Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Hoe wordt het nettoloon van een zelfstandige berekend?

Hoeveel bedraagt uw werkelijke inkomen op het einde van de maand? Wat is een onkostennota? Welke beroepskosten kunt u indienen?
Advertentie
©Filip Ysenbaert

Werknemers ontvangen van hun baas een nettoloon in ruil voor hun geleverde werk. Hoe gaat dat bij zelfstandigen?

1. Zelfstandige ‘natuurlijke persoon’

Als u zelfstandige ‘natuurlijke persoon’ wilt worden en dus een eenmanszaak wilt oprichten, keert u zich geen loon uit. Want wat u werkelijk verdient, wordt bepaald door uw jaarlijkse omzetcijfer.   

U moet van dat omzetcijfer nog wel de lasten, sociale bijdragen en belastingen aftrekken.  De winst die u op het einde van het jaar opstrijkt, is dus uw loon. De voornaamste reden daarvoor is dat er geen enkel wettelijk onderscheid bestaat tussen het privévermogen en de gelden van de onderneming, aldus Jasper Lambrichts van hr-dienstengroep Liantis.

2. Zelfstandige met een vennootschap

Er is wel een verschil tussen een eenmanszaak en een onderneming die u zelf bestuurt. Als u bedrijfsleider bent, wordt uw loon doorgaans zeer zwaar belast. Na betaling van de belastingen houdt u meestal niet veel meer dan de helft van uw brutoloon over.

Beroepskosten

Als zelfstandige zult u voor de uitoefening van uw activiteit wellicht bepaalde kosten moeten maken. Die kunt u fiscaal aftrekken van uw omzetcijfer. U kunt daardoor dus besparen op uw belastingen. ‘Beroepskosten zijn kosten die u maakt om uw beroepsinkomsten te verwerven of te behouden’, aldus Lambrichts.

Om uw beroepskosten af te trekken, geeft u ofwel uw werkelijke kosten aan, ofwel trekt u een forfaitair kostenbedrag af.  

  • Werkelijke kosten

Goed om te weten

Twijfelt u over wat voor u het voordeligst is: werkelijke kosten of een forfait? Geen nood: de fiscus hanteert wat voor u het beste uitpakt.

Geeft u uw werkelijke kosten aan, maar komt het forfaitaire systeem uit op hogere beroepskosten, dan neemt de fiscus het forfaitaire bedrag in aftrek.

Als u uw werkelijke beroepskosten aftrekt, moet u die kunnen bewijzen. Wilt u recht hebben op een fiscale aftrek, dan bent u dus verplicht om het verband aan te tonen tussen die beroepskosten en uw activiteit. U kunt dat op verschillende manieren bewijzen. Bijvoorbeeld via een factuur, een btw-ticket of een onkostennota. Ongeacht de manier waarop u uw beroepskosten aantoont, u moet de bewijzen 7 jaar lang bewaren.

Uw kosten zijn alleen aftrekbaar als u aan verschillende voorwaarden heeft voldaanU moet ze in het kader van uw activiteit gemaakt hebben met als hoofddoel een belastbaar inkomen te genereren. Voorts moet u ze betaald hebben in het jaar waarin u ze wilt aftrekken. Tot slot moet u ze met bewijsstukken kunnen rechtvaardigen. Maar lang niet alle beroepskosten zijn volledig aftrekbaar.

Huisvestingskosten zijn dat bijvoorbeeld niet. Relatiegeschenken mag u slechts aangeven voor 50 procent en restaurantkosten voor 69 procent. Uw autokosten zijn slechts aftrekbaar in functie van de CO2-uitstoot (tussen 50 en 100 procent). En voor voertuigen met een CO2-uitstoot gelijk aan of groter dan 200 g/km, is de aftrek beperkt tot 40 procent.

De zogenaamde gemengde beroepskosten omvatten de goederen die u zowel voor uw activiteit als in uw privéleven gebruikt. Ze zijn slechts gedeeltelijk aftrekbaar omdat een deel ervan bedoeld is voor persoonlijk gebruik. Enkele voorbeelden: uw auto, uw internetabonnement, uw kantoor thuis. Kosten met een volledige privébestemming, zoals geldboetes en belastingen, zijn uiteraard niet aftrekbaar.

  • Forfaitaire kosten

‘Als uw werkelijke beroepskosten lager zijn dan het forfaitaire bedrag, is het interessanter om voor het forfait te kiezen. Als u gebruikmaakt van het forfait, moet u uw kosten niet bewijzen.

Voor bedrijfsleiders bedraagt het forfait 3 procent van het bruto (belastbaar) beroepsinkomen, met een maximum van 2.600 euro (inkomsten 2021). Het bruto belastbaar beroepsinkomen is gelijk aan de bruto beroepsinkomsten, verminderd met de sociale bijdragen die niet aan de bron worden ingehouden en met de aanvullende sociale bijdragen (VAPZ).

Voor zelfstandige natuurlijke personen die een winstgevende activiteit uitoefenen, bedraagt het forfait 30 procent van de inkomsten, met een maximum van 4.880 euro (inkomsten 2021). Dat percentage wordt toegepast op het belastbaar beroepsinkomen. Dat is het totaal van de inkomsten (omzetcijfer), na aftrek van de sociale bijdragen en van de aankoopprijs van de goederen en/of grondstoffen.

De sociale bijdragen

De sociale bijdragen zijn volledig aftrekbaar van uw bruto-inkomen van het jaar in kwestie. Hetzelfde geldt voor de bijdragen gestort in het kader van een (sociaal) vrij aanvullend pensioen (VAPZ). Weliswaar op voorwaarde dat u alle wettelijke sociale bijdragen van het jaar in kwestie tijdig heeft betaald.

Brutoloon omzetten in netto

Om uw netto belastbaar inkomen te berekenen, moet u uw beroepskosten, uw sociale bijdragen en de VAPZ-bijdragen in mindering brengen van uw brutoloon. Die inkomsten maken ook deel uit van de berekeningsbasis van de inkomstenbelasting. Hier zijn de belastingvoeten van toepassing op de beroepsinkomsten progressief. Ze gaan van 25 naar 50 procent.

U moet met meerdere factoren rekening houden wilt u exact weten hoeveel belastingen u moet betalen. De voornaamste zijn uw gezinssituatie, het inkomen van de huwelijkspartner of wettelijk samenwonende, van de kinderen die u ten laste heeft, van de gemeente waarin u woont, van uw vrijstellingen en eventuele belastingverminderingen.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud