

Traject A: de werknemer is tijdelijk ongeschikt voor zijn werk, maar ander of aangepast werk is mogelijk in de tussentijd.

Traject B: de werknemer is tijdelijk ongeschikt voor zijn werk en ander of aangepast werk is niet mogelijk in de tussentijd.

Traject C: de werknemer is definitief ongeschikt voor zijn werk, maar ander of aangepast werk is wel mogelijk.

Traject D: de werknemer is definitief ongeschikt voor zijn werk en ander of aangepast werk is niet mogelijk.

Traject E: re-integratie is (nog) niet opportuun.

Kiest de arbeidsgeneesheer voor traject C of D, dan kan de werknemer daartegen in beroep gaan. Dat moet binnen zeven werkdagen via een aangetekend schrijven en hij moet zijn werkgever daarvan verwittigen.

FASE 3: het re-integratieplan

Na het overleg met de werknemer en de arbeidsarts stelt de werkgever een re-integratieplan op. Het plan moet gedetailleerde en concrete maatregelen bevatten.

Het kan gaan om:

  • aanpassingen aan de werkpost;
  • aangepast werk: werkvolume, uurregeling, progressieve maatregelen;
  • ander werk: inhoud van het werk, werkvolume, uurregeling, progressieve maatregelen;
  • opleiding(en) die de werknemer zal volgen om nieuwe competenties te verwerven;
  • de geldigheidsduur van het re-integratieplan.

De werknemer moet binnen vijf dagen na ontvangst zijn werkgever laten weten of hij het plan aanvaardt dan wel weigert.

Bevat het plan een maatregel van progressieve werkhervatting, dan moet de arbeidsarts contact opnemen met de adviserend arts van het ziekenfonds om zijn akkoord te vragen. Die laatste heeft 3 weken de tijd om te beslissen of de werknemer het werk kan hervatten met behoud van (een deel van) zijn uitkeringen. Indien nodig wordt het plan nog aangepast op basis van de opmerkingen van de adviserend arts.

Na ontvangst van de re-integratiebeoordeling beschikt de werkgever over 55 werkdagen om een re-integratieplan te overhandigen aan de werknemer in geval van een traject A. Wanneer er sprake is van een traject C, beschikt de werkgever daarvoor over een termijn van 1 jaar.

Oordeelt de werkgever dat het voor hem niet mogelijk is om een re-integratieplan op te stellen, dan moet hij in een verslag gedetailleerd motiveren waarom het voor hem objectief of technisch gezien niet mogelijk is, of van hem redelijkerwijze niet verwacht kan worden om een re-integratieplan op te stellen.

FASE 4: de uitvoering van het plan

Gaat de werknemer akkoord met het re-integratieplan, dan kan men beginnen met de uitvoering van de maatregelen in het plan.

De arbeidsarts volgt de uitvoering van het re-integratieplan regelmatig op. Bij problemen - bijvoorbeeld omdat het werkritme te hoog blijkt of als de werkgever vindt dat de werknemer op bepaalde vlakken tekortschiet - kan hij aanpassingen voorstellen.  

De werknemer kan de arbeidsarts op elk moment aanpassingen vragen als hij vindt dat de maatregelen niet (langer) aangepast zijn aan zijn gezondheidstoestand. Zo kan hij vragen 4/5 te werken in plaats van halftijds als hij zich beter voelt. Maar hij kan ook vragen om het aantal uren verder te beperken of vaker thuis te werken als zijn gezondheidstoestand zou verslechteren.

FASE 5: het einde van het re-integratietraject

In de volgende 3 gevallen kunnen werkgever en werknemer medische overmacht inroepen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

  • Traject C: De werkgever stelt een verslag op waarin hij verantwoordt waarom het voor hem technisch of objectief gezien niet mogelijk of redelijkerwijze niet verantwoord is om een re-integratieplan op te maken.
  • Traject C: De werkgever stelt een re-integratieplan op, maar de werknemer weigert dit.
  • Traject D.

Het is nodig dat een van de partijen zich formeel op de medische overmacht beroept. De ene partij moet de andere partij daarvan dus uitdrukkelijk op de hoogte brengen. De arbeidsovereenkomst eindigt dan onmiddellijk. De partij die de medische overmacht inroept, is geen opzeg of vergoeding verschuldigd aan de andere partij.

Wat met uw inkomen tijdens het re-integratietraject?

Gedurende een re-integratietraject zijn er verschillende mogelijkheden op het vlak van inkomen voor de werknemer.

Tijdens de eerste maand van de arbeidsongeschiktheid krijgt de werknemer het gewaarborgd loon, betaald door de werkgever zelf.

Dat gaat vervolgens over in het systeem van de ziekte- en invaliditeitsverzekering. De werknemer wordt dan vergoed door zijn ziekenfonds. De arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden betaald zolang de werknemer erkend wordt als arbeidsongeschikt door de adviserend arts van het ziekenfonds.

Indien de werknemer tijdens het re-integratietraject niet langer als 'arbeidsongeschikt' wordt erkend door de adviserend arts van het ziekenfonds, heeft de werknemer in bepaalde gevallen recht op een tijdelijke werkloosheidsuitkering wegens medische overmacht.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud