‘Subsidie maakt me minder vrij als ondernemer’

interview THOMAS PEETERS Subsidies heeft ze niet nodig. Theaterregisseur Paula Bangels financiert de voorstellingen van haar gezelschap met het geld dat ze verdient als bedrijfscoach. Haar eerste theater- stuk ‘Othello’ loopt momenteel in de zalen. ‘Subsidies leggen mensen lam.’

De Spelerij, het gezelschap van de 44-jarige Paula Bangels, brengt ‘bruisend en herkenbaar theater’, zo staat het op de website. Toegankelijke repertoirestukken die iedereen zou moeten kunnen volgen. Waar hebben we dat nog gehoord? Inderdaad: bij cultuur- entrepreneur Geert Allaert. Twee jaar geleden zette de Music Hall-oprichter het theaterwereldje in rep en roer met zijn Publieks-toneel, dat dezelfde missie had. Maar lang duurde dat verhaal niet. Het gezelschap hield het al na één voorstelling voor bekeken. De officiële reden? De zware gezondheidsproblemen van Dirk Tanghe, die als vaste regisseur de spil van de toneelgroep had moeten worden.

De theaterwereld is klein. Dirk Tanghe was een compagnon de route van Paula Bangels. Samen maakten ze meerdere jaren theater bij De Paardenkathedraal in Utrecht - zij eerst als regisseur en later als actrice. Gesubsidieerd, in een financieel veilige cocon. In 2009 keerde Paula Bangels terug naar België. Ze wilde theater blijven maken, maar ook haar tweede job niet opgeven: het coachen van leidinggevenden in het bedrijfsleven. Ze bedacht een businessmodel dat haar toelaat beide jobs te combineren. Met haar communicatiebureau Abplaus financiert Bangels de theatervoorstellingen van haar gezelschap De Spelerij.

Hoe wordt een theaterregisseur ‘mental coach’ in het bedrijfsleven?

Paula Bangels: ‘Toevallig. Een adviseur van MPI, een bedrijf uit Zeist dat reorganisaties begeleidt, zat als figurant in een van onze voorstellingen. Zijn collega’s zaten in de zaal en kwamen na afloop vragen of ik een keer iets met theater wilde doen in hun bedrijf. Zo ging de bal aan het rollen. Voor ik het wist stond ik masterclasses te geven aan managers van klanten van MPI. Ik heb nochtans geen opleiding als bedrijfscoach, maar de meeste van mijn klanten vonden mijn aanpak heel verfrissend. Ze waren coaches uit de communicatiesector gewoon en geen theaterregisseur.’

Leren managers bij u hoe ze moeten acteren?

Bangels: ‘Neen. Ik leer hen hoe ze leiding moeten geven. In het bedrijfsleven leven veel goede ideeën, maar mensen weten vaak niet hoe ze die moeten overbrengen. Ze kunnen niet enthousiasmeren. Je moet als leider mensen enthousiast kunnen maken, vol zijn van je eigen idee en je verhaal kunnen overbrengen. Wie mensen moet aansturen, moet weten wat hij wil. Hij moet zijn mensen leren aanspreken op datgene waar ze warm van worden. Daarvoor moet hij goed leren kijken naar mensen. Ik noem dat congruent communiceren: durven uitstralen wat je zegt.’

U vertrekt voor die trainingen vanuit uw ervaring met acteurs. Maar een theaterstuk maken is toch iets helemaal anders en persoonlijker dan, pakweg, staaldraad verkopen?

Bangels: ‘Dat vind ik niet. In het theater heb ik alleen maar een professionele relatie met mijn acteurs. Wij moeten niet trouwen of vrienden worden. Als regisseur moet ik een goed idee hebben, mensen om me heen verzamelen en ze enthousiasmeren voor mijn plan. En ik heb een deadline. Als bedrijfsleider of manager is dat niet anders. Als ik staaldraad verkoop, moet ik mijn mensen zo enthousiast maken dat ze thuis of op familiefeesten over hun werk gaan praten.

‘Je moet er als baas voor zorgen dat je mensen graag voor je werken. Maar veel managers zijn daar te weinig mee bezig: ze focussen alleen op cijfers en statistieken. Colruyt is een mooi voorbeeld van een bedrijf waarvan je ziet dat het personeel achter het product staat. In Colruyt-winkels zijn ze altijd vriendelijk en enthousiast als je die mensen iets vraagt. Meer bedrijven zouden zo moeten zijn.’

Opmerkelijk aan uw businessmodel is dat uw theaterwerk wordt gefinancierd met uw opdrachten als bedrijfscoach.

Bangels: ‘Ik wil De Spelerij echt als een bedrijf zien. Een theaterbedrijf. Ik ben niet tegen subsidies, maar ze mogen niet van die aard zijn dat ik mijn plannen niet kan uitvoeren als ik ze niet krijg. Met overheidssteun ben ik minder vrij als cultureel ondernemer. Ten eerste moet ik dan van de overheid zogezegd ‘vernieuwend’ theater brengen, terwijl ik repertoirestukken speel. Ik kan met subsidies niet zomaar winst maken als ondernemer.’

‘Subsidies maken mensen lam. Ik moet nu keihard werken om mensen naar mijn voorstellingen te krijgen. In het gesubsidieerde theater maakte het niet uit of iemand kwam kijken: wij werden toch doorbetaald. Op de duur ga je als artiest toch een beetje berusten in dat systeem. Bovendien zijn de tijden aan het veranderen. Daarom zeg ik aan mijn collega-theatermakers: laat ons nu ondernemen want straks is het geld van de overheid misschien op.’

‘Ik besef dat ik een groot risico heb genomen. Als niemand naar mijn voorstellingen komt, heb ik een probleem. Maar voorlopig gaat het goed. Ik heb al meer voorstellingen van ‘Othello’ verkocht dan ik had durven dromen. Of mijn businessmodel overlevingskansen heeft, zal de toekomst uitwijzen.’

n www.abplaus.be

www.despelerij.be

Gesponsorde inhoud

Partner content