1,3 miljard euro voor laatste offshorewindpark

Ruim tien jaar na de installatie van de eerste windparken C-Power en Belwind begint de bouw van de laatste concessies. ©David Adriaen

De eigenaars en de banken hebben een akkoord bereikt over de financiering van het laatste Belgische offshorewindproject. Seamade zal klaar zijn tegen 2020.

Na enkele moeilijke jaren, waarbij de federale regering de steun voor offshorewind terugschroefde, is het nu zeker dat het laatst geplande windpark in de Noordzee er komt. 'Het was een lange en hobbelige weg', zei voorzitter Koen Janssen gisteren bij de voorstelling van het Seamade-project. 'Maar we zitten nog op schema voor de 2020-doelstellingen.' Het project is cruciaal om de Europese klimaatdoelstellingen te halen tegen 2020.

Het project Seamade bouwt 58 windturbines van Siemens Gamesa, samen goed voor 487 megawatt. Dat is te vergelijken met de capaciteit van een kleine kernreactor genre Doel 1. 'Het park zal in 2020 klaar zijn en evenveel groene stroom leveren als het verbruik van bijna een half miljoen gezinnen', zegt Mathias Verkest, de CEO van Seamade.

Seamade bundelt de laatste twee windconcessies, Mermaid en Seastar. Die liggen op 40 à 50 kilometer voor de kust van Oostende. Het project wordt gecontroleerd door het consortium Otary. Daarin zitten acht Belgische spelers, waaronder de baggergroep DEME (Ackermans & van Haaren), de gemeentelijke groenestroomproducent Aspiravi, en Elicio, het voormalige Electrawinds. De energiereus Engie Electrabel en het Nederlandse Eneco hebben een minderheidsparticipatie. Eneco zal de stroom aankopen en gebruiken voor zijn Belgische klanten. Verschillende dochters van DEME zullen instaan voor de bouw. Samen halen ze voor 500 miljoen euro contracten binnen.

Bij de financiering zijn 17 banken betrokken: de Europese Investeringsbank (EIB), het Deense exportkredietbureau EKF en 15 commerciële banken (de vier grootbanken in ons land, enkele Europese spelers en financiële instellingen uit China en Japan).

Het totale financiële pakket is goed voor 1,3 miljard euro. Het project is rendabel dankzij een federale prijsgarantie van 79 euro per geproduceerde megawattuur gedurende 17 jaar. Het windproject verdient geld door de verkoop van stroom. Als die onder de prijsgarantie ligt, past de overheid het verschil bij. De kosten daarvan zijn terug te vinden op de elektriciteitsfactuur.

Het dure, oude ondersteuningsmechanisme voor offshorewind, waar staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer (Open VLD) zich vorig jaar tegen verzette, heeft tot vertraging geleid. 'We hebben daaruit geleerd en gaan voor de nieuwe windparken een ander systeem toepassen', verklaarde de staatssecretaris gisteren.

In een marien ruimtelijk plan dat op de agenda van de ministerraad staat, wordt in een nieuwe zone voor windparken voorzien. 'België was een pionier in offshorewind, en met een verdubbeling van de windparken tegen 2030 willen we in de top vijf blijven', zegt De Backer.

De nieuwe parken zullen via een veiling toegewezen worden aan het consortium dat de minste ondersteuning nodig heeft. Met zo'n systeem werden de voorbije jaren in andere landen al windparken toegewezen met zeer weinig tot geen steun.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content